Kansspelbelasting

In 2012 zijn veel eigenaren/exploitanten van speelautomaten een schadeprocedure gestart tegen de Staat der Nederlanden vanwege de schade die zij al jaren leiden als gevolg van een wijziging in belastingheffing. Niet alleen moet sinds juli 2008 veel meer belasting wordt afgedragen over de opbrengst van speelautomaten. Door het gelijktijdig verdwijnen van de btw-aftrek werd de branche ook geconfronteerd met substantieel hogere kosten van onderhoud en investeringen en moest eerder verrekende omzetbelasting die te maken had met investeringen worden terugbetaald aan de Staat. Daar bovenop heeft de overheid de eigenaren van kansspelautomaten in 2012 een forse ‘kansspelheffing’ opgelegd voor alle automaten in exploitatie en in opslag.

Van 19% naar 29%
In 2008 werd de kansspelbelasting, een heffing op prijzen boven € 454, getransformeerd in een soort omzetbelasting voor speelautomaten, maar wel met een aanzienlijk hoger tarief. Toenmalig Staatssecretaris Jan Kees de Jager (CDA) hield de speelautomatenbranche aanvankelijk voor dat van de omzet in plaats van 19% omzetbelasting, voortaan 40,85% kansspelbelasting moest worden afgedragen aan de Staat.

Na protesten van de brancheorganisatie werd het kansspelbelastingtarief in het ‘Belastingplan 2008’ bijgesteld van 40,85% naar 29%. Althans zo deed het Ministerie van Financiën het voorkomen in een persbericht en in publicaties.

Op 3 juni 2008 schrijft de belastingdienst aan alle eigenaren van kansspelautomaten: ‘Vanaf 1 juli 2008 moet er over de opbrengst van kansspelautomaten kansspelbelasting (29%) worden betaald in plaats van btw (19%)’.

Brief belastingdienst 3 juni 2008

Van 19% naar 40,85%
Nog geen maand na de invoering van de maatregel meldt de belastingdienst in een nieuwe brief dat die 29% geheven wordt over de bruto opbrengst. Blijkt het in feite toch om een heffing van 40,85% te gaan als je het vergelijkt met de wijze waarop jarenlang de omzetbelasting van toepassing was op de speelautomatenopbrengst. Het gulle gebaar van de Staatssecretaris om het tarief te verlagen ‘omdat de overstap van 19% btw naar 40,85% kansspelbelasting wel erg groot is,‘ was een sigaar uit eigen doos.

Vragen aan de Staatssecretaris
Nadat het Amsterdamse gerechtshof zich zeer kritisch heeft uitgelaten over de kansspelbelasting heeft de Vaste Commissie van Financiën in de Eerste Kamer vragen gesteld aan de Staatssecretaris van Financiën. Wat vindt de Staatssecretaris ervan dat de invoering van een belastingmaatregel de winstgevendheid van een sector volledig doet verdampen?

Staatssecretaris Weekers (VVD) antwoordt op 24 januari 2013: ‘Een belastingmaatregel heeft nooit als doel het wegnemen van de winstgevendheid van een sector. Dat geldt ook voor de invoering van de kansspelbelasting bij de kansspelautomaten. Het primaire doel van deze maatregel is gelijke behandeling van speelautomaten met de tafelspelen in casino’s. Dat neemt niet weg dat deze gelijke behandeling een negatieve invloed heeft gehad op de winstgevendheid van de kansspelautomatensector. De regering heeft dit knelpunt ook in een vroeg stadium gesignaleerd en actief gezocht naar oplossingen. Reeds door het verlagen van het in eerste instantie voorziene tarief van 40,85% naar 29% zou de winstgevendheid van de sector hersteld worden, mits de sector ook zelf maatregelen zou nemen om de bedrijfsvoering aan te passen.’

Stel je eens voor
Kansspelbelasting werd in 2008 om praktische reden ingezet als omzetbelasting omdat het tarief van kansspelbelasting eenvoudiger verhoogd kan worden dan het btw-tarief. Omzetbelasting is immers een geharmoniseerde belasting die alle goederen en diensten betreft en bij een wijziging van paar procenten al enorme schokeffecten teweeg brengt. 

Stel je eens voor dat de omzetbelasting op goederen en diensten in oktober 2012 niet zou zijn verhoogd van 19% naar 21% maar naar 40,85%. En de Staatssecretaris van Financiën zou daarbij hebben gezegd dat de winstgevendheid van het bedrijfsleven vanzelf herstelt als ondernemers maatregelen nemen om hun bedrijfsvoering aan te passen. Het land, en vooral het bedrijfsleven en de werkgeversorganisaties zouden de man voor gek hebben verklaard. Maar met de speelautomatenbranche kun je gerust zo omgaan, vindt kennelijk de Nederlandse overheid.