Toen mijn advocaat Han Jahae, inmiddels met pensioen, op 2 juni 2025 bericht kreeg van het gerechtshof dat het hoger beroep in Terrel ‘op zijn allervroegst’ in het eerste kwartaal van 2026 kan beginnen – bijna anderhalf jaar na mijn vrijspraak – schrok ik. Zó lang wachten!? Maar de tijd is voorbijgevlogen. Dinsdag 31 maart 2026 was de eerste zitting.

Brieven naar de hoogste leiding
In de tussentijd heb ik niet stilgezeten, en mijn advocaat ook niet. Ik heb brieven gestuurd naar de minister van Justitie en Veiligheid, naar het college van procureurs-generaal en naar de korpschef, zodat de hoogste leiding in Nederland volledig op de hoogte is van wat het OM doet in de strafzaak Terrel – en van de schade die daardoor blijft oplopen.
‘Kaatee mag er niet zonder kleerscheuren vanaf komen’
Er zijn schriftelijke standpunten uitgewisseld, en er is ook verkennend gesproken met de advocaat-generaal of dit niet op een andere manier opgelost zou kunnen worden dan het hele proces nog eens dunnetjes overdoen in hoger beroep. Het OM zag er niets in. De standpunten lagen te ver uit elkaar. ‘Kaatee mag er wat het OM betreft niet zonder kleerscheuren vanaf komen,’ had de advocaat-generaal tijdens het verkennende gesprek gezegd. In januari heeft hij dat nog eens telefonisch herhaald.
Regiezitting
Zoals ik in mijn vorige blog aangaf stond de regiezitting van 31 maart volledig in het teken van ne bis in idem, ofwel de vraag of het OM mij na mijn onherroepelijke vrijspraak in 2009 opnieuw mocht vervolgen voor hetzelfde feit: het door het OM veronderstelde witwassen van vijf panden op de Amsterdamse Wallen.
De regiezitting begon om 09.00 uur en zou tot 11.00 uur duren. Daarna stond een andere zaak op de agenda. De zitting kon dus niet uitlopen.
Voor mij was het alweer een tijd geleden dat ik het nieuwe marmeren Paleis, waar het gerechtshof is gehuisvest, had bezocht. Met wisselend succes.
Verslag
Wij waren de enige bezoekers bij de detectiepoort. Een vriendelijke beveiliger leidde ons er doorheen en vertelde waar we ons konden melden. Eerst links, dan rechts bevond zich een balie. De medewerker daar kon ons vertellen naar welke verdieping we ons moesten begeven: de eerste. De bode wist in welke zaal de regiezitting werd gehouden. Onderweg naar de roltrap kwamen we alleen een schoonmaakster tegen.
Er hing een serene rust in het Paleis van Justitie. Het loket van de bode was nog onbemand. Toen de bode verscheen, meldden we ons aan.
Bode: U bent…
Ik: Marcel Kaatee
Bode: Hoe spel ik uw achternaam?
Ik: K dubbel aa, T, dubbel ee
Bode: En wie heeft u meegebracht?
Ik: Priscilla Jourdan, mijn vriendin/partner
Bode: Dan schrijf ik op: ‘partner’
De regiezitting werd gehouden in zittingzaal 4. Het was maar een klein zaaltje. Dat zag ik door het glas bovenaan. Niet wat we gewend zijn. ‘De zalen worden al kleiner. De zaak gaat als een nachtkaars uit’, grapte ik tegen mijn vriendin.
Advocaat arriveert
Na vijf minuten kwam de roltrap weer in beweging. Hij bracht Oscar Pluimer, mijn advocaat, en een kantoorgenoot van JahaeRaymakers Advocaten naar de eerste verdieping. De verdediging was compleet. De heer La Lau, de koper van de speelhallen en de panden, zou ook naar de zitting komen, had hij laten weten. La Lau heeft belang bij de uitkomst van de regiezitting. De buitenbehandelingstelling van zijn vergunningaanvragen door burgemeester Halsema in april 2021, is namelijk volledig gestoeld op het strafrechtelijk beslag op mijn panden.
Het besluit van de burgemeester, aangestuurd door het OM, staat en valt bij het al dan niet doorgaan van de zaak Terrel dan wel een niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Alleen was de heer La Lau in geen velden of wegen te bekennen. Evenals mijn vriend Bert en een journalist die ook naar de zitting zouden komen.
Eerste kennismaking
Iets over negenen mochten we naar binnen. De drie raadsheren, waarvan één dame, de griffier en de advocaat-generaal (hierna: A-G) hadden hun posities al ingenomen. De raadsheren hadden een open frisse uitstraling. De ontvangst was professioneel vriendelijk, ik kan het niet beter omschrijven. De n.a.w. gegevens werden anders doorgenomen dan ik gewend was bij de talloze eerdere rechtszittingen die ik als procespartij heb bijgewoond.
De voorzitter las niet zoals gebruikelijk als een robot gegevens van een papiertje voor waarna van mij een simpele bevestiging als ‘klopt’, ‘inderdaad’ of ‘juist’ werd verwacht, maar vroeg waar ik woonde en waar mijn bedrijf was gevestigd, waarna ik antwoord gaf.
Pleitnotitie verdediging
Na een korte inleiding gaf de voorzitter het woord aan mijn advocaat. Mr. Pluimer had voor de zitting een stevige pleitnota geschreven van 35 pagina’s, waarin veel feitelijke input van mijn kant was verwerkt en verwijzingen naar relevante jurisprudentie.
Edelgrootachtbaar College,
Het is 6 oktober 1997. De heer Kaatee wordt aangehouden en in verzekering gesteld in het onderzoek Citypeak. De verdenking ziet onder meer op (opzet)heling – heling van de Wallenpanden, zo blijkt uit het narratief in de Citypeak-stukken…
Op dat moment realiseerde ik me dat het OM al bijna 30 jaar met mij bezig is. Dat voelt ook zo. Mijn gedachten gingen terug naar Fred Teeven, officier van justitie in zowel het Citypeak- als het Kolbak-onderzoek. In beide onderzoeken was ik verdachte. Als Kolbak-officier kwam hij op 2 februari 2006 mijn cel in wandelen op de beveiligde rechtbank op Schiphol. Ik zat op dat moment al urenlang opgesloten, in afwachting om te worden voorgeleid voor de rechter-commissaris.
Fred Teeven
Nadat de dikke celdeur van het slot af ging en openzwaaide, stond Teeven ineens voor me.
‘Dag meneer Kaatee. Wij hebben elkaar niet eerder gesproken. Ik wil even met u kennismaken. In Citypeak was u al verdachte. Toen kon ik niet bewijzen dat u erbij betrokken was maar nu gaat u zeker de gevangenis in. Als het aan mij ligt tot de inhoudelijke behandeling begint. Maar u heeft een goede advocaat, mr. Kuijpers.’
Iets langer dan een jaar na mijn arrestatie in Citypeak ontving ik van Teeven een zogeheten kennisgeving niet verdere vervolging. En in Kolbak ben ik na mijn aanhouding op 30 januari 2006 wel verder vervolgd en uiteindelijk vrijgesproken voor het witwassen van de Wallenpanden, eerst door de rechtbank en daarna door het hof.
Vergelijking berichtgeving in de media
Terug naar de pleitnota van mr. Oscar Pluimer die hij voor de regiezitting had opgesteld:
‘In alle onderzoeken die zojuist de revue passeerden hebben legio openbare zittingen plaatsgevonden. Zittingen die – zeker in eerste aanleg – steeds met grote belangstelling door onafhankelijke en onpartijdige (misdaad)journalisten zijn gevolgd en door hen uitvoerig zijn verslagen. Zij deden uitgebreid verslag van wat verdachten, officieren van justitie, advocaten en rechters in wat toen “het proces van de eeuw” werd genoemd, publiekelijk naar voren brachten en wat verder ter sprake kwam. Uit dat alles hebben zij het juridische vakjargon gefilterd zoals het debat ter zitting naar voren kwam en het strafproces voor het “gewone” publiek in begrijpelijke taal samengevat. Wat is er nu van al die onderzoeken en zittingen bij journalisten en de “gewone” burger beklijfd?’
Vervolgens toont mijn advocaat aan de hand van de berichtgeving in de media over het Kolbak-proces en over Terrel aan dat het narratief van het OM in Kolbak niet verschilt van het narratief in Terrel: de gokhallen en panden op de Wallen zijn van Holleeder en Kaatee is zijn ‘stroman’ die het allemaal op zijn naam heeft. Aldus het OM. Het is precies dezelfde beschuldiging. Zowel in Kolbak als in Terrel. Dezelfde panden, dezelfde (rechts)personen, dezelfde financiering, dezelfde materiële en feitelijke gedragingen. Allemaal precies hetzelfde. Dus is sprake van ne bis in idem.

Standpunt openbaar ministerie
Het OM is het daar niet mee eens. De A-G hamert erop dat sprake is van een ‘voortdurend delict’ en herhaalt dat nog een paar keer in zijn betoog. ‘Door telkens als eigenaar op te treden verbergen en/of verhullen Kaatee c.q. RL Properties ‘voortdurend’ wie de werkelijke eigenaar is.’ De A-G wijst in zijn aantekeningen nog eens op de verschillen tussen de vervolging in Kolbak en Terrel:
Kaatee is in Kolbak als pleger van witwassen vervolgd, thans wordt hij vervolgd als feitelijk leidinggever van witwassen door RL Properties.
In Terrel wordt Kaatee vervolgd ter zake een andere periode (31-1-2006 tot en met 27-7-2023) dan in Kolbak (1-1-2002 tot en met 30-1-2006).
Er is sprake van een andere witwasvariant in de zaak Terrel (art. 420bis Sr lid 1 onder a) dan in de zaak Kolbak (art. 420bis Sr lid 1 onder b).
Het bestanddeel “uit misdrijf afkomstig” is in Kolbak ingevuld vanuit de afpersing van Endstra. De vrijspraak van Kaatee van de betrokkenheid bij de afpersing van Endstra betekende onvermijdelijk de vrijspraak voor het witwassen omdat dit bestanddeel niet kon worden ingevuld.
Het OM stelt zich op het standpunt dat het ne bis in idem-verweer niet preliminair, dus voorafgaand aan een inhoudelijke behandeling van de zaak mag worden gevoerd. De A-G bracht het als een principieel punt. Of sprake is van hetzelfde feit laat zich volgens het OM alleen beoordelen na een inhoudelijke behandeling van de zaak ‘waarin alle feiten en omstandigheden die voor de beoordeling van het verweer van belang kunnen zijn kunnen worden vastgesteld.’
Er zou bovendien sprake zijn van nieuwe ernstige bezwaren. De A-G beweerde dat in het Terrel-tijdperk nieuwe handelingen zijn verricht die zien op het verhullen, dan wel het verbergen van de daadwerkelijke eigenaar. ‘Bij requisitoir zal hier een toelichting op worden gegeven,’ stelde de A-G geheimzinnig.
Pas bij requisitoir?
Vragen van de voorzitter
De voorzitter was deze cliffhanger in het betoog van de A-G niet ontgaan. Kon de A-G misschien niet een klein tipje van de sluier oplichten om welke nieuwe witwashandeling het gaat? Nee. Dat kon of wilde de A-G niet. Het hof moet geduld hebben om te weten welke munitie het OM achter de hand houdt voor het requisitoir. Daarvoor dient eerst de zaak inhoudelijk te worden behandeld.
De voorzitter wilde ook graag van de A-G weten hoe hij dat ‘voortdurend delict’ in Terrel voor zich ziet in relatie tot de vrijspraak in Kolbak in de vorige tenlastegelegde periode. Het lukte de A-G niet om daar een begrijpelijk antwoord op te geven.
“Kunt u dan de verschillen ten opzichte van de eerdere zaak toelichten, hoe u daarop bent gekomen?”, vroeg de voorzitter. Ook dat lukte de A-G niet. “Maar het zijn toch uw verschillen?” probeerde de voorzitter nog. Tevergeefs. De A-G begreep zelf ook wel dat de verschillen ‘gekunsteld overkomen’, zo liet hij zich ontvallen.
Wat de voorzitter ook vroeg, de A-G gaf op geen enkele vraag een duidelijk steekhoudend antwoord.
Laatste woord
De klok stond tot op 10.50 uur toen de voorzitter mij als laatste het woord gaf. Vanwege het gebrek aan tijd las ik alleen de laatste pagina van mijn pleitnota voor, het persoonlijke deel.
Ruim 20 jaar zijn inmiddels verstreken sinds mijn arrestatie in Kolbak. Ik was 47 en ben nu 67. Een normaal gezinsleven en een succesvol ondernemersbestaan is er door de vele rechtszaken en procedures, die direct en indirect door het OM zijn aangeschoten, helemaal bij ingeschoten. Terrel is ondertussen alweer bijna 6 jaar onderweg.
Wat hebben de jarenlange inspanningen het OM opgeleverd? Ik ben driemaal vrijgesproken van het witwassen van de Wallenpanden. Ik ben geen stroman van Holleeder en ben dit ook nooit geweest. Waarom dringt dat niet door? Waarom wil het OM mij blijven vervolgen?
Tijdens een verkennend gesprek met mijn advocaat en adviseur in december 2025 heeft de advocaat-generaal (hierna: A-G) over mij gezegd: ‘Hij mag er niet zonder kleerscheuren vanaf komen.’
Naderhand heeft de A-G dat telefonisch herhaald: “Kaatee mag er wat het OM betreft niet zonder kleerscheuren vanaf komen.” Die woorden blijven hangen.
Mijn speelhallen zijn 14 jaar gesloten. Zó lang heb ik daar al geen inkomsten uit, maar wel kosten. Heel veel kosten. Verzekeringspremies, energie, onderhoud, gemeentelijke lasten, juridische kosten. En aan de verkoop werkt het OM niet mee omdat de koper het OM niet aanstaat. Ook dat heeft de A-G onlangs letterlijk tegen mijn advocaat gezegd. Dat werd in juli 2020 ook al gesteld door de officier van justitie die Terrel is gestart. Waarom dat zo zou zijn, legt niemand van het OM aan mij uit. Door niet alleen de verkoop maar ook het aflossen van mijn schuld te frustreren, houdt het OM mij gegijzeld in een ongewenste schuldpositie ten opzichte van de staat.
Deze vraag blijft maar door mijn hoofd malen: Waar mag ik van het OM na drie vrijspraken niet zonder kleerscheuren vanaf komen?
Mijn vriendin hield het niet droog toen ik deze woorden sprak. Terwijl de A-G verveeld om zich heen keek zaten de raadsheren volgens haar wel aandachtig te luisteren.
Daarna trokken de raadsheren zich vijf minuten terug om te beraadslagen hoeveel tijd nodig was om tot een weloverwogen beslissing te komen en wanneer die bekend wordt gemaakt. In de korte pauze draaide ik me om naar mijn vriendin. Toen ik verder achteromkeek zag ik dat de heer La Lau vlak achter me zat. Hij was dus toch gekomen maar had in een file gestaan. Hij zat naast de parketsecretaris van het OM en zei: “Deze droevige zaak heeft alleen verliezers.” Zo waar.
Ook mijn vriend Bert en de journalist zaten ineens in de zaal. Ze waren allebei per abuis naar de ‘verkeerde’ rechtbank aan de Parnassusweg gegaan en elkaar daar tegen gekomen. Bert is niet alleen een vriend, maar ook jurist. Al sinds Kolbak is hij bij vrijwel elke zitting. Daar kent hij de journalist van. Toen zij uiteindelijk bij het Paleis van Justitie arriveerden, waren ze te laat om nog tot de zitting te worden toegelaten.
Enkelvoudige kamer
Na de beraadslaging vertelde de voorzitter dat de beslissing op vrijdagmiddag 1 mei om 13.30 uur bekend wordt gemaakt door een enkelvoudige kamer. Een van de raadsheren is die datum namelijk verhinderd, maar dat heeft geen invloed op de beslissing of het OM niet-ontvankelijk wordt verklaard voor de tweede vervolging voor hetzelfde feit, of dat de zaak verder gaat in hoger beroep. Als dat laatste het geval is, komt er een nieuwe regiezitting waarin de onderzoekswensen besproken kunnen worden.
Rechtbank en gerechtshof: verschillende werelden
Het verschil met de wijze waarop de rechtbank het ne bis in idem-verweer tijdens de regiezitting in eerste aanleg had behandeld, kon niet groter. De rechters stelden toen niet één vraag hierover aan het OM. En na de lunchpauze werd het verweer simpel afgewezen door te wijzen op een uitspraak van de Hoge Raad uit grootmoeders tijd. Het vervolgen van hetzelfde feit in een andere periode is een nieuw feit. Punt. Alleen daarom al was Terrel niet in strijd met ne bis in idem, zo oordeelde de rechtbank op de regiezitting van 17 oktober 2023.
Hoe anders gaat het eraan toe bij de behandeling van het ne bis in idem-verweer door het gerechtshof, dat wél kritische vragen stelt aan het OM en een maand de tijd neemt om hier goed over na te denken. Twee totaal verschillende werelden.
Weerzien met Jan-Hein Kuijpers
Toen we zaal 4 uitliepen was het drukker dan toen we ‘s ochtends arriveerden. In de verte zag ik Jan-Hein Kuipers staan. Hij was mijn advocaat toen Kolbak begon. Jan-Hein kwam meteen naar mij toe toen hij me zag. Hij vroeg of er nu eindelijk een einde in zicht was. “Misschien wel”, antwoordde ik. “Op 1 mei weten we het”.
Ik vroeg hoe het met zijn zoon ging. Hij werd geboren in de Kolbak-periode. Jan-Hein: “Hij is inmiddels 18 en heeft nu rijlessen,” antwoordde hij. Ongelofelijk. Terwijl de zoon van Jan-Hein en Renate al volwassen is, wacht ik nog altijd op het moment dat deze kwestie tot een definitief einde komt.