De strijd tegen vrouwenhandel

ProstitutieHoe bestrijd je misstanden in de prostitutiesector? Daar bestaan verschillende ideeën over, maar dat slachtoffers van mensenhandel moeten worden opgevangen staat als een paal boven water. Vandaag opent staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven in Leeuwarden zo’n opvangcentrum: het Centrum Kinderhandel Mensenhandel (CKM). Het CKM is onderdeel van Fier, een expertise- en behandelcentrum op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties.

De PvdA diende eerder deze maand, samen met de SP en de ChristenUnie, een wetsvoorstel in om klanten van prostituees strafbaar te kunnen stellen als zij bij hun bezoek hadden kunnen vermoeden dat de betreffende dame het werk niet vrijwillig doet. Uit recent onderzoek is gebleken dat 10% van alle mannen in Nederland meermaals per jaar een prostituee bezoekt. De drie partijen willen dus een wet die van honderdduizenden klanten van prostituees potentiële verdachten maakt. Je zal door de opwinding maar een keer niet goed hebben opgelet. Ben je opeens medeplichtig aan vrouwenhandel.

Prestatiecontracten
Lodewijk Asscher zette jaren geleden als PvdA-raadslid, en later als wethouder en locoburgemeester, het bestrijden van vrouwenhandel hoog op de politieke agenda, en daarmee tegelijk op de agenda van politie en justitie. Asscher verdient daarvoor alle lof. De politie was tot dan toe gebonden aan prestatiecontracten en mocht vrouwenhandelaren alleen ‘opjagen’. Toen raamexploitanten de politie eind jaren negentig waarschuwden voor de groep rond de Turkse vrouwenhandelaar Saban B. ging de politie de bende ‘hinderlijk volgen’ met als gevolg dat die zich door heel Nederland ging verspreiden. Lopende opsporingsonderzoeken belandden daardoor ‘op de plank’, zoals dat heet in politiejargon, want het had van hoger hand ‘geen prioriteit’. Dat was een van de pijnlijke conclusies van rapporten over gedwongen prostitutie die in 2005 op Asschers bureau belandden.

Het is evident dat het probleem destijds niet is onderkend en daarna niet goed is aangepakt. Maar Asscher peinsde er niet over de hand in eigen boezem te steken en openlijk te erkennen dat de Amsterdamse driehoek het bestrijden van gedwongen prostitutie lange tijd heeft veronachtzaamd. Politie en justitie hadden de vrouwenhandelaren niet moeten opjagen maar achter tralies moeten zetten.

‘Raamprostitutie Amsterdam in handen van criminelen’
Dat moest dus anders. Asscher wist hoe: de zwarte piet neerleggen bij raamexploitanten door hen neer te zetten als faciliteerders van mensenhandel. Dan konden hun vergunningen worden ingetrokken. En dan vervolgens de gesloten prostitutiepanden opkopen, ontnemen of onteigenen. Charles Geerts, door Asscher aangeduid als ‘een crimineel of criminogeen persoon’, zou in 2006 het eerste doelwit worden. In het boekje ‘Nieuw Amsterdam’ dat eind 2005 van zijn hand verscheen, begint Asscher alvast stemming te maken:

‘Als we weten dat de raamprostitutie in Amsterdam in handen is van een klein aantal criminelen, als we weten dat voor een flink aantal vrouwen een achtergrond van gedwongen prostitutie speelt, als we weten dat Amsterdam voor veel loverboys een gouden afzetmarkt is, hoe trots kunnen we dan precies op onze Wallen zijn? Wat mij betreft wordt de raamprostitutie in Amsterdam actief ontmoedigd. Liever een toeristenattractie minder dan medeplichtigheid aan misbruik van vrouwen. Die vrouwen die wel vrijwillig en zelfstandig in de prostitutie willen werken, kunnen prima terecht op andere plaatsen, in sekshuizen en bordelen.’

Alsof vrouwenhandel en gedwongen prostitutie uitsluitend voorkomt in de raambordeelsector en niet in sekshuizen, bordelen en er geen illegale- en thuisprostitutie bestaat. Asschers plan van aanpak hield in: de helft van alle raambordelen op de Wallen laten verdwijnen. Critici werd de mond gesnoerd met teksten als: “wie tegen het plan is, steunt vrouwenhandel!” Maar Geerts hield stand in de Bibob-procedure, waarop de gemeente zich genoodzaakt voelde de portemonnee te trekken.

Minder ramen = minder vrouwenhandel
Het op grond van de Wet Bibob weigeren van vergunningen alleen was niet voldoende. De ‘criminele infrastructuur’ moest worden gesloopt en de criminelen verjaagd, zo luidde de boodschap. De jacht op prostitutiepanden op de Wallen was geopend. Die moesten in handen komen van bonafide partijen. Om vrouwenhandel te bestrijden en om de aanzuigende werking op georganiseerde misdaad tegen te gaan. Volgens de wiskunde van Lodewijk Asscher betekent minder ramen per definitie minder vrouwenhandel.

Officier van Justitie Jolanda de Boer, de aanklager in de meeste, zo niet alle vrouwenhandelzaken in de Amsterdamse regio, had kennelijk dezelfde wiskundeleraar als Asscher. “Het is eigenlijk een eenvoudige rekensom. Als er minder ramen zijn, dan bijna per definitie minder uitbuiting. Dat lijkt mij een stukje wiskundige logica,” zegt de officier met een stalen gezicht in ‘De Slag op de Wallen’ deel 2, de onthullende reportage van Brandpunt Reporter over de Wallen-aanpak die begin dit jaar in twee delen op televisie werd uitgezonden.

Jolanda de Boer (Brandpunt Reporter)

Prostituees aan het woord
Wat vinden prostituees er eigenlijk zelf van dat er zoveel legale werkplekken door toedoen van de overheid verdwijnen? De PvdA, de partij van initiator Asscher, was niet in de mening van de dames geïnteresseerd. Politicoloog Bas Merkx en socioloog Laurens Buijs wel. Die hielden in 2010 een enquête onder prostituees. Prostituees kwamen ook aan het woord in de NCRV-documentaire ‘De Bezem door de Wallen’ van Frans Bromet, en dit jaar in de reportage van Brandpunt Reporter van de KRO.

De dames hebben geen enkel begrip voor het anti-prostitutie beleid van de gemeente en ook niet voor de slachtofferrol die hen wordt opgedrongen. Het laten verdwijnen van zoveel legale werkplekken doet uitbuiting niet verminderen, maar zorgt voor meer thuiswerk, groei van de escortbranche en illegale prostitutie. Dat zeggen vrijwel alle deskundigen. De gemeente houdt er een andere visie op na. Die luistert alleen naar verhalen van de prostituee Patricia Perquin, die ondertussen door de Volkskrant is ontmaskerd als een journaliste met een rijke fantasie.

Uitstapprogramma’s
Eind 2008 startte de overheid de ‘Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees’ (RUPS) waarmee prostituees worden geholpen om uit het vak te stappen. Een soort uitsterfregeling. Daar kwam al meteen kritiek op van dames die met een gat in hun CV kwamen te zitten omdat ze daarop niet willen vermelden dat ze in de prostitutie hebben gewerkt zolang dit niet als een alom geaccepteerd en gerespecteerd beroep wordt gezien. Bovendien kunnen werkgevers de bedragen die een prostituee normaal gesproken verdient (‘300 tot 1000 euro per dag’) niet betalen. Zodoende is er weinig animo om van de regeling gebruik te maken en zijn de successen van de uitstapprogramma’s, ondanks de miljoenen die erin worden gestoken, maar zeer beperkt. Toch wordt voor de uitstapprogramma’s voor prostituees de komende vier jaar nog eens 3 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld. Dat maakte minister van Veiligheid en Justitie Opstelten op 12 oktober jl. bekend in een brief aan de Tweede Kamer.

De strijd gaat door
De strijd tegen vrouwenhandel gaat wat de overheid betreft onverminderd door. Wat volgens dames die in ‘het vak’ zitten of hebben gezeten zou helpen is als de politiek hen niet meer beschouwt als hulpeloos slachtoffer maar eindelijk eens naar hen gaat luisteren. Zorg er als overheid gewoon voor dat prostituees hun vak veilig en legaal kunnen uitoefenen. Op de Wallen of elders.