Requisitoir hoger beroep Kolbak

De Bunker was niet beschikbaar dus moest op 20 april 2009 voor het voordragen van het requisitoir van het Openbaar Ministerie worden uitgeweken naar de beveiligde rechtbank in Rotterdam. In augustus 2008 vonden daar ook de eerste zittingen plaats in het hoger beroep van het Kolbak-proces. Mijn vriendin Priscilla mocht toen, ondanks de drukte, gewoon in de zittingzaal plaatsnemen. Niet alleen is zij mijn morele steun en toeverlaat maar ook een uitstekend notulist en observator. Het komt geregeld voor dat haar tijdens zittingen dingen opvielen die ik zelf niet had opgemerkt.

©foto Reyer Boxem
Marcel Kaatee voor de Rotterdamse rechtbank in gesprek met zijn advocaat. Uiterst links zijn vrouw

Achter glas
Om op de zittingsdag niet in de file te staan hadden wij voor zondag 19 april een kamer geboekt in Hotel New York, op loopafstand van de rechtbank. Toen wij 20 april ’s ochtends rond half elf lopend bij de rechtbank arriveerden, werden we vriendelijk welkom geheten en gefouilleerd door het personeel. Nadat alle controles en detectiepoorten waren gepasseerd ontstond een probleem.

In tegenstelling tot de zittingsdagen in augustus 2008, wilde de advocaat-generaal dit keer niet dat Priscilla de zitting vanuit de rechtszaal zou bijwonen. Dat lag niet aan een tekort aan zitplaatsen, want de zittingszaal was groot. Er waren zitplaatsen in overvloed. Toch werd zij verwezen naar de publieke tribune, als enige. Medewerkers van de Rotterdamse rechtbank en Ron van Leeuwen van het gerechtshof probeerden nog om de advocaat-generaal van gedachte te doen veranderen maar A-G Wesselink was niet te vermurwen. De vriendin van Kaatee moest in haar eentje boven gaan zitten, achter het glas.

Procedure
Omdat het OM eerder geen bezwaar had tegen Priscilla’s aanwezigheid in de zittingszaal, vond ik dit absurd. Ik liet mijn advocaat weten de zitting zo niet bij te willen wonen. Tijdens het requisitoir is alleen het OM aan het woord. Het is een eenzijdig verhaal. Als mijn vriendin ongewenst was in de zaal om dat aan te horen, dan was ik dat ook. Zo voelde dat. Dan hoor ik later wel van mijn advocaat wat de strafeis is. Han Jahae, mijn advocaat, begreep het. Hij stelde voor de kwestie voor te leggen aan de voorzitter van het hof, mr. Chorus. Die bepaalt immers de gang van zaken tijdens een rechtszitting, en niet een advocaat-generaal.

Toen wij reeds in de auto waren gestapt en onderweg naar huis reden werd ik om 11.30 uur gebeld door mr. Jahae. Van de voorzitter van het hof mocht mijn vriendin in de zaal plaatsnemen. Toen mijn advocaat de oorzaak van mijn afwezigheid had toegelicht, verschuilde advocaat-generaal Wesselink zich achter een protocol van de beveiligde rechtbank dat ‘gewoon’ publiek niet was toegestaan. Wij keerden onmiddellijk om.

Het vriendelijke personeel van de beveiligde rechtbank had tijdens de pauze geen goed woord over voor het afschuifgedrag van de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie: ’Het komt echt niet van ons! De A-G heeft letterlijk gezegd: “ik wil niet dat ze in de zaal zit, ze moet maar op de publieke tribune plaatsnemen.’” Niks protocol.

Verassingen
Het requisitoir bevatte een paar verassingen. Ik werd niet meer verdacht van strafbare feiten die verband hielden met de herfinanciering door Paarlberg’s Wilbury Ltd in 2003. Tevens was het onderdeel Nieuwgraaf 114 Holding/Leijenbergh Vastgoed van de tenlastelegging geschrapt. De strafeis was gehalveerd van 3 jaar naar 1,5 jaar onvoorwaardelijke celstraf.

Gewijzigd standpunt m.b.t. de Wallenpanden
In het verlengde van de Bibob-procedure die de gemeente momenteel tegen mij voert, focuste het OM zich in het requisitoir volledig op ‘de Wallenpanden’ om een veroordeling te bewerkstelligen. In het requisitoir in eerste aanleg van Kolbak had het OM ten aanzien van ‘het witwassen van de Wallenpanden’ nog vrijspraak gevorderd. In het requisitoir in hoger beroep stelde het OM dat een ‘gewiekst zakenman’ als Endstra de Wallenpanden nooit onder de taxatiewaarden zou hebben verkocht als hij daartoe niet gedwongen was geweest door Holleeder.

‘Kaatee moet op grond van de breedvoerige publicaties in het landelijk dagblad De Telegraaf geweten hebben dat Endstra te boek stond als bankier van de onderwereld. Hij moet zich ervan bewust zijn geweest dat hij vermogensbestanddelen die wij samenvatten als de Wallenpanden heeft verworven en voorhanden heeft gehad die middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf in de onderwereld. Dat hij zich daarvan op zijn minst bewust moet zijn geweest blijkt niet alleen uit het gegeven dat de kranten uitvoerig hadden bericht over Endstra en zijn witwasactiviteiten, zijn vastgoed en de rol van Holleeder en Mieremet. Het blijkt ook uit de gedragingen van Kaatee zelf, zoals de haastige aankoop, onder de taxatiewaarden en een geantedateerde vaststellingsovereenkomst.’

‘Endstra en zijn witwasactiviteiten’
In tegenstelling tot het begin van het Kolbak-proces in 2006, waarin Endstra vooral als slachtoffer werd neergezet, schildert het OM Endstra in het hoger beroep af als een grote boef. Het OM spreekt nu over ‘Endstra en zijn witwasactiviteiten’. Dit lijkt me een zorgelijke ontwikkeling voor familie, vriendinnen en zakenrelaties van Willem Endstra die zich, gelet op de motivering van het OM in mijn strafzaak, kunnen gaan opmaken voor een strafrechtelijke vervolging.

Gonggrijp-Van Mourik
Dat mijn vriendin in de zaal zat en alle aanwezigen goed kon observeren was ook ditmaal nuttig. Zij spotte onmiddellijk de op 22 oktober 2008 met succes gewraakte raadsheer mw. mr. M. Gonggrijp-Van Mourik. De raadsheer, die vanwege haar familieband met een van de getuigen (Dennis Prins) van de zaak was gehaald, vervulde op de achtergrond kennelijk toch een rol in het strafproces. Dat was bijzonder. Mevrouw Gonggrijp-Van Mourik zat doodleuk tussen het clubje medewerkers van het OM en werd voorzien van het requisitoir waarin zij aandachtig zat te lezen.

Toen de verdenkingen in mijn zaak aan de orde kwamen kwam de gewraakte raadsheer in actie. Ze begon driftig passages in haar exemplaar van het requisitoir te onderstrepen en notities te maken, zo was Priscilla opgevallen. In de zaken van de andere verdachten had ze slechts meegelezen wat de advocaat-generaal stond voor te dragen. Wij vonden dit allebei heel opmerkelijk en vroegen ons af of raadsheer Gonggrijp-Van Mourik alleen geïnteresseerd was in het verhaal van het OM, of dat zij later, over een paar weken, ook ons pleidooi zou gaan bijwonen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.