De maakbare samenleving van Freek Salm

Een wallenbewoner wees mij op het programma in het Parooltheater op 2 december waar ex-Wallenmanager Freek Salm zou spreken ‘over de onder- en bovenwereld en rechte ruggen’. Dat kon best interessant worden meende de bewoner die zelf wel eens stukjes schrijft voor de buurtkrant d’Oude Binnenstad. En zo wandelde ik op een regenachtige woensdagavond samen met een paar andere wallenondernemers naar het Parooltheater in de St. Pieterspoortsteeg, gelegen tussen de Oudezijds Voorburgwal en de Nes. Een vriendelijke gastheer liet ons binnen en vertelde dat journalisten van Het Parool het intieme theatertje begin jaren 2000 van de ondergang hebben gered en dat er sindsdien interviews en publieke debatten plaatsvinden voor maximaal 40 toeschouwers. Zoveel klapstoeltjes zijn er ongeveer.

Bureau Warmoesstraat
Freek Salm arriveerde keurig op tijd. Onderweg naar het piepkleine podium gaf hij me een hand en zei: ”Dag meneer Kaatee, we hebben elkaar wel eens gesproken over de Molensteeg, daar op de zolder van het oude bureau Warmoesstraat.” Dat had Sam goed onthouden. Hij doelde op de gesprekken eind jaren negentig tussen ondernemers van de Molensteeg en de politie en gemeenteambtenaren over de toekomst van de steeg. Salm begroette daarna raamexploitant Jan Broers, waar hij als Wallenmanager veel vaker contact mee had.

‘Wie zijn die maffiafiguren op de Wallen dan?’
Gespreksleider Paul van Liempt (Het Parool, BNR) had mijn ingezonden brief “Wie zijn die maffiafiguren op de Wallen dan?” in Het Parool gelezen en vond het een goede vraag om aan Salm te stellen. Net als Asscher en Cohen weigerde Salm namen te noemen van ‘maffiafiguren’ die volgens de overheid bezittingen hadden op de Wallen. Hij legde uit waarom hij dat niet deed. In de Telegraaf had hij ooit beweerd dat ‘bepaalde personen’ miljoenen hadden geïnvesteerd in de rosse buurt. Meteen kreeg hij processen aan zijn broek die hij verloor omdat hij zijn uitspraken niet kon staven met feiten. Sindsdien noemt hij geen namen meer. Salm verwees naar het Van Traa rapport. Daarin werden de 16 ‘criminele ondernemers’ die het zogenaamd op de Wallen voor het zeggen hadden ook niet bij naam genoemd doch cryptisch omschreven, bijvoorbeeld als ‘een Irakees die als vluchteling zonder schoenen de buurt in kwam’. Daarna pas hebben journalisten als Bart Middelburg en Jos Verlaan er namen aan verbonden. Van die oorspronkelijke 16 zijn er overigens weinig meer over, vertelde de voormalig Wallenmanager. In tegenstelling tot wat in het Van Traa rapport werd beweerd, bevestigde Salm dat de overheid altijd de baas is geweest op de Wallen.

Maakbare samenleving 
Tijdens de discussie verdedigde Salm zijn beleid van destijds en de Wet Bibob. De domineeszoon en oud-leraar maatschappij was en is nog steeds fervent voorstander van de omgekeerde bewijslast en de ‘maakbare samenleving’. Het massaal opkopen van panden door de gemeente eind jaren negentig vindt Salm goed voor de stad, want ‘anders zouden die panden in handen van de onderwereld zijn geraakt.’ Hij noemde enkele voorbeelden van succesvolle aankopen uit zijn tijd: het Oibibio-pand aan de Prins Hendrikkade en het pand Oudezijds Achterburgwal 99 waar nu het restaurant ‘Blauw aan de Wal’ is gevestigd.

Niet zo zeuren
Wallenondernemers moeten niet zo zeuren, vindt Salm. Prostitutie en coffeeshops mogen best wat minder. In plaats daarvan ziet hij liever goede restaurants en een luxe nachtclub. Op het Oudekerksplein fantaseert Salm graag over ambachtslieden en edelsmeden in de sfeer van Anton Pieck. Dat leek hem prachtig.

Raamprostitutie
Volgens de oud-Wallenmanager is raamprostitutie de meest transparante vorm van prostitutie die er bestaat. Raambordelen zijn eenvoudig te controleren, mits de gemeente ook haar verantwoordelijkheid neemt en door middel van een pasjessysteem zelf contacten gaat onderhouden met de prostituees. Daar ontbreekt het nu aan. Nu moeten raamexploitanten verplicht paspoortcontroles uitvoeren terwijl het gemeentelijk apparaat daar veel beter toe in staat is. Dit geluid klonk als muziek in de oren van de raambordeelhouders die al jaren pleiten voor het verstrekken van gemeentepassen aan prostituees.

Weblog
Salm had mijn weblog gelezen en zei lachend vereerd te zijn dat ik hem als bedenker van de Wet Bibob had bestempeld. Dat zou echter niet kloppen. Toch ben ik niet de enige die hem die rol heeft toebedeeld.
De voormalig Wallenmanager legde uit dat het idee voor de Wet Bibob was ontstaan binnen PvdA kringen maar daar hadden veel meer mensen aan bijgedragen. Bij de totstandkoming van de wet was Salm alleen in de laatste fase nauw betrokken.

Aalgladde PvdA’ers
De functie Wallenmanager was ooit bedacht door toenmalig wethouder Eberhard van der Laan (PvdA). Daar kon Salm het goed mee vinden maar van de huidige locale PvdA-bestuurders heeft hij geen hoge pet op. Vooral de wijze waarop deze PvdA’ers zich in het openbaar presenteren stoort hem. Dat Asscher Charles Geerts in de media ‘een crimineel persoon’ had genoemd kon niet door de beugel, vond Salm.

Jan Broers merkte op dat de Wallenmanager na zijn aantreden gesprekken aanging met ondernemers en voor hen een open oor had, terwijl Lodewijk Asscher zich star en hooghartig opstelt, waardoor er geen fatsoenlijk gesprek meer te voeren is. Voor aalgladde PvdA’ers als Lodewijk Asscher en Wouter Bos had Salm weinig waardering. Van Els Iping en haar regeldrift moet hij helemaal niets hebben. De ex-Wallenmanager was meer van de lijn Jan Schaefer, maar de geest van de in 1994 overleden wethouder die de taal van ‘het volk’ sprak, is al lang uit de PvdA verdwenen. Salm heeft zijn lidmaatschap inmiddels opgezegd.

Ontslag
Toen ik hem tijdens het debat confronteerde met zijn plotselinge verdwijning als Wallenmanager beweerde Salm uit zichzelf te zijn opgestapt: “in zo’n rol moet je nooit ergens lang blijven zitten.” Maar als je de publicaties over zijn ontslag terugleest komt duidelijk naar voren dat het college van burgemeester en wethouders niet langer met hem verder wilde, terwijl Salm volgens eigen zeggen nog lang niet klaar was met zijn werk.

Naborrelen
Na de interessante discussie in het Parool-theater nodigde Salm ons uit voor een borrel. Die hebben we met hem gedronken bij Kerkwijk in de Nes, op zijn kosten. In het café erkende hij helemaal niet vrijwillig te zijn vertrokken. Als Wallenmanager raakte hij wel eens in gesprek met mensen als Charles Geerts terwijl zijn superieuren dit uitdrukkelijk hadden verboden. Dat hij zich niet aan die instructie hield, werd hem zeer kwalijk genomen. “Cohen en Asscher zouden ervan gruwelen als zij wisten dat ik hier met jullie zat,” vertrouwde Salm ons toe.

We spraken ook nog over zijn succesvolle kruistocht tegen de illegale gokhuizen in de buurt. Het onderzoek van professor Frank Bovenkerk naar georganiseerde criminaliteit in de legale speelautomatenbranche kende Salm. De conclusie van dit rapport uit 1998 luidde: “De omvang van de ondernemerscriminaliteit en de betrokkenheid bij georganiseerde misdaad in de branche van amusementscenters is veel minder dan zou kunnen worden opgemaakt uit uitlatingen in het openbaar door onder andere politiefunctionarissen.” Dit was twee jaar nadat de commissie Van Traa haar bevindingen over de Wallen had gerapporteerd waarin de conclusies voornamelijk waren gebaseerd op ongenuanceerde veronderstellingen van dezelfde politiefunctionarissen. Van een evaluatie van die veronderstellingen is het nooit gekomen omdat teveel belangen en reputaties beschadigd zouden kunnen raken.

Toen wij buiten afscheid namen gaf Salm mij zijn kaartje. Ik mocht hem altijd bellen voor advies.