Politie lekte naar Parool

{1 Reactie}

In verband met een gerechtelijk vooronderzoek naar onder andere Willem Holleeder stond er op 19 juli 2005 ineens een politiemacht voor de deur om huiszoeking te verrichten. Eerst bij mij thuis, en daarna bij mijn bedrijven op de Wallen. Mijn mobiele telefoon werd onmiddellijk na het binnentreden afgenomen uit voorzorg dat ik iemand zou bellen. Die dag is een enorme berg aan administratie in beslag genomen, waaronder documenten die betrekking hadden op een tweetal door Wilbury Ltd. verstrekte leningen.

‘Het monsterverbond op de Wallen’
Ruim een maand na de inval van de politie publiceerde Het Parool twee artikelen: ‘Endstra was grote speler op de Wallen’ en ‘Het monsterverbond op de Wallen’. De schrijvers van de artikelen hadden duidelijk inzage gehad in documenten die de politie uit mijn kantoor had meegenomen. Zo schreef de krant over een lening van € 2,2 miljoen van een ‘schimmig maatschappijtje op Anguilla’, terwijl deze lening in geen enkel openbaar register stond vermeld. Die informatie was ontegenzeggelijk afkomstig uit de bij mij in beslag genomen stukken. Het Openbaar Ministerie vond het blijkbaar opportuun om Het Parool van deze specifieke informatie te voorzien. De misdaadjournalisten van Het Parool hadden sowieso een bijzondere positie ten opzichte van hun collega’s bij andere kranten. Medio 2005 kregen zij al inzage in getuigenverklaringen uit het politieonderzoek of beschikten zij hierover. Dat blijkt uit een passage in het artikel ‘Het monsterverbond op de Wallen’ van zaterdag 27 augustus 2005: ‘Uit verklaringen die bij Justitie zijn afgelegd, blijkt dat ten behoeve van die afpersing Marcel Kaatee geregeld door Holleeder naar Endstra’s kantoor aan de Apollolaan werd afgevaardigd om er de boeken te controleren. Kaatee moest dan vaststellen hoeveel Endstra met zijn vastgoed transacties had verdiend, ook transacties waar Holleeder niets mee te maken had. Aan de hand daarvan werd vastgesteld hoeveel Endstra dit keer diende te betalen.”

Aan de hand van de getuigenverklaringen in strafdossier kan eenvoudig worden vastgesteld welke processen-verbaal van verhoor de journalisten gezien moeten hebben. Er zijn maar twee verklaringen die zijn afgelegd vóór de publicatie die qua onderwerp in de buurt komen van hetgeen in het artikel wordt gesteld.

De twee verklaringen
Haico Endstra verklaarde op 21 februari 2005 summier: ‘Ik weet van een incident dat Marcel Kaatee polshoogte moest komen nemen of er een bepaalde transactie was gedaan.’ Meer wist hij er niet van.

Endstra’s financiële man Joop van der H. antwoordde op de vraag van de verbalisanten wat Kaatee ‘vermoedelijk namens Holleeder’ wilde zien op kantoor: ‘Kaatee is een keer langs geweest om de betalingsopdracht op te halen of te bekijken ten behoeve van denk ik Holleeder. Kaatee wist dat er geld moest zijn in verband met die WFC-deal.’ 

Uit deze twee uitspraken van getuigen haalden de Parooljournalisten hun inspiratie voor de verzonnen veronderstelling dat ik ten behoeve van ‘die afpersing’ regelmatig in opdracht van Holleeder in Endstra’s boeken keek of er nog wat te halen viel. Het verzinsel werd vervolgens klakkeloos overgenomen door andere media en als een feit van algemene bekendheid gepresenteerd.

Witwassen of afpersing?
De Amsterdamse politie toonde journalisten van Het Parool niet alleen inbeslaggenomen stukken en getuigenverklaringen. Er werd ook tekst en uitleg bij gegeven, zo blijkt uit de volgende passage: ‘Het Wallen-project van Endstra/Holleeder/Kaatee maakte prominent deel uit van de onderzoeken in de Endstra-zaak, bevestigt de Amsterdamse politie. Daarbij moet een antwoord worden gegeven op de vraag of het bij die 2,2 miljoen uit Anguilla ging om geld van Holleeder dat moest worden witgewassen, of dat het een zoveelste versluierde betaling van Endstra was om te voorkomen dat hij zou worden geliquideerd…’ 

Een derde of vierde mogelijke verklaring over de achtergrond van ‘die 2,2 miljoen uit Anguilla’ sloot de politie en Het Parool op voorhand uit. Op 21 december 2007, ruim twee jaar na de publicatie, zou de Haarlemse rechtbank oordelen dat er geen bewijs was dat de herfinanciering verband hield met witwassen en/of afpersing.

Rabobank

De berichtgeving in Het Parool van 27 augustus 2005 bleef niet onopgemerkt. Zo besloot de Rabobank op grond van de artikelen de relatie met mij en mijn bedrijven te beëindigen. Blijkens het strafdossier stuurde Wendy K. van Rabobank Amsterdam en Omstreken  op 1 december 2005 het volgende faxbericht aan Rabobank Nederland in Utrecht:

Onderwerp: Berichtgeving Kaatee

Beste mevrouw van S.,

Zoals afgesproken stuur ik u bijgaand de (negatieve) signalen in de media over de heer Kaatee per fax toe.
De bijgesloten artikelen zijn afkomstig uit Het Parool van zaterdag 27 augustus 2005. Indien u vragen heeft kunt u contact opnemen met ondergetekende.

Met vriendelijke groet,
Rabobank Nederland en Omstreken
Wendy K.

De krantenberichten zorgden er dus voor dat de Rabobank onze jarenlange relatie plotseling kwalificeerde als ‘klasse D’, ofwel ‘onacceptabel’. De beëindiging van de relatie werd geeffectueerd na mijn arrestatie op 30 januari 2006. In verschillende aangetekende brieven maakte de bank op 2 februari 2006 kenbaar dat de Rabobank Groep niet langer geassocieerd wilde worden met mij of met kwesties waarmee ik, terecht of onterecht, in verband werd gebracht. Niet alleen de rekeningen van de speelautomatenhallen maar alle rekeningen die ik bij de Rabobank had ondergebracht werden eenzijdig opgezegd. Ook die van mijn platenlabel en mijn privérekening.

De Paroolartikelen ‘Endstra was grote speler op de Wallen’ en ‘Het monsterverbond op de Wallen’ zouden later opnieuw tegen mij worden gebruikt, maar dan door het Landelijk Bureau Bibob.

1 Reactie…

  1. Beste Marcel, de afgelopen tijd heb ik met veel verbazing je weblog gelezen, onvoorstelbaar wat er allemaal gebeurd en zomaar met je kan gebeuren in NL, ik wil je veel succes wensen voor komend jaar !