Hoe word je een publiek figuur?

Wanneer wordt iemand beschouwd als een publiek figuur? Het is een vraag die in het media- en privacyrecht vaak terugkeert. Politici en BN’ers zijn per definitie publieke figuren. Maar wat als iemand die status niet kiest en tóch als zodanig wordt bestempeld? De civiele zaak die ik jaren geleden heb gevoerd tegen Het Parool, en verloor, laat zien hoe dun die lijn kan zijn.

De eerste keer
Op 27 augustus 2005 publiceerde Het Parool op de voorpagina en op twee binnenpagina’s drie artikelen van de hand van Paul Vugts en zijn collega misdaadjournalist Bart Middelburg over een lopend strafrechtelijk onderzoek, onder meer naar mijn bedrijven op de Wallen. De journalisten waren op de hoogte gebracht door de politie. Al in de eerste berichtgeving over het onderzoek duidde Het Parool mij aan als “de stroman” van Willem Holleeder. Dit was een van de verdenkingen die de politie nader onderzocht.

In de publicaties werd mijn volledige naam genoemd, zonder mijn toestemming. Sterker nog, in een reactie op vragen van Het Parool voorafgaand aan de publicatie, heeft mijn toenmalige advocaat Jan-Hein Kuijpers de journalisten ‘met klem’ verzocht niet mijn volledige naam te vermelden in hun artikelen. Met dit verzoek is aan de journalisten duidelijk gemaakt dat ik graag mijn privacy wilde behouden. De journalisten negeerden het verzoek en de voorzienbare reputatieschade. Een dag later namen regionale kranten door het hele land het bericht van Het Parool over.  

‘Nog altijd gitarist van Seven Eleven’
Bij een van de artikelen stond een foto van mij naast een geopende gitaarkoffer met mijn elektrische gitaar: een groene customized Jackson met een rode dobbelsteen als volumeknop. Voor mijn ogen was een zwart balkje geplaatst, de klassieke beeldtaal van de media om een verdachte aan te duiden. De foto stamt uit juli 2004 en is genomen tijdens het Blue Balls Festival in Zwitserland waar ik drie dagen achtereen heb opgetreden met mijn band Seven Eleven.

Voor het gebruik van de foto is door Het Parool geen toestemming gevraagd, noch is er toestemming verleend. De naam van de fotograaf en de herkomst van de foto werden dan ook niet door Het Parool vermeld. Onder de foto stond een ogenschijnlijk onschuldige zin: “Marcel Kaatee, nog altijd gitarist van Seven Eleven.”

Meer dan identificatie
Met dat onderschrift deed de krant drie dingen tegelijk. Het Parool identificeerde mij voor haar lezerspubliek. Ze benadrukte mijn muzikale identiteit en betrok, impliciet maar onmiskenbaar, ook mijn band Seven Eleven bij het strafrechtelijke frame. Zo konden lezers van het artikel ‘verdachte’ koppelen aan ‘Seven Eleven’.

Wikipedia
Anderhalve maand na de publicatie in Het Parool verscheen op 5 oktober 2005 op Wikipedia een profiel van mij, opgesteld door een anonieme auteur:   

Marcel Kaatee (bijnaam Dice) is gitarist van de in 1987 opgerichte funkband Seven Eleven en oprichter van het platenlabel Funk To The Max. Volgens een artikel in Het Parool van 27 augustus 2005 is hij een stroman van de bekende Nederlandse crimineel Willem Holleeder. Hij zou diverse BV’s waarin vastgoed van Holleeder is ondergebracht op zijn naam hebben staan of daar directeur van zijn. (…)

Zo begonnen de beweringen van Het Parool via Wikipedia ook landelijk rond te zingen.

‘Stroman Marcel Kaatee ook vast’
Als gevolg van mijn arrestatie op 30 januari 2006 was de schijnwerper van Het Parool opnieuw op mij gericht. Paul Vugts schreef er een artikel over getiteld ‘Stroman Marcel Katee ook vast’. Mijn achternaam was verkeerd gespeld in de krant. In de online-versie van het artikel op de website van Het Parool werd dat gauw rechtgezet.

Hoe Het Parool mij op 30 januari 2006 beschreef, lag in het verlengde van de eerdere publicatie van 27 augustus 2005, met een belangrijk verschil. De beweringen van de journalist waren nu zó expliciet, zó boven elke twijfel verheven, dat dit waar moest zijn. Leest u maar mee en oordeel zelf:

‘Onder de dertien getrouwen van Willem Holleeder die vanmorgen tegelijk met hem zijn gearresteerd, was ook Marcel Kaatee. De funkgitarist en financieel expert wordt beschouwd als Holleeders vaste stroman.

Via Kaatee beheerde Holleeder zijn grote onroerendgoedbelangen, onder meer op de Amsterdamse Wallen. Kaatee trad daarbij op als directeur en aandeelhouder van een bv die op Holleeders adres zat en hij verscheen met enige regelmaat namens de topcrimineel bij de notaris.

In de jaren dat Holleeder vastgoedmagnaat en ‘ onderwereldbankier’ Willem Endstra afperste, stuurde hij Kaatee ook geregeld naar het kantoor van Endstra aan de Apollolaan in Zuid, om de boeken van Endstra’s bv’s te controleren en aan de hand van die administratie vast te stellen of en wanneer er nog iets te halen viel.

Marcel Kaatee speelde een sleutelrol in de grote financiële belangen die Holleeder er in stilte op nahield op de Wallen. Het draaide daarbij voornamelijk om flink wat vastgoed uit het voormalige Casa Rosso-imperium, waarvan de automatenhallen aan de Molensteeg 1 en de Buddy Buddy aan de Oudezijds Achterburgwal onderdeel uitmaakten. Bij die automatenhallen vielen de rechercheurs van de nationale recherche vannacht ook binnen.(…)

Aldus Paul Vugts. Van hetgeen de journalist in zijn artikel stelt klopt vrijwel niets. Ik ben geen ‘getrouwe van Holleeder’, en ook niet diens ‘stroman’. Ik beheer(de) geen belangen van Holleeder op de Wallen, voor zover hij daar belangen heeft of had. Ik heb nooit namens Holleeder een notaris bezocht en heb nimmer de boeken van Endstra’s bv’s gecontroleerd ‘of er nog iets te halen viel’. In de nacht van 29 op 30 januari 2006 zijn rechercheurs van de nationale recherche mijn automatenhallen helemaal niet binnengevallen. Overdag trouwens ook niet. Allemaal verzonnen onzin.    

‘Holleeders handlanger uitgefunkt’
In februari 2006, toen ik ruim een week in detentie zat, verscheen in weekblad Nieuwe Revu een artikel getiteld ‘Holleeders handlanger uitgefunkt’. De foto van mij die eerder in Het Parool had gestaan was erbij geplaatst. Ditmaal zonder zwart balkje voor mijn ogen, en als onderschrift, semi-komisch: ‘Marcel Kaatee, funkgitarist in ruste.’

Het artikel begint als volgt: ‘Seven Eleven, de band van de vermeende handlanger van topcrimineel Willem Holleeder, is niet op zoek naar een nieuwe gitarist. Maar misschien moeten ze binnenkort toch een auditie houden, nu Marcel Kaatee in ieder geval tot 14 februari vast moet zitten.’ 14 februari 2006 welteverstaan.

Tweemaal vrijgesproken, dus geen stroman van Holleeder
Op 21 december 2007 sprak de rechtbank Haarlem mij na uitvoerig strafrechtelijk onderzoek vrij van het tenlastegelegde witwassen van vijf panden op de Wallen die volgens het Openbaar Ministerie aan Willem Holleeder zouden toebehoren. Op 3 juli 2009 ben ik in hoger beroep van de strafzaak Kolbak ook door het gerechtshof hiervan vrijgesproken. Dit ging echter geheel aan de Paroollezer voorbij. In tegenstelling tot de berichtgeving over de uitspraak van ‘het proces van de eeuw’ in andere kranten, schreef Het Parool geen letter over mijn vrijspraak.

Het oordeel van het hof in mijn zaak is onherroepelijk en geldt tot op de dag van vandaag want het OM ging niet in cassatie. Dat ik geen stroman van Holleeder ben is dus in 2009 definitief in rechte vastgesteld.

Bibob-besluit
Na twee vrijspraken zou je verwachten dat de stroman-suggestie tot het verleden behoorde. Maar niet wat betreft Het Parool. Omstreeks 18 april 2011 krijgt Paul Vugts van een bron bij de gemeente te horen dat ik op grond van de wet Bibob geen nieuwe vergunningen krijg voor mijn speelhallen op de Wallen. De journalist denkt: zie je wel, had ik toch gelijk. Kaatee is wel degelijk een stroman van Holleeder. Vugts kruipt achter zijn laptop en begint te schrijven:

‘De overheid ziet Kaatee als een stroman van topcrimineel Willem Holleeder en ontneemt hem zijn vergunningen met de Wet bibob (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur).’

‘Gokhallen Wallen gesloten’
Deze feitelijke mededeling staat letterlijk op de voorpagina van Het Parool van 18 april 2011. De door de gemeente getipte journalist moest haast maken met schrijven om zijn artikel ‘Gokhallen Wallen gesloten’ nog dezelfde dag op de voorpagina van de krant te krijgen, zo verklaarde hij later bij de gemeentelijke ombudsman die onderzocht of door de gemeente informatie was gelekt uit een Bibob-besluit.

De suggestie op de voorpagina van Het Parool dat nieuwe vergunningen werden geweigerd omdat de gemeente mij ziet als ‘stroman van topcrimineel Willem Holleeder’, bleek feitelijk onjuist. In het voor journalisten geheime Bibob-besluit van 18 april 2011, dat ik twee dagen later aantrof in mijn postbus, stelde burgemeester Eberhard van der Laan:

‘Artikel 3, zesde lid Wet Bibob wordt thans niet meer ten grondslag gelegd aan het voornemen, omdat ik van mening ben dat er onvoldoende feiten en omstandigheden zijn die erop wijzen of doen vermoeden dat de heer Holleeder de feitelijke exploitant zou zijn van de speelautomatenhallen en dat u slechts een stroman zou zijn.’

Het Bibob-besluit was gebaseerd op een andere grondslag die gerelateerd was aan de financiering die in 2003 aan mijn bedrijf was verleend door Jan-Dirk Paarlberg.

Van klacht naar rechtszaal
Omdat de burgemeester in zijn besluit duidelijk had gemaakt de stroman-verdenking niet meer aannemelijk te achten, diende ik over de publicatie in Het Parool een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek. Mijn klacht gericht tegen Het Parool en Paul Vugts werd op 27 september 2011 gegrond verklaard.

Naar het oordeel van de Raad was wat betreft de stroman-kwalificatie in het voorpagina-artikel ‘Gokhallen Wallen gesloten’, sprake van ‘tendentieuze en journalistiek onzorgvuldige berichtgeving’. De Raad verzocht de krant deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren. De krant gaf er geen gehoor aan. Dus stapte ik later naar de civiele rechter om een rectificatie af te dwingen.

Publiek figuur (volgens de rechtbank)
Op 19 april 2017 wees de rechtbank Amsterdam mijn vordering tot rectificatie af. De inhoud van het artikel ‘Gokhallen Wallen gesloten’ vond volgens de rechter voldoende steun in ‘het beschikbare feitenmateriaal’. Dat zou tevens gelden voor de door Het Parool gebruikte kwalificatie “stroman”. Bovendien was ik volgens de Amsterdamse rechter die uitspraak deed een publiek figuur. En publieke figuren moeten nu eenmaal meer dulden dan ‘gewone’ mensen. De rechter redeneerde als volgt:

  • de strafzaak had veel media-aandacht gegenereerd;
  • Kaatee heeft later zelf interviews gegeven en was in de media verschenen;
  • daarom was het niet meer relevant wie zijn volledige naam als eerste had genoemd.

De cirkelredenering
Wie deze redenering van de rechtbank rustig leest, ziet vanzelf de cirkel die ontstaat.
Een krant noemt als eerste de volledige naam van een privépersoon in een strafrechtelijke context. Die publicatie leidt tot landelijke bekendheid van die persoon, een omstandigheid die later wordt gebruikt om te motiveren: hij is een publiek figuur. Dus mocht zijn volledige naam worden genoemd en moet hij zich qua publiciteit meer laten welgevallen. Zo wordt het gevolg gebruikt als rechtvaardiging van de oorzaak.

Waar de rechtbank niet op inging, terwijl dit wél uitdrukkelijk is aangevoerd, is dat ik in 2005 geen publiek figuur was, maar door Het Parool tot een publiek figuur ben gemaakt. Evenmin stond de rechtbank stil bij de foto, het zwarte balkje en het onderschrift dat mijn muzikale identiteit (en die van mijn band) koppelde aan de strafzaak.

Extra dimensie
Een paar jaar later kreeg de zaak een extra, ietwat ongemakkelijke dimensie. De rechter die verantwoordelijk was voor de uitspraak van 19 april 2017, Willem F. Korthals Altes, werd in 2020 geïnterviewd door — uitgerekend — misdaadverslaggever Paul Vugts. Aanleiding voor het interview was dat Korthals Altes na zijn zeventigste wilde doorwerken als rechter, maar de reglementen dit tegenhielden. De rechter ging in Het Parool de barricades op.

Het interview met Korthals Altes is op zichzelf natuurlijk niet ongeoorloofd. Doordat de krant de rechter die in mijn civiele zaak Het Parool en Paul Vugts in het gelijk stelde, vorstelijk bediende door hem op twee pagina’s uitgebreid zijn verhaal te laten doen, wierp dit wel een schaduw over de normaalgesproken op afstand van elkaar opererende misdaadjournalist en rechter. Het is geen beschuldiging, maar illustreert hoe klein de wereld kan zijn waarin media, macht en recht elkaar ontmoeten. Daarom is het van belang dat rechterlijke uitspraken niet alleen juridisch correct zijn, maar ook zichtbaar neutraal en onafhankelijk tot stand komen.

Ongemakkelijke vraag
Na mijn civiele zaak tegen Paul Vugts en Het Parool bleef een ongemakkelijke vraag achter: kan een krant van iemand een publiek figuur maken, en zich daarna op die publieke status beroepen, waar de krant zélf verantwoordelijk voor is geweest, om verdere (negatieve) publiciteit over die persoon te rechtvaardigen?

De Amsterdamse rechtbank gaf impliciet een bevestigend antwoord op die vraag. Het zomaar laten passeren van beeld, bijschrift en de eerste naamsvermelding maakt die bevestiging allerminst overtuigend. Want als dit de norm is, dan loopt elke privépersoon die ineens interessant wordt gevonden door de media op héél dun ijs.   

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.