Fred Teeven en Thomas van der Bijl (2)

In december 2004 komt bij de Criminele Inlichtingen Eenheid informatie binnen dat Thomas van der Bijl een maand eerder in elkaar was geslagen door Willem Holleeder. Van der Bijl zou een pak slaag hebben gehad omdat hij in ‘het milieu’ had rondgebazuind dat Holleeder achter de liquidatie van Cor van Hout zat. De CIE speelt de informatie door aan de Nationale Recherche en die besluit Thomas maar eens te bellen. In het tweede telefoongesprek bevestigt Van der Bijl inderdaad een paar tikken te hebben gehad, op zijn achterhoofd. Waarom wil hij niet vertellen want dan wisten ze hem te vinden.

‘Helemaal gek’
Op 18 januari 2005 ’s heeft Thomas om 9.00u ‘s ochtends zijn eerste ontmoeting met twee rechercheurs van de Nationale Recherche. Voor iemand die bang is om te vertellen waarom hij klappen heeft gehad is Van der Bijl opvallend spraakzaam over Holleeder. Hij beschuldigt hem van moorden, afpersingen, drugshandel en beweert dat ‘de Neus’ tussen de 50 en 100 miljoen aan vermogen zou bezitten. Van der Bijl adviseert de verbalisanten om ‘de Neus’ financieel aan te pakken, want ‘dan wordt hij helemaal gek. Dit advies komt toevallig overeen met wat CIE-chef Jan van Looijen eerder op de achterbank tegen Willem Endstra heeft gezegd: Als we zijn gokhuizie af kunnen pakken, dan doen we het zeker, want daar wordt ie helemaal gek van.’

CIE
Op 26 januari 2005 (8 dagen later) spreekt Thomas voor de tweede maal met de verbalisanten RN-03-044 en RN-03-049. Deze keer is Officier van Justitie Fred Teeven er ook bij. Aan het begin van het verhoor laat Van der Bijl het verhorende team weten dat hij zijn verhaal al aan de CIE heeft verteld die hem vervolgens regelmatig opzoekt. Van der Bijl blijkt dus een CIE-informant. De rechercheurs van de Nationale Recherche leggen Thomas uit dat zij niets met anonieme CIE informatie kunnen: ‘Dat is het probleem met de CIE. En wat wij de vorige keer ook al hadden gezegd. Wij zijn tactisch. Wat wij doen en wat wij horen, daar doen wij verslag van. Alle gesprekken die wij voeren, ook de gesprekken die we met jou voeren, dat moeten wij vastleggen.’ Althans zo staat het in het proces-verbaal van bevindingen van het verhoor van getuige Van der Bijl.

‘Ik zet niks op papier’.
Van der Bijl zegt niets op papier te willen want hij wil geen verrader of spion zijn. De daaropvolgende openhartigheid, zoals beschreven in het verslag van de verbalisanten, komt dan merkwaardig over. ‘Dealmaker’ Teeven bemoeit zich nadrukkelijk met het verhoor. Die ziet in Van der Bijl een potentiële kroongetuige. Als Van der Bijl naar garanties vraagt zegt Teeven dat de verklaring voorlopig in de kluis blijft. Dat stelt Van der Bijl niet gerust en hij herhaalt: ‘Ik zet niks op papier.’ Het enige wat Van der Bijl wil is een zetje geven om Willem Holleeder te pakken en dat kan volgens hem maar op één manier. ‘Je moet hem (Holleeder) financieel pakken. Zijn broertje, zijn zus, de Molensteeg. Marcel Kaatee weet van al zijn zaken af’, citeert het proces-verbaal.

Vreemd
Deze uitspraak van Thomas mist elke grond en is hoogst merkwaardig omdat ik Van der Bijl na zijn arrestatie op 6 oktober 1997 in het Citypeak onderzoek nooit meer heb gezien of gesproken. Teeven kent mijn relatie met Van der Bijl uit het Citypeak-onderzoek en had onmiddellijk naar zijn bron van wetenschap moeten vragen. Hoe komt Van der Bijl erbij dat ik van alle zaken van Holleeder afweet? Met wie heeft Thomas over mij gesproken? Maar Teeven en zijn verbalisanten willen het niet weten.

Kroongetuige
In 2006 komt Fred Teeven zelf in opspraak als een kroongetuige van Justitie in een strafzaak tegen Mink K. verklaart dat Teeven in de IRT-periode in totaal 2.2 miljoen gulden aan smeergeld heeft aangenomen. 1.2 miljoen om een container met 2.500 kilo cocaïne vrij te krijgen die door de douane in beslag was genomen, en 500.000 gulden voor het lekken van strafdossiers. Voor het regelen van Mink’s deal met justitie zou Teeven nog eens 500.000 gulden hebben geïncasseerd. Teeven houdt vol deze bedragen nooit te hebben ontvangen.

De zeven W’s
Het lag allemaal aan de verbalisanten die de kroongetuige hadden ondervraagd. Volgens Teeven waren het ‘buitengewoon slechte verhoren’ omdat de rechercheurs niet hadden doorgevraagd. ‘De eerste de beste rechercheur die je op zo’n zaak zet, kent de zeven W’s: wie, wat, waar, wanneer, waarom, welke en waarmee’, zo verweerde Teeven zich bij de rechter tegen de ernstige beschuldigingen van de kroongetuige. Maar wat hij de verbalisanten die de kroongetuige hadden ondervraagd verweet, hadden Teeven en zijn eigen verbalisanten zelf ook nagelaten tijdens het verhoor van Van der Bijl toen deze beweerde dat ik op de hoogte zou zijn van alle zaken van Holleeder. De zeven W’s waren in geen velden of wegen te bekennen.