Financiering Paarlberg (2)

In augustus 2005 nam Het Parool al een voorschot op mijn arrestatie door ernstige beschuldigingen te uiten over mij en over een ‘schimmig maatschappijtje’ genaamd Wilbury. De krant baseerde zich op bronnen bij de Amsterdamse politie. Het gerechtelijk onderzoek moet nog beginnen, maar Het Parool concludeerde in het artikel ‘Monsterverbond op de Wallen’ op grond van de politiebronnen al dat het bij de herfinanciering ging om ‘witwassen’ of ‘afpersing van Endstra’.

‘Bijna heel Amsterdam weet het’
Op 1 februari 2006, twee dagen na mijn arrestatie, wordt Paarlbergs financieel adviseur Van T. uitvoerig aan de tand gevoeld over de herfinanciering door Wilbury. Het verhorende koppel probeert Van T. ervan te overtuigen dat hij had meegewerkt aan dubieuze zaken.

V: Kende u de relatie tussen Marcel Kaatee en Willem Holleeder?
A: Nee.

V: Kort en bondig.
A: Ja.

V: Heeft u wel eens contacten gehad met Willem Holleeder?
A: Nee

V: (…) Ja, wat dan opvalt, hè? Ik bedoel Paarlberg investeert in panden op de Wallen die gelieerd zijn aan Endstra. Dat kan iedereen uit de officiële stukken halen, uit het Kadaster. En Paarlberg geeft aan, ik ga ontvlechten maar nu gaat hij investeren in panden en ondernemingen op de Amsterdamse Wallen, waarvan gezegd wordt dat het panden en ondernemingen zijn die van Holleeder zijn. Ja, ontvlechten met Endstra doe je toch om imagoschade te voorkomen? Is deze actie van Paarlberg dan niet vreemd? (…)
A: Dus in dat kader vond ik het ook wel vreemd dat hij een financiering overnam van Endstra, hé, omdat ie met de ontvlechting bezig was. Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat juist in het kader van de ontvlechting, nodig was dat blijkbaar Endstra nog beschikking zou krijgen over een stuk liquiditeit. Terwijl op zich het overnemen van zo’n financiering er niet toe leidde dat er een rechtstreekse link zou zijn tussen, tussen Paarlberg en Endstra. De ene ging er uit en de ander kwam erin. Het was geen samenwerking meer op dat moment, dus in dat kader was het ook niet tegengesteld aan de ontvlechting. En dat er überhaupt een relatie stond tussen die panden, die vennootschappen en Holleeder dat is mij nooit bekend geweest.

V: Nee dat was u niet bekend, maar als je in Amsterdam over die buurt loopt, dan is het bijna een publiek geheim dat die panden van Holleeder zijn. Bijna heel Amsterdam weet het, iedereen… Roept het, laten we het zo zeggen. Ja dat zeg ik verkeerd, roept het. En Paarlberg gaat investeren in die panden.
A: Ja, nogmaals dat was kennis die ik op dat moment niet had. Ik heb ook nooit…

V: Nee, nee maar ik heb het niet over u hoor. Ik…
A: Nee maar, als je dat constateert…

V: Ik neem aan als investeerder, als Paarlberg weet waar die in investeert hè?
A: Dat neem ik aan van wel.

V: Dat mag ik wel aannemen hè?
A: Ja. Ja.

V: En Paarlberg is in Amsterdam geen vreemde.
A: Nee

V: Dus dan vraag ik gewoon aan u zonder u daarbij te betrekken van is het niet vreemd dat Paarlberg deze beweging maakt?
A: Ja dat zult u hem moeten vragen

V: Ja, nee, dat snap ik…
A: Ik kan hooguit zeggen met de kennis van nu, lijkt mij dat ook vreemd, ja. Maar u zult hem daarvan de reden moeten vragen.

V: Ja, nee dat is duidelijk. Maar het is een gedachte die bij ons opkomt en ze roepen altijd: ja, de politie heeft de meest gekke gedachte. Dus dat proberen wij altijd maar te toetsen aan echte mensen die er verstand van hebben.

De rechercheurs delen Van T. mede dat het een publiek geheim is dat die panden van Holleeder zijn en met deze verkregen ‘kennis’ vindt Van T. de handelswijze van de heer Paarlberg ineens ook vreemd. Een schoolvoorbeeld van sturing tijdens een verhoor door verbalisanten. Een veel voorkomend verschijnsel in het Kolbak-onderzoek.

De politie heeft de meest gekke gedachte’
Op deze wijze heeft men voortdurend getracht de herfinanciering verdacht te maken. Beïnvloeding vond ook plaats bij getuigen Bram Zeegers en Endstra’s financiële man Joop van der H. die niet eens van het bestaan van Wilbury afwisten. Toch werden zij door de officieren Teeven en Plooij maar ook door verbalisanten gevoed met selectieve informatie over Wilbury. ‘Onlogische constructie’, vond Zeegers. ‘Nee, ik snap ook niet waarom zo een rondje heeft moeten lopen’ reageerde Van der H. toen de verbalisanten hem voor de 5e keer probeerden uit te leggen hoe de herfinanciering volgens hen in elkaar stak.

De rechercheurs zeiden het al tegen Van T.: ‘ze roepen altijd ja de politie heeft de meest gekke gedachte, dus dat proberen wij altijd maar te toetsen aan echte mensen die er verstand van hebben’.

Van T. geen verdachte meer
Maar wat heeft Endstra eigenlijk zelf gezegd over Wilbury tijdens al die achterbankgesprekken? Hoe vaak heeft hij Wilbury überhaupt genoemd? Geen enkele keer! Door deze simpele vraag te stellen wordt duidelijk hoezeer het onderzoeksteam was afgedwaald. Het feit dat Ad van T., die de Wilbury constructie heeft opgetuigd, sinds kort niet meer wordt verdacht van strafbare feiten die gerelateerd zijn aan de herfinanciering, doet vermoeden dat het met het onderzoek nu eindelijk de goede kant op gaat.