Endstra op de Wallen

{1 Reactie}

Ruim een half jaar nadat het eindrapport van de commissie-Van Traa verscheen over de ontoelaatbare opsporingsmethoden van de politie, kon op 11 oktober 1996 vastgoedhandelaar Wim Endstra worden toegevoegd aan de lijst van 16 in het rapport genoemde ondernemers in het Amsterdamse Wallengebied met criminele antecedenten en/of criminele connecties. Aangezien Endstra bedreven was in het aanleggen van rookgordijnen duurde het 9 jaar voordat de media in de gaten kreeg dat hij ook belangen had op de Wallen. Dit late nieuws was niet zozeer de verdienste van Het Parool, dat op 27 augustus 2005 publiceerde over een ‘Monsterverbond op de Wallen’, maar van de Amsterdamse politie die onderzoeksgegevens doorspeelde naar de krant voor het artikel. Op 19 juli 2005 deed de politie namelijk een inval bij mij thuis en bij mijn bedrijven en nam vele verhuisdozen vol administratie, correspondentie, personeelsgegevens en computerbestanden in beslag. Informatie uit de in beslag genomen bescheiden stond een maand later in Het Parool. Later zou Officier van Justitie Koos Plooij tegenover de Haarlemse rechtbank beweren: “Er zijn door ons geen onderzoeksgegevens gelekt naar de media”.

Getuigen over Kaatee
Banken en zakenrelaties waren vanzelfsprekend niet op de hoogte van Endstra’s bedrijvigheid op de Wallen. Arnold Endstra en Endstra’s secretaresses hadden evenmin wetenschap van Endstra’s Wallen-bezittingen.
Uit verklaringen van Endstra’s broer Haico en zijn zus Beatrix blijkt dat ook zij niets wisten van de belangen van het Endstra-concern in de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy, terwijl zij van februari 1998 tot september 2002 middels hun familie-BV nota bene medeaandeelhouder waren van deze bedrijven. Endstra heeft hen blijkbaar nooit verteld dat ik directeur was van zijn speelhallen. Dit verklaart waarom Endstra’s familie en personeel mijn aanwezigheid op het kantoor aan de Apollolaan niet goed konden plaatsen en daarover zijn gaan speculeren.

Puck (secretaresse) verklaarde op 4 december 2006 bij de rechter-commissaris:
V: Weet u of Kaatee iets te maken had met de relatie tussen Holleeder en Wim Endstra?
A: Nee, dat weet ik niet. In dat verband heb ik nooit iets gezien.

Danielle (secretaresse) verklaarde op 18 december 2006 bij de rechter-commissaris:
V: Heeft Wim Endstra of iemand anders u wel eens verteld wat Marcel Kaatee op kantoor kwam doen?
A: Nee
V: Weet u of Marcel Kaatee iets te maken had met Holleeder?
A: Dat heb ik zelf nooit gezien, maar alleen achteraf gehoord. Op het moment dat Endstra nog leefde, had ik niet zozeer het idee dat Kaatee iets te maken had met Holleeder. Na de dood van Wim Endstra hoorde ik, dat Kaatee de boekhouding kwam doornemen voor Holleeder, dat hij voor Holleeder de boeken kwam controleren. Ik weet niet meer van wie ik dat heb gehoord.

Arnold Endstra verklaarde op 21 december 2006 bij de rechter-commissaris:
V: Weet u of Marcel Kaatee en Wim Endstra privé en/of zakelijk een relatie met elkaar hadden? Zo ja, weet u wat voor relatie?
A: Ik weet niet of zij iets zakelijks met elkaar hadden.
V: Weet u of Holleeder en Marcel Kaatee privé en/of zakelijk een relatie met elkaar hadden? Zo ja, hoe weet u dit, en weet u wat voor relatie?
A: Ik weet het wel, maar niet uit eigen ervaring. Ik denk het. Ik heb Holleeder en Kaatee nooit samen gezien.

Beatrix Endstra verklaarde op 23 januari 2007 bij de rechter-commissaris:
V: Wist u dat die amusementscentra, de Molensteeg, van uw broer waren?
A: Nee
V: Ik houd u voor dat Marcel Kaatee in loondienst was van Endstra. Wist u dat?
A: Nee, dat wist ik niet.

Haico Endstra verklaarde op 5 februari 2007 bij de rechter-commissaris:
V: Kent u Marcel Kaatee? Zo ja, waarvan?
A: Ja, ik ken hem van kantoor. Het is mij niet bekend of hij voor Wim werkte. Ik heb altijd begrepen dat hij de financiële man van Holleeder was. Kaatee had wel eens besprekingen met Wim. Daar was ik niet bij. Ik weet niet waar die besprekingen over gingen.

Heineken-ontvoerders op de Wallen?
Doordat Endstra zijn overname van de speelhallen in de rosse buurt geheim hield, bleven oude geruchten over eigendommen van Heineken-ontvoerders op de Wallen voortbestaan. De enigen die uit eigen ervaring en wetenschap kunnen of konden spreken over hetgeen zij al dan niet in eigendom hadden op de Wallen (Rob Grifhorst, Cor van Hout en Willem Holleeder), hebben die geruchten altijd ontkend.

Citypeak
Kort na de liquidatie van Endstra trof het onderzoeksteam van de politie op Endstra’s kantoor een politierapport aan over het ‘Casa Rosso Imperium’ dat handelde over ‘het al dan niet vermeende bezit van Willem Holleeder op de Wallen in Amsterdam’. Dit rapport, afkomstig uit het Citypeak-onderzoek, bevat theorieën en veronderstellingen van de recherche over onder meer Casa Rosso Wallen BV, Speelautomatenhal Molensteeg 1 BV en Buddy Buddy BV.
Het omvangrijke Citypeak-onderzoek dat liep van eind 1993 tot 1998 stond onder leiding van Officier van Justitie Fred Teeven en was gestart omdat bij de CID informatie was binnengekomen dat Heineken-ontvoerders belangen hadden op de Wallen. Dit kon echter niet worden bewezen. Het strafrechtelijk onderzoek resulteerde in een veroordeling van Cor van Hout voor drugshandel en het leiding geven aan een criminele organisatie.
Het rapport uit Citypeak is later gebruikt door de belastingdienst in een boekenonderzoek bij Endstra’s bedrijven in de rosse buurt. Endstra kende het stuk vrijwel uit zijn hoofd. Hij maakte zich grote zorgen dat bij banken en nette zakenrelaties bekend zou raken dat hij bedrijven had op de Wallen die werden gerelateerd aan de Heineken-ontvoerders. Het laatste was vooral te danken aan de criminologen die voor de commissie van Traa de eigendomsverhoudingen op de Wallen hadden onderzocht. De onderzoekers hadden in hun rapportage geschreven dat onder de eigenaren van de Wallen zich de voormalige ontvoerders van Heineken bevonden. ‘Alle politiemensen zijn ervan doordrongen dat je daar natuurlijk geen zaken mee moet doen’, aldus professor Cyrille Fijnout, die het met zijn collega’s kennelijk wetenschappelijk verantwoord vond om aan de Parlementaire enquêtecommissie vermoedens als feiten te presenteren.

Openbaar Ministerie
Wat Endstra tegen de CIE vertelde over Holleeder en de speelhallen en over een verdeling van Wallen-belangen door de heren Grifhorst, Holleeder en Van Hout in 1996, is vrijwel woordelijk terug te vinden in het Citypeak-rapport dat de politie bij Endstra aantrof. Het Openbaar Ministerie vond het ‘niet aannemelijk’ dat Endstra voor zijn verhalen heeft geput uit het op zijn kantoor aangetroffen rapport. ‘Al kan niet worden uitgesloten dat Endstra het stuk inhoudelijk kende, wat hij bij de CIE vertelde kon hij allemaal zelf uit eigen ondervinding weten’, aldus het OM in haar repliek van 22 november 2007.

“Ik heb eens gelezen”
Endstra liet tijdens de achterbankgesprekken blijken het politierapport te kennen. Hij begint er zelf over. Leest u maar mee:

6e gesprek d.d. 5 juni 2003:
J: Hoe kunnen we die (speelhallen) afpakken?
W: Ik heb ooit eens in stukken gelezen, dat dat ooit eens geprobeerd is dat hij (Holleeder) eigenlijk met taps en zo, dat hij dus eigenlijk de leiding al gaf. Ik weet niet of jullie dat kennen?
J: Ja

10e gesprek d.d. 27 augustus 2003:
W: Jullie hebben hem (Holleeder) er ooit wel eens van verdacht, he. Want ik heb eens gelezenergens
J: Wat?
W: Dat die hallen van hem waren.

Natuurlijk vertelde Endstra niet tegen de CIE dat hij een rapport van de recherche op zijn kantoor had liggen. In plaats daarvan bleef hij vaag en alleen los dat hij er ooit ergens iets over heeft gelezen. Dat is Endstra ten voeten uit.

W is Wim Endstra, J is CIE-chef Jan van Looijen.

1 Reactie…

  1. onderwereldblog 7 juli 2008 at 16:51

    graag contact ivm publicatie, dank