Na het vrijsprekende vonnis van de rechtbank van 11 november 2024 in de strafzaak Terrel, ging het Openbaar Ministerie in hoger beroep. Gisteren, dinsdag 31 maart 2026, was de eerste zitting. Het betrof een regiezitting waarin je als verdachte onder meer kennismaakt met de raadsheren die de zaak in hoger beroep gaan behandelen, en met de advocaat-generaal die optreedt namens het OM. Het is dus nog geen inhoudelijke beoordeling. Op een regiezitting wordt de procesorganisatie besproken; zijn er nog onderzoekswensen, moeten er nog getuigen worden gehoord. Zulke onderwerpen komen normaal gesproken op een regiezitting aan de orde. Gisteren niet.

Het fundamentele punt
Op de regiezitting van dinsdag 31 maart stond maar één te behandelen punt op de agenda. Een fundamenteel punt: mocht het OM in 2020 überhaupt een nieuwe strafzaak tegen mij beginnen voor het (opnieuw) ten laste gelegde witwassen van vijf panden op de Amsterdamse Wallen of is die herhaalde vervolging in strijd met ne bis in idem.
Tweede vervolging voor hetzelfde feit is onrechtmatig
Ik ben hier namelijk al eerder voor vervolgd en van vrijgesproken, eerst op 21 december 2007 door de rechtbank Haarlem en vervolgens op 3 juli 2009 door het gerechtshof in Amsterdam. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de panden uit enig misdrijf afkomstig zijn. Die uitspraak is onherroepelijk. Ik heb de panden rechtmatig verkregen. Voor die aankoop in 2002 heb ik mijzelf diep in de schulden gestoken. Ik ben geen ‘stroman van Holleeder’, zoals het OM en vele media mij jarenlang hebben neergezet. Het hof heeft dat in 2009 onherroepelijk bevestigd.
Desondanks is het OM in 2020 onder de naam Terrel een nieuwe vervolging gestart. Dat was nadat ik niet ben ingegaan op een voorstel van een van de officieren van justitie in de strafzaak Vandros waarin Willem Holleeder terecht stond voor vermeende betrokkenheid bij liquidaties in de Amsterdamse onderwereld.
Rechtbank laat de vervolging doorgaan
De rechtbank Amsterdam had tweemaal de gelegenheid om Terrel voortijdig te beëindigen. Beide keren liet de rechtbank het passeren.
In 2021 diende mijn advocaat bij de rechtbank een Verzoek Einde Zaak in omdat Terrel naar zijn en mijn stellige overtuiging evident in strijd is met het ne bis in idem-beginsel dat iemand niet tweemaal voor hetzelfde feit mag worden vervolgd.
‘Vrijspraak is slechts momentopname’
De zittingscombinatie onder leiding van senior-rechter en oud-officier van justitie Dick van den Brink wees dat verzoek af. In hun beslissing stelden de rechters:
‘Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen. In hetgeen door de raadsman en verdachte overigens is aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen. Zo maakt de overweging in de vrijspraak van verdachte in Kolbak, dat ‘niet kan worden vastgesteld dat de Wallenpanden uit afpersing of enig ander misdrijf afkomstig zijn’ niet dat de Wallenpanden niet uit misdrijf afkomstig zijn, maar slechts dat dit (destijds) niet wettig en overtuigend bewezen is geacht.’
Door mijn vrijspraak in Kolbak als ‘slechts’ een momentopname te beschouwen, waarover een nieuw gerechtelijk oordeel mag worden gevraagd als het OM dit wenselijk acht, liet de rechtbank blijken weinig respect te hebben voor de onherroepelijke uitspraak van het gerechtshof in 2009 waarin hetzelfde verweten feit ten laste was gelegd.
Arrest uit grootmoeders tijd
De tweede keer dat de rechtbank een voortijdig einde had kunnen maken aan de in mijn ogen ontoelaatbare herhaalde vervolging was op de regiezitting van 17 oktober 2023 in eerste aanleg.
Nadat met een verwijzing naar nationale en Europese jurisprudentie was aangetoond dat de vervolging in Terrel een schending is van het ne bis in idem-beginsel, toverden drie andere rechters dan de rechters die het Verzoek Einde Zaak hadden afgewezen, na de pauze een stokoude uitspraak van de Hoge Raad uit de hoge hoed.
Het betreffende arrest uit de jaren ’50 van de vorige eeuw had betrekking op een veehouder uit Noord-Holland die een verboden toestand, waarvoor hij eerder was vrijgesproken, liet voortduren waarna hij opnieuw voor de verboden toestand werd vervolgd. De verboden toestand was zogezegd een ‘voortdurend delict’. De tweede vervolging had betrekking op een andere periode. Dit resulteerde wél in een veroordeling.
Andere periode
De veehouder deed in cassatie een beroep op het ne bis in idem-beginsel dat iemand niet tweemaal voor hetzelfde feit mag worden vervolgd. De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de veehouder af. De verboden toestand in een andere periode beschouwde de Hoge Raad als een nieuw feit. Die oude uitspraak betekende volgens de rechtbank dat ook in Terrel geen sprake is van schending van ne bis in idem, waarin het witwassen van de panden in een andere periode ten laste is gelegd.
Het OM was daarom ontvankelijk om mij opnieuw te vervolgen voor het witwassen van de Wallenpanden in een andere periode, want witwassen is een ‘voortdurend delict’. Aldus de rechtbank. Het resulteerde na een inhoudelijke behandeling van de zaak, zoals bekend, in een derde vrijspraak voor het tenlastegelegde witwassen van de panden.
Appels en peren
Bij de beoordeling of sprake was van ne bis in idem op 17 oktober 2023 had de rechtbank met de verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 1958, appels en peren met elkaar vergeleken. De zaken zijn onvergelijkbaar. De essentie van mijn vrijspraak in Kolbak is nu juist dat in 2009 is geconcludeerd dat géén sprake is van een verboden toestand. Er is geen delict. En als er geen delict is gepleegd, kan dat ook niet voortduren zoals de verboden toestand van de veehouder in 1958 wel voortduurde. Wat in mijn geval voortduurt is mijn vrijspraak.
Nieuw argument
In het Terrel-vonnis van 11 november 2024 haalde de rechtbank het arrest van de Hoge Raad uit grootmoeders tijd dan ook niet meer aan. De rechters, waarvan twee nieuwe ten opzichte van de zittingscombinatie op de regiezitting, hadden echter een nieuw oordeel klaar waarom in Terrel – ook achteraf gezien – het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing zou zijn.
Iets andere juridische etiketjes
Om Terrel te kunnen starten had het OM iets andere juridische etiketjes op het beweerde witwassen geplakt. Deze nuancering ten opzichte van de vervolging in Kolbak was duidelijk bedacht om ne bis in idem te omzeilen.
Behalve dat het witwassen van de panden in een andere periode ten laste is gelegd, wordt in Terrel mijn vennootschap vervolgd voor witwassen. Ikzelf ben verdacht van het leiding geven aan het witwassen door mijn vennootschap.
Daarnaast vervolgt het OM in Terrel niet voor het verwerven en voorhanden hebben van panden die eigenlijk van Holleeder zijn, zoals in Kolbak, maar voor het verhullen dat die panden van Holleeder zijn. Verhullen is volgens het OM en de wet een andersoortige witwashandeling. En ten slotte wordt het bestanddeel ‘van misdrijf afkomstig’ in Terrel anders ingevuld door het OM. In Kolbak was dit volgens het OM gerelateerd aan Endstra, en in Terrel wordt dit gerelateerd aan een misdrijf dat veel verder teruggaat: de Heinekenontvoering.
Kunstmatig gecreëerde verschillen
Deze drie kunstmatig door het OM gecreëerde verschillen ten opzichte van de eerdere vervolging in Kolbak vond de rechtbank ‘klein’. Maar bij elkaar opgeteld leverden die kleine verschillen samen een ‘aanzienlijk verschil’ op. En dus is sprake van een nieuw feit en is Terrel niet in strijd met ne bis in idem, zo concludeerde de rechtbank in het vonnis van 11 november 2024.
Al deze merkwaardige redeneringen van de rechtbank opgeteld vormden de reden om ne bis in idem gisteren opnieuw op te werpen als vervolgingsbeletsel, maar dan bij het hof dat mij op 3 juli 2009 onherroepelijk heeft vrijgesproken.
Morgen (of overmorgen) lees je hier mijn verslag van de zitting.