Onderzoekswensen afgewezen

Op 28 en 29 augustus jl. hield het Amsterdamse gerechtshof regiezittingen in de beveiligde rechtbank in Rotterdam waarbij het Openbaar Ministerie en de verdediging hun onderzoekswensen bekend maakten.Tijdens het hoger beroep in het Holleeder-proces worden de ten laste gelegde feiten en omstandigheden die in eerste aanleg hebben geleid tot een veroordeling van de verdachten opnieuw tegen het licht gehouden.

Achterbankgesprekken
Het Openbaar Ministerie baseert haar verdenkingen voornamelijk op de gesprekken van Wim Endstra met de CIE en op zijn dagboekaantekeningen. In het requisitoir had het OM enkele uitspraken van Endstra op de achterbank ‘onwaarachtig’ genoemd en omschreven als  ‘het verhullen en verdraaien van de waarheid’. Ondanks die vaststelling concludeerden de Officieren van Justitie op grond van Endstra’s verhalen dat ik mij aan veel strafbare feiten schuldig zou hebben gemaakt en eiste 3 jaar gevangenisstraf. De rechtbank Haarlem zag dit anders en sprak mij vrij van vrijwel alle ten laste gelegde punten, op één na. De rechtbank zag een strafbaar feit in het aannemen van een envelop met contanten en veroordeelde mij tot een celstraf van 5 maanden. Dus is nader en beter onderzoek geboden om het gerechtshof te overtuigen van mijn onschuld.

Deskundigenonderzoek
Zo vind ik dat een diepgaand psychologisch onderzoek naar de achterbankgesprekken zou moeten plaatsvinden. Mijn advocaat vroeg het hof daarom de opnamen naar rechtspsycholoog professor Peter van Koppen te sturen. Deze had zich eerder bereid verklaard de gesprekken te onderzoeken maar in eerste aanleg had het Openbaar Ministerie daar bezwaar tegen gemaakt. De Haarlemse rechtbank stelde zich op hetzelfde standpunt. Die meende helemaal geen rechtspsycholoog nodig te hebben om de achterbankgesprekken op waarde te kunnen schatten.

Nu diende mijn advocaat hetzelfde verzoek in bij het hof. De studie naar de achterbankgesprekken zou zich moeten richten op intonatie, angst, haperingen, inconsistentie en sturing van de CIE-ers.
Van Koppen diende zich ook uit te spreken over de weinig vleiende bewoordingen die de CIE op de achterbank gebruikte om mij aan te duiden zoals ‘hond’, ‘rukker’ en ‘idioot’. Welke invloed had dit op hun gesprekspartner Endstra? Uit zichzelf omschreef Endstra mij als een aardige jongen die geen vlieg kwaad deed. Ook zou de rechtspsycholoog iets kunnen zeggen over de ontwikkeling van de relatie tussen Endstra en de CIE vanaf het eerste tot het laatste gesprek. En wat vindt Van Koppen ervan dat er van vier van de vijftien gesprekken geen opnamen zijn, omdat de apparatuur niet goed functioneerde of om een andere twijfelachtige reden? Is de samenvatting van de CIE van die gesprekken wel betrouwbaar?

Informant
Tevens is het hof gevraagd het Openbaar Ministerie te gelasten een afschrift van de informantenregistratie van Endstra bij de CIE aan het dossier toe te voegen. Endstra was informant, zoveel is inmiddels duidelijk, maar hoe lang stond hij ingeschreven? Welke status had Endstra en welke afspraken heeft de CIE precies met hem gemaakt? Tijdens de achterbankgesprekken zijn opsporingshandelingen verricht die in één geval zelfs hebben geleid tot arrestaties. Dit was nadat Endstra de CIE had verteld dat in de airbagruimte van een bepaald type BMW vuurwapens werden verstopt. Dat bleek betrouwbare informatie te zijn.

Getuigen
Tenslotte is het hof verzocht om enkele getuigen te ondervragen over hetgeen zij in eerdere verklaringen of tijdens rechtszittingen hadden beweerd. Het ging mij in eerste instantie om Arnold Endstra en Willem Holleeder in verband met de envelop waarvan ik volgens de Haarlemse rechtbank had kunnen vermoeden dat het geld daarin van criminaliteit afkomstig was. Daarnaast wilde ik Endstra’s zakenpartner en vertrouweling Dennis P. en Endstra’s financiële man Joop van der H. graag nog een aantal vragen stellen.

Dennis P.
Op 20 januari 2003 had Dennis P. in openbare stukken bevestigd dat de netto vermogenswaarde van Nieuwgraaf 114 Holding BV ruim 1.3 miljoen euro bedroeg. Maar naderhand verklaarde deze getuige bij de politie dat Nieuwgraaf niets waard was en dat de transactie op 24 december 2002 te maken had met afpersing.
Uit recent onderzoek blijkt dat, nadat P. de directie van Nieuwgraaf op 24 december 2002 van mij overnam, de vermogenswaarden van Nieuwgraaf boekhoudkundig zijn weggesluisd naar California Properties BV. Daardoor leek Nieuwgraaf ineens veel minder en California veel meer waard. Dit geschiedde al dan niet in opdracht van Endstra en onder de verantwoordelijkheid van directeur Dennis P.

Joop van der H.
Accountant Joop van der H. verklaarde doodleuk bij de rechter-commissaris dat hij vermogenswaarden zonder vragen te stellen had ‘weg geboekt’ omdat ‘P. zei dat het hier om een lege tent ging’. Genoeg redenen om zowel P. als Van der H. aan een kruisverhoor te onderwerpen over het boekhoudkundige gerommel met vermogens. Endstra leeft niet meer en kan niet meer worden ondervraagd. Ik moest dit beter voor het voetlicht zien te krijgen aangezien ik word verdacht van het plegen van strafbare feiten gerelateerd aan de Leijenbergh structuur, waarvan Nieuwgraaf deel uitmaakte.

Verzoeken afgewezen
Op 19 september jl., twee weken later dan gepland, deed het gerechtshof uitspraak inzake de onderzoekwensen van zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging. Al mijn verzoeken werden afgewezen, met uitzondering van het horen van Willem Holleeder als getuige. En laat dat van alle onderzoekswensen nou net de enige zijn waar het OM geen bezwaar tegen had.