De verklaring van een rechercheur bij de raadsheercommissaris over het verhoren van getuige Thomas van der Bijl bracht opheldering maar riep ook nieuwe vragen op. Hoe kan het bijvoorbeeld dat eind 2008 plotseling een ondertekende versie opduikt van Van der Bijl’s verklaring van 12 februari 2005? Waarom wilde Van der Bijl deze ene verklaring wel ondertekenen en zijn kluisverklaringen van 18 januari 2005, 26 januari 2005 en 14 maart 2005 niet? Van der Bijl had tijdens zijn verhoren toch duidelijk gemaakt niet op papier te willen verklaren? Deze vragen werden voorgelegd aan officier van justitie Koos Plooij.

Antwoord van Plooij
Op 20 november 2008 legt Plooij omstandig uit waarom er ook een ondertekend exemplaar bestond van de verklaring van 12 februari 2005:
‘De opsporingsambtenaren die zich hebben bezig gehouden met de samenstelling van het dossier hebben voor het bijvoegen van de verklaring van 12 februari 2005 een uitdraai uit het eigen bestand van het rechercheteam gemaakt. Zij hebben zich kennelijk niet gerealiseerd dat het origineel van dit proces-verbaal, dat meteen bij het opmaken en sluiten door Van der Bijl mee is geparafeerd en ondertekend, zich op het Landelijk Parket in een kluis bevond. Toen onlangs ten behoeve van een ander onderzoek alle door Van der Bijl afgelegde verklaringen nog eens precies onder de loep werden genomen is het originele exemplaar alsnog in afschrift verspreid. Met de woorden van Van der Bijl dat hij geen verklaring “op papier” wilde afleggen, bedoelde hij te zeggen dat hij geen tactisch bruikbare verklaring wilde afleggen. Hem is wel duidelijk gemaakt dat zijn woorden zouden worden vastgelegd ter bewaring in de kluis. Gegeven de belofte dat zij in de kluis zouden blijven bewaard heeft hij geen problemen gehad met het zetten van zijn parafen en handtekening ter bevestiging van deze verklaring.’
‘Ik zet niks op papier, ik praat.’
Dat is knap! Plooij meent te weten wat Thomas niet heeft gezegd maar bedoelde te zeggen. Omdat de verklaring in de kluis zou blijven wilde Thomas best zijn parafen en zijn handtekening onder deze verklaring zetten, beweert Plooij. Waarom zijn die andere zogenaamde kluisverklaringen dan niet door Van der Bijl ondertekend? Die bleven toch ook in de kluis?!
Op 26 januari 2005 was Thomas duidelijk geweest tegen Teeven: ‘Ik zet niks op papier, ik praat’. Alleen is het ‘gepraat’ van de getuige niet goed op papier gezet door de verbalisanten. Vervolgens zijn de processen-verbaal niet door Van der Bijl gecontroleerd maar meteen in ‘het kluisje van Fred’ gestopt.
Het verbaliseren van de gesprekken
Aangezien Thomas niks op papier wilde, hebben de verbalisanten achteraf opgeschreven wat Van der Bijl hen op 18 januari 2005, 26 januari 2005 en 14 maart 2005 had verteld. De geluidsopnamen dienden slechts als hulpmiddel.
Het opnemen van het eerste gesprek was niet goed gelukt. Het verhoor was onverstaanbaar vanwege te harde muziek, zo verklaarde de verbalisant bij de raadsheercommissaris. De verklaring van Thomas van 18 januari 2005 moest zodoende vanuit de herinnering worden gereconstrueerd. Het eerste gesprek met Van der Bijl dat ruim 80 minuten duurde, werd op 5 bladzijden samengevat.
De opname van het tweede gesprek van 26 januari 2005 was wel gelukt. De uitwerking ervan besloeg maar liefst 21 bladzijden. Twee weken later stond het op papier. De verklaring van Thomas dat ik niet op de hoogte was van criminele zaken van Holleeder werd vakkundig buiten het proces-verbaal gehouden.
Kennelijk kostte het verbaliseren aan de hand van een audio-opname toch teveel moeite, want het verslag van het 3e getuigenverhoor van 14 maart 2005 bestond uit slechts 6 bladzijden. De volgende dag lag het al in de kluis.
‘Zondag 12 februari 2005’?
Een verklaring waarbij de getuige niet in staat wordt gesteld te controleren wat op schrift is gesteld, krijgt in politiejargon de aanduiding ‘proces-verbaal van bevindingen’. Het verslag van het gesprek met Thomas dat op ‘zondag 12 februari 2005’ zou hebben plaatsgevonden, kreeg de status ‘proces-verbaal van getuigenverhoor’.
Met de verhoordatum was iets vreemds aan de hand. 12 februari 2005 was een zaterdag en geen zondag. Een vergissing? In een later ‘proces-verbaal van bevindingen’ wordt gemeld dat het getuigenverhoor op 12 februari 2006 had plaatsgevonden en niet op 12 februari 2005. 12 februari 2006 viel wel op een zondag.
Bedreigde Getuige B
De puzzelstukjes vallen nu op hun plaats: op 12 februari 2006 legde Van der Bijl zijn eerste verklaring af als Anonieme Bedreigde Getuige B. in de Kolbak-zaak.
- Op 30 januari 2006 wordt de vermeende bende van Willem Holleeder gearresteerd;
- Op 9 februari 2006, haalt Fred Teeven onder het genot van een paar plakken ontbijtkoek met roomboter, van der Bijl ’s avonds over om verklaringen tegen Holleeder af te leggen. Teeven kon zich die dag nog goed herinneren want Thomas had bij die gelegenheid – vanwege de ontbijtkoek met roomboter – tegen hem gezegd: ‘nu snap je waarom ik je altijd de bolle noem’. Dat verklaarde Teeven deze week bij het gerechtshof;
- Op 12 februari 2006 verklaart Van der Bijl voor het eerst als Anonieme Bedreigde Getuige B. voor toetsing door de rechter-commissaris in het kader van artikel 226a-Sv.
Resumerend: Alleen onder de verklaring van Van der Bijl van 12 februari 2006 stond zijn handtekening. Niet omdat die verklaring in de kluis ging, zoals officier van justitie Koos Plooij had verzonnen in zijn brief van 20 november 2008. Van der Bijl ondertekende deze verklaring omdat het zijn eerste ‘officiële’ verklaring was als ‘Anonieme Bedreigde Getuige B.’ in het Kolbak-proces.