Waarom ik klaag over de gemeente Amsterdam

Hij is eruit. Eindelijk. Mijn klachtenbrief over langdurige, op mijn persoon gerichte en mogelijk vooringenomen behandeling door de gemeente Amsterdam. Ik heb er wekenlang aan gewerkt.

Lange voorgeschiedenis
Gisteravond heb ik hem digitaal verzonden, zowel aan de burgemeester als aan het college. Twee afzonderlijke bestuursorganen. Ik schrijf ‘mogelijk vooringenomen behandeling’ omdat je als klager natuurlijk niet op conclusies vooruit kunt lopen voordat de gemeente de gelegenheid heeft gehad zélf onderzoek te doen naar haar eigen gedragingen.

Omdat een deel van mijn klacht gaat over gedrag van ambtenaren van Directie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) wil ik niet dat die zich ermee gaan bemoeien. Hetzelfde geldt voor Bureau Integriteit.

De klachtenbrief beslaat 74 pagina’s, telt daarnaast negen producties en bestrijkt een periode van vele jaren waarin het handelen van de gemeente vragen oproept. Ik noem hierna enkele voorbeelden.

Iemand na een onherroepelijke vrijspraak blijven beschuldigen
In 2009 ben ik door het gerechtshof Amsterdam integraal en onherroepelijk vrijgesproken in de strafzaak Kolbak. Toch stelde de gemeente zich in 2010 en 2011, in de Bibob-procedure over mijn speelhalvergunningen, op het standpunt dat ik mij schuldig had gemaakt aan onder meer afpersing en witwassen, strafbare feiten waarvan ik volledig was vrijgesproken.

Vanwege het ‘diffamerende karakter’ van die beschuldigingen oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven in 2012 dat burgemeester Van der Laan onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat ik de strafbare feiten waarvan ik in 2009 volledig was vrijgesproken, tóch zou hebben gepleegd.

Ik wil van de gemeente weten waarom een definitief rechterlijk oordeel niet is gerespecteerd en wat voor de gemeente de aanleiding was om mij daarna te blijven beschuldigen.

‘Rustig afwachten en uitroken’
Een tweede voorbeeld kwam pas eind 2021/begin 2022 aan het licht. Via een Wob-procedure kreeg ik interne gemeentelijke correspondentie uit september 2013 in handen over mijn speelhallen en panden op de Wallen. In die correspondentie schreef een ambtenaar van de afdeling Openbare Orde en Veiligheid: ‘Rustig afwachten en uitroken.’

Dat wist ik in 2013 uiteraard niet. De gemeente heeft de correspondentie later zelf openbaar gemaakt en was in eerste instantie vergeten de namen van de met elkaar corresponderende ambtenaren zwart te lakken. Ongelukkig voor de gemeente en de betreffende ambtenaar, maar niet voor mij.

Ik vraag nu om te onderzoeken of dit een persoonlijke mening was van één ambtenaar, of dat hier een strategie of beleidslijn aan ten grondslag lag. Ook wil ik graag weten hoe dat “rustig afwachten en uitroken” zich verhoudt tot de vele pogingen die ik vanaf 2012 heb ondernomen om mijn speelhallen en panden aan een andere exploitant te verkopen om daarmee mijn nog resterende schuld – via betaling aan het Openbaar Ministerie – aan de heer Paarlberg af te lossen.

Welke ‘antecedenten’ bedoelt de gemeente?
Een derde voorbeeld is van recentere datum. In maart 2023 schreef een ambtenaar aan de voorzitter van het Red Light Jazz festival, waarvan ik directeur ben, dat ten aanzien van mij ‘nog steeds een negatief advies van het Team Veiligheid’ gold. In dezelfde correspondentie sprak hij over ‘de antecedenten van de heer Kaatee’. Dat roept bij mij de vraag op: welke antecedenten bedoelt deze ambtenaar?

Ik heb geen strafblad. En voor de strafbare feiten die steeds opnieuw in de gemeentelijke beeldvorming zijn teruggekeerd, ben ik in 2009 onherroepelijk vrijgesproken. In mijn klachtenbrief vraag ik waar deze kwalificatie ‘antecedenten’ vandaan kwam, waarop het negatieve advies van Team Veiligheid was gebaseerd, in welke gemeentelijke dossiers negatieve informatie over mij is bewaard en of die informatie nog steeds aanwezig is.

Een lange reeks van gebeurtenissen
Dit zijn slechts drie van de 18 onderwerpen die ik wil laten onderzoeken. Mijn klacht gaat veel verder. Die beschrijft een lange reeks van gebeurtenissen die afzonderlijk misschien kunnen worden teruggebracht tot een simpele verklaring, maar die in onderlinge samenhang een totaal ander beeld geven. Daarom heb ik de klacht ingediend.

Ik vraag de gemeente serieus en onafhankelijk te onderzoeken of binnen delen van de gemeentelijke organisatie gedurende vele jaren een negatief persoonsbeeld is ontstaan, hoe dat beeld is gevormd en intern en extern is gedeeld en welke invloed het heeft gehad op de manier waarop ik, mijn ondernemingen, mijn panden en zelfs mijn culturele activiteiten zijn behandeld.

De slotvraag van mijn brief aan de burgemeester en het college vat het goed samen: is de gemeente bereid onafhankelijk te onderzoeken hoe het mogelijk is dat een burger en ondernemer die onherroepelijk is vrijgesproken desondanks gedurende vele jaren binnen de gemeentelijke organisatie vanuit een criminaliteitsframe is bekeken?

Nu zijn de burgemeester en het college aan zet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.