De strijd tegen de Amsterdamse onderwereld

Layout 1Woensdagavond 15 juni jl. ging het in het Parooltheater over de strijd tegen de Amsterdamse onderwereld. Paul Vugts had er een boek over geschreven. Het zoveelste boek over dit onderwerp. Collega wallenondernemer Jan Broers had de aankondiging gelezen in Het Parool en vroeg of ik zin had om er samen naartoe te gaan. We hadden het kleine theater in de St. Pieterspoortsteeg eerder bezocht in 2009 toen oud-Wallenmanager Freek Salm er werd geïnterviewd over de Wet Bibob. Daar kwamen toen maar 10 bezoekers op af maar deze keer leek het wel uitverkocht. Het kostte Broers enige overredingskracht om toch nog twee toegangsbewijzen te bemachtigen.

Bronbescherming
Een week voor de presentatie had ik bij de Raad voor de Journalistiek een klacht ingediend tegen misdaadjournalist Vugts en de directie van Het Parool in verband met het artikel ‘Gokhallen Wallen gesloten’ op de voorpagina van Het Parool. Vugts had geen wederhoor toegepast en bleek zelfs eerder op de hoogte van het besluit van de gemeente om mijn bedrijven te sluiten dan ik. Wie was de in het artikel opgevoerde ‘woordvoerder van het stadhuis’ die het nieuws naar de journalist had gelekt?

Advocatenkantoor Kennedy Van der Laan reageerde namens Het Parool en Vugts dat de krant niet gehouden is de identiteit van deze ambtenaar prijs te geven. Met andere woorden: ik mag niet weten welke officiële vertegenwoordiger van de gemeente de journalist voortijdig, onjuist en onvolledig had geïnformeerd. Op de voorpagina van de krant stond in vette letters geschreven dat de gemeente mij beschouwt als ‘stroman van Holleeder’ terwijl de burgemeester in het besluit juist stelt dat dit niet meer het geval is. Het besluit is gestoeld op andere gronden.

Vragen
De voorlichter heeft Vugts dus verkeerd voorgelicht, maar was dit om mij in een kwaad daglicht te stellen? Of had Vugts het stroman verhaal er zelf bij bedacht om Holleeder te kunnen noemen omdat dit nu eenmaal beter verkoopt? En sinds wanneer heeft een woordvoerder van het stadhuis journalistieke bescherming nodig? Kortom: ik zat met een aantal vragen, maar Kennedy Van der Laan hield voet bij stuk: Het Parool beroept zich op bronbescherming. De discussie in het Parooltheater was een mooie gelegenheid om aan de schrijver zelf te vragen met welke woordvoerder van het stadhuis hij contact heeft gehad over het besluit.

Woordvoerder van het stadhuis
In het vraaggesprek met gastheer Paul van Liempt ging Vugts prat op zijn goede contacten met zowel de politie als de onderwereld. Vugts vertelde dat hij nooit de identiteit van een bron prijsgeeft als de bron dit zo aangeeft. Maar hoe zit het met officiële bronnen? Ik kon mij niet voorstellen dat een voorlichter van de gemeente een journalist vraagt om zijn of haar identiteit geheim te houden. Dus vroeg ik Vugts in het volle zaaltje wie degene was die hem over het besluit had geïnformeerd. De misdaadverslaggever gaf de naam niet prijs.

Contacten met politie en justitie
Wie bekend is met het oeuvre van Vugts en zijn collega Bart Middelburg weet dat beide misdaadverslaggevers uitstekende contacten hebben bij de Amsterdamse politie en doorgaans de visie en standpunten van politie en justitie uitdragen. Trots vertelde Vugts in het Parooltheater vaak ‘embedded’ met de politie mee te mogen bij bijzondere acties. Vanuit de hoek van justitie had de journalist naar eigen zeggen wel eens kritiek gekregen dat hij in een bepaalde publicatie de onderwereld op een voetstuk had geplaatst. Vugts troostte zich met de gedachte dat criminelen, die hij regelmatig zegt te spreken, op hun beurt weer vinden dat hij in zijn artikelen te vaak de kant van de politie kiest.

Justitie vs onderwereld
Maffia zoals we dat kennen uit Italië, de Verenigde Staten en Rusland, is hier niet actief, ook niet op de Wallen. Dat heeft het Emergo-onderzoek onlangs uitgewezen. Maar zware misdaad is er wel degelijk in Amsterdam, stelt Vugts en verwijst naar het liquidatieproces dat thans gaande is.

Volgens Vugts is justitie, ondanks vele bevoegdheden zoals het verrichten van huiszoekingen, observaties, het afluisteren van telefoongesprekken en het werken met kroongetuigen, nauwelijks nog in staat de onderwereld écht aan te pakken. De reden hiervan is simpel: justitie moet zich aan de wet houden en de onderwereld niet. Bovendien laten de grote jongens zich tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk observeren en tappen. En als verdachten wel over de tap komen, dan is dat bij buitenlanders vanwege de vele dialecten vaak moeilijk te volgen. Zo verstond een medeverdachte in de strafzaak tegen de Turkse vrouwenhandelaar Saban B. zichzelf niet toen een tapgesprek op de zitting werd afgespeeld. De verdachte merkte op: “Als ik mezelf niet eens versta, hoe kunnen jullie dan weten wat ik zeg?” Ook het werken met kroongetuigen is niet zaligmakend. Ze verklaren ongeloofwaardig of weigeren over het verleden te praten zoals ex-Hell’s Angel Diaz, zo stelde Vugts.

Nieuwe aanpak
Als het werken met kroongetuigen en het observeren en tappen niet meer helpt, zijn er dan nieuwe methoden die justitie inzet tegen de onderwereld, wilde Van Liempt weten van de misdaadjournalist. Vugts antwoordde: “Het financieel uitkleden van criminelen is de nieuwe aanpak van justitie. De nieuwe aanpak leidde bij de vervolging van Gwenette Martha tot een groot succes. Dat komt onder meer doordat in 2001 de wetgeving rond het witwassen is verruimd.”

Lekken naar de media
De gespreksleider richtte zich tot het publiek en vroeg aan de aanwezigen of iemand meer manieren wist waarmee de onderwereld werd aangepakt. “Lekken naar de media,” riep ik. “Wat bedoel je precies?” vroeg Van Liempt geïnteresseerd. Ik legde uit: “Politie en justitie lekken bewust informatie uit onderzoeken naar de media, bijvoorbeeld om daarmee getuigen te beïnvloeden.” Of ik een voorbeeld kon geven. Dat was niet zo moeilijk: de Endstra-tapes. Ik hield Van Liempt voor dat een half jaar voordat de Endstra-tapes werden uitgebracht, door politie en justitie getuigenverklaringen uit het Holleeder/Endstra-onderzoek zijn gelekt naar Vugts en zijn collega Middelburg. Die schreven er in 2005 paginavullende artikelen over.

Van Liempt kon zich haast niet voorstellen dat de politie inzage gaf in verklaringen, en riep vanaf het piepkleine podium: “Ho, ho. Dat kan je nou wel roepen maar dat weet je niet, dat kun je niet weten.” Ik antwoordde: “Voordat er één arrestatie in de Holleeder-zaak was verricht, schreven Middelburg en Vugts dat ‘uit bij de politie afgelegde verklaringen blijkt…etcetera’. Dan is duidelijk waar die informatie vandaan komt en wat ermee wordt beoogd. Voor de goede lezer wel tenminste!”  Vugts hield wijselijk zijn mond. Gelukkig voor hem werd de discussie abrupt gesmoord door een opmerking uit de zaal die een nieuw onderwerp inluidde.

Achteraf weten journalisten het allemaal zo goed
Aan het slot van de bijeenkomst bracht ik naar voren dat journalisten het achteraf allemaal zo goed weten. In publicaties rekenen zij bordeelhouders gemakkelijk af op vrouwenhandel zonder erbij stil te staan dat vrouwenhandelaren meisjes niet bedreigen of mishandelen waar raamverhuurders bij zijn, of als zij achter het raam staan.

Nu doet vrijwel elke misdaadjournalist voorkomen alsof hij van Willem Endstra al ver voor zijn dood wist dat het een boef was. Endstra werd in de media pas in 2002 ‘bankier van de onderwereld’ genoemd. Daarvoor stond hij bekend als ‘Stille Willem’, omdat hij nooit op de voorgrond trad. Niemand had iets slechts over hem te melden, behalve dat hij ooit in 1991 drie dagen in hechtenis heeft gezeten in een onderzoek naar een XTC-bende. Endstra is daarvoor niet vervolgd en is ook nooit veroordeeld. Tijdens strafprocessen, zoals die tegen Saban B. en Willem Holleeder, raken misdaadjournalisten er doorgaans pas van doordrongen wat zich allemaal heeft afgespeeld.

Vugts kaatste de bal onmiddellijk terug: “Kom nou toch. Dat Endstra relaties en conflicten had met criminelen was al jaren bekend bij mensen die met Endstra omgingen. Iedereen op het kantoor aan de Apollolaan wist dat Mieremet Endstra daar met een pistool had bedreigd.” Ik wees Vugts er fijntjes op dat dit incident plaatsvond in de zomer van 2002 en dat ik enkele maanden daarna de banden met Endstra heb verbroken. “Endstra deed ook zaken met de gebroeders Driessen…” probeerde Vugts nog. Maar de Driessens werden pas ‘dubieus’ gevonden nadat zij 2001 werden geliquideerd. Daarvoor waren het volgens de media keurige zakenlieden.

Met dit gesputter eindigde de discussie over de strijd tegen de onderwereld tamelijk onbevredigend. Tenminste voor mij. Andere bezoekers noemden de avond ‘heel interessant’.