De wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam heeft woord gehouden: vóór de kerst is uitspraak gedaan over het op 8 november jl. ingediende wrakingsverzoek tegen rechter mr. E (Eva) Slager die de nieuwe strafzaak Terrel voorzit. De wrakingskamer heeft mijn wrakingsverzoek afgewezen. De uitspraak is geheel in lijn met mijn eerdere ervaringen met rechtspraak van de rechtbank Amsterdam. Het is de zoveelste beslissing van deze rechtbank in mijn nadeel.

Een acteur is niet de persoon die hij speelt
De voornaamste reden waarom het verzoek is afgewezen is omdat een acteur niet de persoon is die hij speelt. Dat de partner van de voorzitter Peter R. de Vries was in de televisieserie Judas, is daarom volgens de rechtbank geen grond voor wraking.
De wrakingsrechters menen dat de andere aangevoerde feiten en omstandigheden ‘kleur kregen’ door het enkele feit dat de partner van de voorzitter Peter R. de Vries heeft gespeeld in een televisieserie gebaseerd op een boek van Astrid Holleeder. Nu dat laatste geen grond voor wraking oplevert, doen de andere aangevoerde feiten en omstandigheden dat ook niet, zo motiveert de wrakingskamer met zoveel woorden de beslissing van de rechtbank.
Feiten en omstandigheden
Best slim bedacht die redenering, maar dat is niet wat in het wrakingsverzoek is betoogd en ook niet wat op 13 december tijdens de behandeling van het verzoek naar voren is gebracht.
Mijn advocaten Han Jahae en Oscar Pluimer hadden in gesproken woorden en op schrift duidelijk gemaakt dat een samenstel aan feiten en omstandigheden uiteindelijk tot de wraking heeft geleid. Ze hebben niet gesteld dat één feit een voorwaarde zou zijn voor weer een ander feit, zoals de rechters in hun beslissing suggereren.
Een aantal feiten en omstandigheden waren al op het randje, waarbij van een paar omstandigheden pas is gebleken nadat de voorzitter onze vragen hierover deels had beantwoord. Het feit dat acteur Ronald Top, die Peter R. de Vries speelde in de serie Judas, op 17 oktober de regiezitting bezocht nadat zijn partner mr. Eva Slager had beslist dat de strafzaak van het OM tegen mij mocht doorgaan, was de druppel.

De acteur moet overigens vooraf van het besluit van zijn partner om het ne bis in idem-verweer af te wijzen op de hoogte zijn geweest, want hij kwam pas ’s middags.
Blijkbaar wist hij dat de zaak Terrel die middag verder zou gaan. Als de rechtbank het ne bis in idem-verweer namelijk niet had afgewezen, was de zaak ’s ochtends geëindigd in niet-ontvankelijkheid van het OM. Dan had de acteur die middag niet naar de rechtbank hoeven komen om een zitting bij te wonen die door zijn partner werd geleid.
Rechter belt met het OM
Het eenzijdige contact van voorzitter mr. Slager in de zomer met het OM, zonder medeweten van de verdediging, is op zichzelf al een zelfstandige grond voor wraking. Dat de voorzitter op 27 juni 2023 met een officier van justitie heeft gebeld over de zaak, daar kwamen we pas achter nadat de voorzitter dit kort voorafgaand aan de wraking had gemeld.
Het telefonische contact van de voorzitter met het OM is expliciet aangevoerd als wrakingsgrond, met verwijzingen naar relevante jurisprudentie. De wrakingskamer rept er met geen woord over in de uitspraak. Er zijn meer punten genoemd waarmee de voorzitter schijn van partijdigheid heeft gewekt, maar waar de wrakingskamer volledig aan voorbij is gegaan. Daar is het laatste woord nog niet over gesproken.
Nadere analyse volgt
Na dit korte feitelijke bericht over de uitspraak van de wrakingskamer, dat even moet bezinken, kondig ik alvast een nadere analyse aan van de overwegingen van de rechters mrs. K.A. Brunner (voorzitter), J. Thomas en L. van Berkum om het verzoek af te wijzen.