NOVA slikte leugen hoofdofficier

Twan Huys (NOVA)Wat bezielde het Openbaar Ministerie om mij in openbare zittingen te bestempelen als de ‘minister van Financiën’ van de veronderstelde criminele organisatie van Willem Holleeder? Volgens Endstra was ik immers een aardige jongen die geen vlieg kwaad deed en werd misbruikt. Tijdens de achterbankgesprekken noemde Endstra andere personen met naam en toenaam als zijnde de financiële raadgevers van Holleeder.
Desondanks stelde aanklager Koos Plooij tijdens raadkamerzittingen in februari en maart 2006 dat ik de financiële spil zou zijn van de criminele organisatie. Fred Teeven gooide er op 11 april 2006 nog een schepje bovenop door mij te kwalificeren als ‘de minister van Financiën van Holleeder’ en te suggereren dat, als ik werd vrijgelaten, ik vermogens zou wegsluizen die nog niet waren gevonden.

Schiphol-Oost
De rechtbank op Schiphol-Oost was streng beveiligd tijdens de eerste Pro Forma zitting op 11 mei 2006. Zwaar bewapend en wijdbeens bewaakten leden van de Koninklijke Marechaussee het gerechtsgebouw want de groep rond Willem Holleeder werd door het Openbaar Ministerie omschreven als een zeer gewelddadige criminele organisatie die zich bezighield met afpersing, omkoping en liquidaties, meldde de Volkskrant. Door de gecreëerde media-hype was de publieke belangstelling voor de zaak tegen ‘de bende van Holleeder’ ongebruikelijk groot, vertelde een woordvoerder van de rechtbank aan het NRC: ‘Het gebeurt niet vaak dat een vereniging uit Maastricht zich meldt met de vraag of ze met een groep van 20 mensen langs kan komen.’

Dagboek
In het dagboek dat ik in het Huis van Bewaring in Zwolle bijhield noteerde ik na afloop van die dag: ‘Aangekomen om 9.00u bij de Rechtbank op Schiphol zag ik een heel circus voor de deur met veel pers, televisie ploegen en mannen met mitrailleurs. Onderweg stond Peter R. de Vries even stil naast ons busje. Hij tuurde indringend naar binnen maar kon volgens mij niks zien door het geblindeerde glas. De zitting begon om 10.30u. Voor het eerst zat ik in de rechtszaal met de medeverdachten waarvan ik alleen Willem persoonlijk kende. Ik was de eerste verdachte die werd binnengeleid en zag een camera van de NOS waardoor ik niet meteen doorhad waar ik moest plaatsnemen. Kuijpers wenkte mij. Hij zat helemaal rechts, voor het publiek links, tegen de muur aan.

‘Minister van Financiën’ 
Plooij nam op Schiphol uitgebreid de tijd om de tenlastelegging voor te dragen. Teeven ging daarna in op specifieke onderdelen die mij aangingen. Opnieuw noemde hij mij de ‘minister van Financiën’, zonder dit fatsoenlijk te onderbouwen. De Telegraaf schreef de volgende dag:
Om de waarheid tijdens het proces te achterhalen is het vertrouwen van slachtoffers en getuigen nodig. Daarvoor is nodig dat de voorlopige hechtenis blijft voortduren. Wat Plooy en Teeven betreft geldt dat zowel voor Holleeder als voor de overige verdachten zoals Senol T. (41) en Maruf (‘Paja’) M., die worden gezien als leiders van de criminele organisatie waarvan verder Richard G. (43), Ozan T. (34) en “minister van Financiën”, de gokhallenexploitant en bandleider Marcel K. (47) worden gerekend.

Teeven’s uitspraak voor een volle perstribune was door de journalisten keurig tussen aanhalingstekens gezet, zoals gebruikelijk is bij een quote.

Kaatee geen mededader moord
Op 6 juli 2006 diende voor de Haarlemse rechtbank een verzoek om mijn voorlopige hechtenis te schorsen. In het verbaal van de zitting wordt mijn advocaat van destijds mr. Jan-Hein Kuijpers als volgt geciteerd: ‘Het openbaar ministerie noemt Kaatee de minister van financiën maar daarvoor dienen er wel aanwijzingen tegen cliënt te zijn. Je kunt niet zeggen: je kent Holleeder en Getuige D gaat praten over Kaatee. Destijds werd zoiets ook over de bedreigde getuigen A, B en C gezegd, maar die hebben toen ook niets over Kaatee gezegd. De officier van Justitie houdt mij voor dat ik dat ook naar buiten heb gebracht. Ik kan u beloven dat als het zo zou zijn dat getuige D straks niet over Kaatee praat, ik weer naar buiten zal moeten brengen dat hij geen mededader is bij moord. Mijn cliënt komt nergens in het dossier als verdachte van moord in beeld, alleen in het hoofd van officier van Justitie Teeven.

De rechter-commissaris concludeerde daarna in zijn gesprek met getuige D dat deze helemaal niets over mij wist te vertellen. Getuige D mocht daarom niet als bedreigde getuige verklaren in mijn zaak.

‘Spilfunctie’
Bij de tweede Pro Forma op 18 juli 2006 stelde Fred Teeven: ‘Over Marcel Kaatee verklaarde Van der Bijl spontaan dat die van alle financiële zaken van Holleeder afweet. Ik noemde hem vorige keer al de minister van Financiën. (…) In de zaak Kaatee ligt voldoende financieel en ander onderzoek om hem ervan te verdenken een belangrijke bewaker van de gelden van Holleeder te zijn.’

Het zittingsverslag van de rechtbank vermeldt de volgende reactie van mijn advocaat op Teeven’s belastende suggesties: ‘Het openbaar ministerie zegt dat de papieren die het heeft verstrekt het beeld van het openbaar ministerie bevestigen dat cliënt een spilfunctie heeft binnen de organisatie van Holleeder en dat hij de minister van financiën is en hij in een heel verre variant medepleger zou zijn van de liquidatie van Cor van Hout.(…) Er is enkel de verklaring van Van der Bijl die zegt dat Kaatee op de hoogte was van de financiële verhoudingen. Officier van Justitie Teeven was bij dat verhoor aanwezig maar er is toen niet doorgevraagd.

Toen de geluidsopname van het verhoor later tevoorschijn kwam, bleek dat Van der Bijl juist had verklaard dat ik niets afwist van criminele zaken van Holleeder en dat de rechercheurs dit in hun proces-verbaal hadden verzwegen.

Bekentenissen uit de bunker
Na het Telegraaf artikel van 12 mei 2006 volgden allerlei publicaties waarin ik werd aangeduid als ‘de minister van Financiën’ van Willem Holleeder. ANP-journalist Peter Elberse schreef hierover in zijn boek ‘Bekentenissen uit de Bunker’: ‘Voordat het proces begon werd hij (Kaatee) veelvuldig afgeschilderd als de financiële man van de Neus, de boekhouder, zelfs ‘de minister van Financiën’. Inmiddels kunnen we vaststellen, denk ik, dat Kaatee daarmee onrecht is aangedaan, want van een dergelijke positie in een criminele organisatie is beslist geen sprake geweest’.

Ook de Haarlemse Rechtbank zag in mij geen ‘minister van Financiën’ en sprak mij op 21 december 2007 vrij van alle beschuldigingen, m.u.v. het eenmalig aannemen van een envelop met contant geld.

Zoete koek
Die avond gaf hoofdofficier van het Landelijk Parket Bart Nieuwenhuizen in NOVA commentaar op het vonnis dat door presentator Twan Huys werd omschreven als ‘een klinkende overwinning voor het Openbaar Ministerie’. Alleen het onderzoek naar geldstromen leek niet echt naar tevredenheid te zijn afgerond. Wat vond Nieuwenhuizen bijvoorbeeld van het vonnis van medeverdachte Kaatee, ‘die toch ook door het Openbaar Ministerie ‘de minister van Financiën’ van Holleeder werd genoemd’, wilde Huys van Nieuwenhuizen weten.Niet door ons!’, loog de hoofdofficier van het Landelijk Parket met een stalen gezicht, die daarmee de oorsprong van de kwalijke beschuldiging in de schoenen schoof van de media. Twan Huys slikte de leugen voor zoete koek.