De situatie in januari 2006, toen de strafzaak Kolbak begon waarin het witwassen van mijn panden op de Wallen eerder ten laste is gelegd, kent een belangrijk verschil met de huidige zaak Terrel ruim 17 jaar later: ik ben nu op vrije voeten.

‘Minister van financiën’
In 2006 schreven (misdaad)journalisten persberichten van het Openbaar Ministerie braaf over. Artikelen over de strafzaak waren voornamelijk gebaseerd op informatie afkomstig van ‘bronnen rond het onderzoek’. Van wederhoor was geen sprake.
De beweerde rol in de vermeende criminele organisatie van ‘topcrimineel Holleeder’ die mij werd toegedicht, werd breed uitgemeten in de pers. Ik zou Holleeders ‘financiële man’ zijn, het financiële brein van de bende, de minister van Financien zelfs. Ook kwalificaties als ‘stroman’, ‘boekhouder’ en ‘loopjongen’ kwamen vaak voorbij in de vele krantenknipsels over de zaak die mijn vriendin tijdens mijn maandenlange detentie verzamelde.

De door politie en OM aangestuurde beeldvorming kon ik niet weerleggen want ik zat vast, in alle beperkingen. Eerst op het politiebureau Meer en Vaart in Osdorp (Amsterdam-West) en daarna in de Penitentiaire Inrichting in Zwolle.
Beslag
Nadat de rechter-commissaris op 2 februari 2006 tot de eerste verlenging van de voorlopige hechtenis had besloten, hoorde ik onderweg naar Zwolle op de radio van het justitiebusje, dat er beslag was gelegd op ‘negen panden van Willem Holleeder op de Wallen’. Heeft Willem dan panden op de Wallen, vroeg ik mij verbaasd af. Dat wist ik niet. Negen maar liefst. Toen er werd gezegd dat het om panden ging waarin onder meer ‘gokhallen’ waren gevestigd, drong tot me door dat mijn panden daar kennelijk ook toe werden gerekend.

Eerste interview
Toen mij, na schorsing van mijn voorlopige hechtenis, door twee journalisten van Vrij Nederland gelegenheid werd geboden om de maandenlange onware en kwalijke berichtgeving in de media te nuanceren en te weerspreken, ben ik daar vanzelfsprekend op ingegaan.
Ik heb mijn allereerste interview (‘Die gokhallen zijn mijn kindjes’) gegeven aan Harry Lensink en Marian Husken.

Blog
Nadat de rechtbank mij op 21 december 2007 op één onderdeel van de uitgebreide tenlastelegging schuldig bevond en ik tot 5 maanden celstraf werd veroordeeld (na een strafeis van 3 jaar), ben ik onmiddellijk in beroep gegaan tegen het vonnis.
In mei 2008 ben ik vervolgens gaan bloggen over het hoger beroep van het Kolbak-proces, met informatie uit de eerste hand. Dit heeft uiteindelijk naar mijn stellige overtuiging mede geleid tot mijn vrijspraak.
Volgens journalisten die aandacht hebben besteed aan mijn weblog, was ik een van de eerste verdachten die in het openbaar verslag deed van zijn of haar strafproces.

Nieuw leven
Nu ik voor de tweede keer door het Openbaar Ministerie voor de rechter ben gedaagd voor het witwassen van ‘de Wallenpanden’, panden die 14 jaar na mijn vrijspraak (voor dezelfde witwasverdenking) nog steeds niet van enig misdrijf afkomstig zijn, was dat reden om mijn website weer nieuw leven in te blazen.
Waarom de rechtbank Amsterdam dinsdag 17 oktober 2023 geen einde heeft gemaakt aan de tweede vervolging voor dezelfde verdenking als toen, zal ik in het volgende artikel toelichten.