Openbaar Ministerie gaat in cassatie

Het bericht van het Openbaar Ministerie kwam gisteren onverwacht hard binnen, hoewel ik er ergens al rekening mee hield. Advocaat-generaal Raymond Tdlohreg belde mijn advocaat Oscar Pluimer en liet hem weten dat het OM op later nog nader te beoordelen en te bepalen gronden in cassatie gaat tegen de uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 1 mei 2026.

In lijn der verwachting
Het OM weigert zich voorlopig dus neer te leggen bij het oordeel van het hof dat de vervolging wegens het vermeende witwassen van panden op de Amsterdamse Wallen in strijd was met het ne bis in idem-beginsel.

Volgens het hof mocht ik niet opnieuw worden vervolgd voor vermeende strafbare feiten waarvoor ik eerder ben vervolgd en onherroepelijk ben vrijgesproken.

Hoewel een cassatieberoep, gezien de lange voorgeschiedenis en de volhardende opstelling van het OM, in de lijn der verwachting lag, voelde het nieuws toch als een mokerslag.

Eindeloze strafzaak
Sinds oktober 1997 word ik strafrechtelijk vervolgd. Dat heeft geresulteerd in een kennisgeving van niet verdere vervolging van Fred Teeven in 1998, een vrijspraak in 2007, in 2009 nóg een vrijspraak in hoger beroep, ditmaal onherroepelijk, en alweer een vrijspraak in 2024 ná tóch weer een nieuwe vervolging, en uiteindelijk de uitspraak van het hof dat ik niet opnieuw vervolgd had mogen worden.

Ik had gehoopt dat daarmee eindelijk een einde was gekomen aan de eindeloos lijkende strafzaak. Een strafzaak die het OM telkens heeft gepresenteerd als een nieuwe zaak, maar in feite steeds over hetzelfde gaat: het vermeende witwassen van het nooit teruggevonden deel van losgeld afkomstig van de Heinekenontvoering in 1983.   

Wat houdt cassatie in?
In cassatie wordt een strafzaak niet geheel opnieuw inhoudelijk behandeld. De vragen die de Hoge Raad als hoogste rechterlijke instantie moet beantwoorden zijn uitsluitend of het recht goed is toegepast en of de procedure juridisch correct is verlopen.

De Hoge Raad kijkt dus niet opnieuw of ik mij schuldig heb gemaakt aan witwassen. Het gerechtshof heeft immers vastgesteld dat hier in 2009 al een onherroepelijk oordeel over is uitgesproken en concludeerde daaruit dat het OM mij hier niet opnieuw voor mocht vervolgen.

Een cassatieprocedure draait vooral om juridische vragen, zoals:

  • heeft het hof het recht juist toegepast?
  • is de beslissing voldoende gemotiveerd?
  • zijn fundamentele procesregels nageleefd?

Artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Niet ieder cassatieberoep wordt automatisch in behandeling genomen. De Hoge Raad beschikt sinds 2012 over een filterbepaling: artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). Op grond van dat wetsartikel kan de Hoge Raad een cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaren voordat de zaak inhoudelijk wordt behandeld. Dat kan onder meer wanneer:

  • het cassatieberoep kennelijk onvoldoende belang heeft;
  • of wanneer de aangevoerde klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.

In de praktijk betekent dit dat de Hoge Raad eerst beoordeelt of een cassatieberoep juridisch voldoende gewicht heeft om uitgebreid behandeld te worden. Of artikel 80a RO in deze zaak een rol gaat spelen zal moeten blijken.

Opnieuw onzekerheid
De uitspraak van het hof van 1 mei voelde als het einde van een periode die bijna dertig jaar mijn gezinsleven en zakelijk leven heeft beheerst. Dat het OM met de cassatie een nieuw hoofdstuk toevoegt aan de procedure, betekent opnieuw onzekerheid en een terugkeer naar de wachtkamer die ik inmiddels van binnen en van buiten ken.

Toch verandert het cassatieberoep niets aan wat het gerechtshof heeft vastgesteld:
het hof heeft geoordeeld dat de strafzaak Terrel niet had mogen plaatsvinden. Daarbij is het hof bepaald niet over één nacht ijs gegaan. Het heeft een maand de tijd genomen om de tenlasteleggingen in de zaak Terrel en de vorige strafzaak Kolbak naast elkaar te leggen en de door het OM geconstrueerde ‘cosmetische’ verschillen aan de hand van jurisprudentie van de Hoge Raad in andere ne bis in idem-zaken te vergelijken. Het hof heeft zijn oordelen daarover uitgebreid toegelicht in de arresten ECLI:NL:GHAMS:2026:1195 en ECLI:NL:GHAMS:2026:1196.

De komende maanden, als het OM de cassatiegronden waarnaar eerst nog wordt gezocht heeft gevonden, zal blijken of de Hoge Raad aanleiding ziet het cassatieberoep te behandelen. Het laatste woord is nog altijd niet gesproken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.