Reactie van E.F. La Lau op ‘Vier Wallenzaken bij de Raad van State’

Naar aanleiding van mijn blog ‘Vier Wallenzaken bij de Raad van State’ van 4 september 2026 waarin ik verslag heb gedaan van de behandeling van vier rechtszaken rond mijn speelhallen, stuurde koper E.F. La Lau mij onderstaande reactie. La Lau was op 2 september zelf procespartij in twee van de vier zaken die die dag door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werden behandeld. Met zijn toestemming publiceer ik nu integraal zijn uitgebreide reactie op mijn blog. De bijdrage geeft zijn persoonlijke ervaringen en opvattingen weer.

Geachte heer Kaatee, beste Marcel,

Naar aanleiding van je publicatie van 4 september 2026, “Vier Wallenzaken bij de Raad van State”, maar nadrukkelijk ook naar aanleiding van de reeks publicaties die daaraan voorafging, heb ik behoefte om als koper van het zogenoemde pakket “Speelhallen Kaatee” hierop te reageren.

Vanuit mijn eigen positie als koper ervaar ik al vele jaren rechtstreeks de gevolgen van dit dossier. Jouw publicatie bevestigt voor mij opnieuw hoezeer verschillende procedures, die op papier los van elkaar staan, in de praktijk in elkaar grijpen.

Ik begrijp de frustratie die je als verkoper hebt over een overdracht van panden en bedrijven die telkens opnieuw is vertraagd, geblokkeerd of anderszins is bemoeilijkt. Ik ondervind daarvan als koper rechtstreeks de gevolgen.

De reactie van het OM
Laat ik beginnen bij het Openbaar Ministerie, omdat daar voor mij een belangrijk deel van mijn inmiddels ernstig beschadigde vertrouwen in de overheid vandaan komt.

Op 23 juni 2021 schreef ik een lange brief aan senior officier van justitie mr. P. Notenboom die de zaak toen behandelde. Hij was immers de ondertekenaar van de beslagstukken. Ik legde de officier mijn positie als koper uit, stelde concrete vragen over het beslag op de panden Molensteeg 1 en Oudezijds Achterburgwal 30 en vroeg om persoonlijk en vertrouwelijk overleg om uit de impasse te komen. Ik deelde ook mijn vijf voorstellen die ik aan de gemeente had gestuurd met het OM.  

Ik maakte de officier in mijn brief duidelijk dat ik bereid was de overeengekomen koopsom van € 2,8 miljoen, die rechtstreeks naar het Openbaar Ministerie zou gaan, te betalen. Mijn bedoeling vanaf dag één was om volledige transparantie te betrachten.

Het OM antwoordde op 28 juli 2021 dat het, vanwege de belangen van een lopend opsporingsonderzoek, mijn vragen niet inhoudelijk zou beantwoorden. Op 11 november 2021 heb ik het OM opnieuw aangeschreven. Ik vroeg wederom om een inhoudelijke reactie en om constructief overleg. Ik wees erop dat ik bereid was vragen te beantwoorden en dat het OM al geruime tijd wist wie ik was en wat mijn bedoeling met deze aankoop was. Het OM is hier sinds 2014 van op de hoogte omdat mijn mediator toen al contact met het OM had opgenomen in het kader van mijn overname.  

Een inhoudelijk gesprek of antwoord op mijn vragen kwam er niet. Wat er vervolgens wél gebeurde, maakte op mij een diepe indruk: de recherche verscheen plotseling aan de deur van mijn woonadres. Daarvan heb ik een foto bewaard en gedeeld met de officier die de rechercheur op mij afstuurde.

Aangezien ik mijzelf al in 2014 schriftelijk tot het OM had gewend en had gevraagd om overleg was ik onaangenaam verrast dat ineens een rechercheur bij mijn privéwoning verscheen. Tegen de achtergrond van mijn kritische brieven aan het OM heb ik dat als intimiderend en dreigend ervaren.

Als een burger en ondernemer jarenlang vraagt om een inhoudelijk gesprek, lange brieven schrijft en transparantie aanbiedt, maar zijn wezenlijke vragen onbeantwoord blijven en vervolgens wel een rechercheur op hem wordt afgestuurd, tast dat het vertrouwen aan dat die de burger in de overheid heeft.

Ik weigerde om op deze manier met politie of justitie te spreken, mede gelet op de wijze waarop de recherche Rob Boon, een getuige in jouw strafzaak, had benaderd en had ondervraagd. Boon heeft verklaringen over mij afgelegd die feitelijk onjuist waren en kant noch wal raakten. Ik heb die verklaringen gemotiveerd en met bewijs weerlegd. Tegen Boon heb ik zelfs aangifte gedaan wegens het afleggen van een leugenachtige verklaring.   

Tot het afleggen van een verklaring bij de rechtbank, bij een neutrale rechter-commissaris was ik uiteraard wel bereid, wat zoals je weet ook is gebeurd.  

Ik ben slechts koper en geen onderdeel van het verleden
In 2013 kwam ik als ondernemer bij de overheid in beeld omdat ik geïnteresseerd was in jouw gesloten speelautomatenhallen. Ik heb destijds goed onderzocht wat ik kocht (twee legale bedrijven en panden), met wie ik zakendeed (een volledig vrijgesproken ondernemer die onterecht in hechtenis had gezeten, daarvoor van de Staat een schadevergoeding toegewezen had gekregen en daarna tóch zijn speelhallen moest sluiten vanwege een fout geachte financiering) en waar de volledige koopsom naartoe zou gaan (naar het OM).

Uiteindelijk hebben we op 24 september 2018 koopovereenkomsten gesloten voor de panden en de aandelen; een package deal. De totale koopsom bedroeg € 2,8 miljoen, te storten op een bankrekening van het OM. In een daaropvolgende kwijtingsregeling is vastgelegd dat alle eventueel nog resterende banden met jouw financier de heer Paarlberg volledig zouden worden doorgesneden. Transparanter kan haast niet.  

Mijn belang was en is strikt zakelijk: ik heb een koop gesloten en wilde die uitvoeren. Ik wil ondernemen. Als de overheid om legitieme redenen voorwaarden aan die overdracht wilde verbinden, was ik bereid daarover te praten. Wat ik echter niet had voorzien, was dat ik vervolgens onterecht zelf onderdeel zou worden van een dossier dat grotendeels is gevormd door oude gebeurtenissen en voormalige eigenaren en/of personeelsleden.

Wob- en Woo-stukken veranderden mijn beeld
Aanvankelijk dacht ik nog dat de gemeente Amsterdam, het OM, het Landelijk Bureau Bibob en de Kansspelautoriteit ieder afzonderlijk hun eigen wettelijke taak uitvoerden.

Wob- en later Woo-stukken hebben mijn beeld volledig veranderd. Uit een steeds grotere hoeveelheid openbaar gemaakte documenten bleek dat informatie over mijn dossier tussen overheidsinstanties is uitgewisseld en dat afstemming heeft plaatsgevonden, vermoedelijk om één doel te bereiken: het gesloten houden van twee speelhallen op de Wallen.  

Het OM heeft daarbij naar mijn overtuiging een aansturende rol gespeeld en ervoor gezorgd – onder meer door het in februari 2018 sturen van een valse tip naar de KSA en het organiseren van een presentatie over jouw panden en de bedrijven in april 2018 – dat gekleurde en eenzijdige informatie via adviezen van het LBB bij de KSA terechtkwam.

De KSA heeft op basis van die adviezen besluiten genomen waarin informatie uit deze door het OM gegenereerde informatieketen een rol speelde.

Inmiddels heb ik vragen gesteld en diverse klachten ingediend over het optreden van het OM, de KSA, Justis/LBB en de gemeente Amsterdam. De centrale vragen zijn steeds dezelfde: waar komt die onjuiste informatie over mij vandaan? Ik ken mijn eigen leven immers het beste. Is ook ontlastende informatie gevonden en meegewogen? En heeft iedere instantie daadwerkelijk haar eigen, zelfstandige beoordeling gemaakt?

Van vergunningaanvragen in 2014 naar de Raad van State in 2026
En dan de duur van de procedures. Mijn vennootschappen dienden in maart 2014 vergunningaanvragen in bij de gemeente. Pas in april 2021, na zeven jaar ‘behandeling’ nadat het OM beslag op jouw panden had gelegd, werden die aanvragen plotseling buiten behandeling gesteld.

De rechtbank Amsterdam vernietigde dat besluit op 19 december 2022. Vervolgens stelde de burgemeester hoger beroep in.

Daarnaast liep mijn procedure tegen de intrekking in 2020 door de Kansspelautoriteit van de in 2014 wél aan mijn vennootschappen verleende landelijke exploitatievergunningen. Uiteindelijk zijn de hogerberoepszaken pas op 2 september 2026 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandeld. Je beschrijft de zittingsdag uitvoerig in jouw publicatie van 4 september.

Bij ons eerste (huur)contract in 2014 had ik nooit kunnen vermoeden in dit juridische moeras terecht te komen; rechtszaken te moeten voeren tegen verschillende bestuursorganen, die uiteindelijk, jaren later, op dezelfde dag bij de hoogste bestuursrechter zouden belanden. Twaalf jaar waarin investeringsbeslissingen worden uitgesteld, financieringen veranderen, kosten doorlopen en plannen niet kunnen worden uitgevoerd.

En toen veranderde ook nog de voorzitter
Na de jarenlange wachttijd kwam daar op 2 september 2026 iets bij wat mij persoonlijk heeft geraakt. Vooraf was staatsraad mr. drs. B.P. (Ben) Vermeulen aangekondigd als voorzitter van de meervoudige kamer. Bij aanvang van de zitting bleek echter dat hij was vervangen door mr. N. (Nico) Verheij. Voor zover mij bekend waren alle procespartijen daar vooraf niet over geïnformeerd. Ook jij niet, zo beschrijf je in jouw verslag van de zitting.

Ik stel niet dat mr. Verheij vanwege zijn eerdere loopbaan niet onafhankelijk zou kunnen oordelen. Maar zijn achtergrond was voor mijn persoonlijke beleving van deze specifieke zitting wel relevant. De Raad van State vermeldt dat mr. Verheij voordat hij staatsraad werd als wetgevingsjurist werkzaam was bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie en vervolgens coördinerend raadadviseur bestuursrecht bij datzelfde ministerie was. Sinds 2011 is hij staatsraad. Onder normale omstandigheden had ik aan zo’n loopbaanwisseling waarschijnlijk weinig betekenis toegekend.

Maar de omstandigheden zijn niet meer normaal. Mijn vertrouwen in verschillende onderdelen van de overheid was door alles wat in dit dossier is gebeurd al ernstig beschadigd. Het OM, Justis/LBB, de KSA en de gemeente Amsterdam zijn voor mij geen abstracte instellingen meer waar ik alleen een formulier naartoe stuur. Ik procedeer tegen besluiten van deze instanties, heb vragen over hun onderlinge informatie-uitwisseling en heb klachten ingediend over hun handelen.

Dat ik pas in de zittingszaal vernam dat een andere voorzitter mijn zaken zou behandelen, en dat die voorzitter een professionele voorgeschiedenis binnen Justitie heeft, kwam bij mij ongelukkig binnen. Nogmaals: dat is geen beschuldiging van partijdigheid. Het verklaart wel waarom die onverwachte wijziging voor mij niet slechts een administratief detail was.

Na al die jaren voelde ik mij nog steeds niet gehoord
Dat gevoel werd tijdens de behandeling niet weggenomen. Ik had na al die jaren gehoopt eindelijk de gelegenheid te krijgen om uit te leggen wat deze opeenvolging van besluiten in samenhang voor mij als koper heeft betekend. Niet alleen juridisch, maar ook feitelijk.

Toen ik mijn persoonlijke omstandigheden en mijn ervaringen met diverse overheidsinstanties wilde toelichten, kreeg ik van mr. Verheij niet de ruimte die ik daarvoor nodig had. Ook jij hebt die ruimte niet gekregen van de voorzitter aan het einde van de zitting in jouw zaken, las ik in jouw verslag. Na jaren wachten op een zittingsdatum is het wrang dat zo met je wordt omgegaan.   

Ik verwacht van een rechter, raadsheer of staatsraad geen sympathie. Ook niet dat mijn standpunt wordt gevolgd. Na twaalf jaar met deze overname bezig te zijn, wil ik wél het gevoel hebben dat ik mijn kant van het verhaal volledig en serieus kan vertellen en dat alles wordt meegewogen. Dat gevoel had ik na afloop van de zitting van 2 september helaas niet.

Nadat mijn eigen zaken waren behandeld, verliet ik het gebouw met het gevoel dat er, na jarenlang in een bestuurlijke en juridische wachtkamer te hebben gezeten, opnieuw niet naar mij was geluisterd.

Ik begrijp jouw frustratie
Als koper van jouw panden en bedrijven begrijp ik jouw frustratie. Onze posities zijn niet hetzelfde. Jij hebt jouw geschiedenis met de bedrijven en de panden, met het OM, de gemeente en de vergunningprocedures. Ik ben pas later in dit dossier terechtgekomen, maar onze ervaringen met de overheid vertonen opvallende overeenkomsten. Dát maakt deze reactie relevant. Dat je niet kunt leveren vanwege het beslag, kan ik je moeilijk kwalijk nemen. Maar als koopman is dit moeilijk te verteren.  

Ik kwam als nieuwe exploitant op jouw pad. Iemand die niets te maken heeft met oude conflicten. Nieuwe bezems vegen schoon, heb ik altijd gezegd. Ik wilde jouw bedrijven en panden kopen, de afgesproken € 2,8 miljoen aan het OM betalen en vervolgens ondernemen. Omdat het OM dit – uitgerekend sinds er in 2018 koopcontracten zijn gesloten – willens en wetens tegenhoudt, wilde ik daarover met het OM in gesprek om het op te lossen. Maar tot een oplossing of een inhoudelijk gesprek met het OM is het nooit gekomen.

De weg naar de Raad van State
De gemeente nam jarenlang de tijd om mijn vergunningaanvragen te ‘behandelen’, tot het OM beslag legde op jouw panden. Kort na dat beslag, stelde de burgemeester mijn aanvragen buiten behandeling. Daarmee werd uiteindelijk niet de aanvankelijk beoogde Bibob-route bewandeld, maar is via artikel 4:5 Awb een einde aan de behandeling van mijn aanvragen gemaakt.

De rechtbank vernietigde dat besluit op 19 december 2022, maar de burgemeester ging in hoger beroep. Die stap viel ook te verwachten nadat ik eind 2021 kennis had genomen van openbaar gemaakte interne correspondentie van gemeenteambtenaren van 26 september 2013 waarin van gemeentewege het toekomstperspectief van jouw speelhallen en panden werd geschetst: “rustig afwachten en uitroken.”     

Informatie vanuit het strafrechtelijke domein vond via het OM ook zijn weg naar de KSA. Justis/LBB bracht adviezen uit. De KSA trok in 2020 mijn landelijke vergunningen in. Een ‘dwingende’ bepaling in de Wet op de kansspelen die voorschreef dat binnen een jaar na vergunningverlening moest worden begonnen met exploiteren, hield stand bij de rechtbank Midden-Nederland. Die bepaling stond niet in de vergunningvoorwaarden en daar had ik inderdaad niet aan voldaan. De gemeente deed er namelijk véél langer over dan een jaar om een besluit te nemen over de gemeentelijke vergunningen die óók verplicht zijn om een speelhal te kunnen exploiteren.

En dat leidde ons ieder afzonderlijk naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waar de staatsraden nu de besluiten van de gemeente en de KSA en de uitspraken van de rechtbanken gaan beoordelen, mede tegen de achtergrond van de inmiddels openbaar geworden Wob- en Woo-stukken.

Ik vraag slechts om een neutrale, transparante beoordeling van het handelen van de betrokken overheidsorganen en spreek de hoop uit dat de gevolgen van jarenlang overheidshandelen niet opnieuw als argument worden gebruikt tégen degene die al die jaren op een definitieve, rechtvaardige beslissing heeft moeten wachten.

Het staat nu allemaal zo ver weg van mijn ondernemersdroom: twee speelhallen in Amsterdam bezitten en exploiteren waar ik gasten mag ontvangen, de roulettes mag laten draaien, de lampjes in de automaten mag laten flikkeren om mensen spel en avontuur te bezorgen.

E.F. La Lau
Koper van het pakket “Speelhallen Kaatee”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.