Leegstandsbepaling verdwijnt uit bestemmingsplan 1012

{1 Reactie}

MolensteegHet belangrijkste bezwaar tegen Bestemmingsplan 1012 was voor mij de leegstandsbepaling die aan de bestaande uitsterfregeling was toegevoegd. Voor de inhoudelijke behandeling van mijn beroepschrift door de Raad van State op 6 oktober jl. had ik een pleitnotitie geschreven. Niet alleen over de leegstandsbepaling maar ook over de vertekende beeldvorming vanuit het college van burgemeester & wethouders en het niet-bestaan van enig beleid ten aanzien van speelautomatenhallen, behalve dat ze van de gemeente moeten uitsterven. Maar voordat ik het stuk kon voordragen meldde de advocaat van de gemeente onverwachts dat de leegstandsbepaling kon vervallen.

‘Dat gaat zomaar niet’
Na de Voorlopige Voorziening uitspraak van 8 september jl. had de gemeente gekeken hoeveel speelhallen er werkelijk zijn op de wallen en hoeveel leegstand er was. Dat bleek maar heel beperkt. Dus was die leegstandsbepaling eigenlijk overbodig. De voorzitter ging daar echter niet zomaar mee akkoord en hield de advocaat van de gemeente voor: “Dat gaat zo maar niet. Wij moeten ook rekening houden met de belangen van bewoners en andere ondernemers. Uw cliënt (de gemeente, MK) heeft toch welbewust ervoor gekozen een leegstandsbepaling aan het uitsterfbeleid te verbinden? Daar is neem ik aan toch goed over nagedacht?”

Uiteindelijk verzekerde de voorzitter mij dat de uitspraak van de Raad van State op dit punt hoe dan ook zal inhouden dat de leegstandsbepaling uit het bestemmingsplan verdwijnt. De gemeente was zelf van plan de leegstandsbepaling pas begin volgend jaar uit het bestemmingsplan te schrappen middels een wijzigingsbesluit van de gemeenteraad. “Waarom niet eerder?” vroeg de voorzitter. “Omdat er eerst nog een wijzigingsbesluit moet worden genomen over de Universiteitsbibliotheek,” antwoordde een bij de zittingen aanwezige ambtenaren.

Voorlopige voorziening
De opmerkelijke koerswijziging van de gemeente kwam als een verrassing na het ferme standpunt dat was verkondigd bij de behandeling van de Voorlopige Voorziening. De voorzitter van de Afdeling stelde mij op 8 september jl. in het gelijk en schorste de leegstandsbepaling tot de uitspraak, die waarschijnlijk plaatsvindt in december 2014. Zonder schorsing zou de aanduiding ‘speelautomatenhal toegestaan’ op 11 september 2014 zijn vervallen bij de panden Molensteeg 1 en Oudezijds Achterburgwal 30. Dat zou tot een enorme schade hebben geleid.

In aanloop naar de behandeling van de Voorlopige Voorziening deed de gemeente het kort geding af als een hele simpele zaak: het intrekken van de speelhalbestemming op 11 september jl. (omdat de functie één jaar lang niet is uitgeoefend), valt onder het ondernemersrisico van Kaatee. Dat er ruim een half jaar eerder door een nieuwe exploitant een vergunningaanvraag is ingediend om de speelhallen weer in bedrijf te nemen doet niet ter zake. De leegstandsbepaling dient een hoger belang dan dat van Kaatee, namelijk het belang van een goede ruimtelijke ordening. Maar zo eenvoudig als de gemeente het deed voorkomen is het niet. Sluiting en gesloten houden van mijn speelhallen is al jaren onderdeel van politieke en bestuurlijke dadendrang. De gemeente heeft voortdurend geprobeerd met alle middelen die tot haar beschikking staan te voorkomen dat de speelhallen ooit weer open gaan. Dat is duidelijk geworden in alle procedures die ik heb gevoerd, en nog steeds voer, waaronder deze bij de Raad van State.

‘Sluiting speelhallen succes van project 1012’
Op 9 december 2013 schaarde de projectleider van Project 1012 de sluiting van mijn speelhallen onder ‘de successen van het project 1012’. Dat was tijdens een presentatie van de voortgang van Project 1012. Hoewel de speelhallen zijn gesloten op grond van de Wet Bibob, werd een rechtstreeks verband gelegd met het bestemmingsplan. Het bevestigde mijn vermoeden dat de gemeente de speelhallen na de sluiting in 2012 geheel van de Wallen wilde laten verdwijnen. Met de leegstandsbepaling in het nieuwe bestemmingsplan had de burgemeester het instrument in handen gekregen om definitieve sluiting en verdwijning te bewerkstelligen.

Nota Beleidsaanpassingen bestemmingsplangebied 1012
Bij de vaststelling van de ‘Nota Beleidsaanpassingen bestemmingsplangebied 1012’ in 2011 ontbrak de leegstandsbepaling. Volgens stadsdeelvoorzitter Van Pinxteren (GroenLinks) voldeed de bestaande uitsterfregeling prima. De nota stelt bij 6.3 (Voorstel nieuw beleid):  ‘In het nieuwe bestemmingsplan voor het 1012-gebied worden voor de prostitutie die blijft de bestaande regelingen opgenomen. Dit geldt ook voor de automatenhallen, geldwisselkantoren, telefoneerinrichtingen en smartshops, inclusief de uitsterfregeling. Er is dus geen aanleiding voor nieuw beleid voor deze functies.’ [1]

Maar na de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 12 maart 2012, en de daaropvolgende sluiting van de centers op 19 maart 2012, is de uitsterfregeling voor speelautomatenhallen en enkele andere functies ineens uitgebreid met de leegstandsbepaling.

Gemeente heeft meerdere petten op
Een overheid dient iedere schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. In het onderhavige geval bleek dat de gemeente meerdere petten op had die niet verenigbaar zijn:
1) als behandelaar van de vergunningaanvraag
2) als regelgever, en
3) als uitvoerder van het beleid om het aantal speelhallen te verminderen.

Deze omstandigheid gaf het college onder meer de mogelijkheid om de leegstandsbepaling in werking te laten treden, terwijl de gemeenteraad eerder nog meende dat de bestaande uitsterfregeling (zonder leegstandsbepaling) gehandhaafd kon blijven.

Ook kon de gemeente, door de vergunningaanvraag niet voortvarend te behandelen, het nemen van een besluit over de aanvraag gemakkelijk over de cruciale datum van 11 september 2014 heen tillen. Gewoon door pas na vierenhalve maand een adviesaanvraag in te dienen bij het Landelijk Bureau Bibob, terwijl zij op dat moment heel goed wist dat dat de vergunning om een hele andere reden zou worden geweigerd, namelijk omdat het exploiteren van speelhallen op de locaties Molensteeg 1 en Oudezijds Achterburgwal 30  conform de leegstandsbepaling, na 11 september 2014 niet meer is toegestaan.

Al deze petten in één hand is onwenselijk en vloeit voort uit het feit dat speelautomatenhallen (anders dan andere ongewenste branches), vergunningplichtig zijn én ook nog eens onder de Wet Bibob vallen. Daarbij ondermijnt de leegstandsbepaling de rechtspositie van zowel de pandeigenaar/verhuurder als de exploitant/huurder/koper. Laatstgenoemde moet zonder dat de bestemming tussentijds vervalt een zienswijze kunnen indienen en bezwaar kunnen maken mocht een vergunningaanvraag worden geweigerd. En Bibob-procedures kunnen jaren duren, weet ik uit ervaring.

Stopera

Kritiek rekenkamer op Project 1012
‘Gokhallen’ moesten worden teruggedrongen maar hoeveel en welke zaken er moesten verdwijnen, en hoeveel en welke er mochten blijven bleef ongewis. Bij coffeeshops en raambordelen is dat wél exact bepaald. De gemeentelijke Rekenkamer wees de gemeente hier al in 2011 op:

‘Informatie over de ontwikkeling van de aantallen criminogene en economisch laagwaardige functies is noodzakelijk om te kunnen vertellen hoe het Coalitieproject zich als geheel ontwikkelt. De vermindering van deze functies is namelijk de centrale beleidsdoelstelling van het Coalitieproject. Uit beleidsstukken blijkt het aantal functies te zijn toegenomen ten opzichte van 2007.[2] Dit vraagt om toelichting: wat betekent deze toename? Was dit verwacht? Of gaat er iets niet goed? Zonder dit verhaal kan niet bepaald worden of het Coalitieproject op schema ligt of dat aanpassingen nodig zijn.’

Uitspraken Lodewijk Asscher
Voorafgaand aan het nieuwe bestemmingsplan heeft de initiator van de Wallen-aanpak Lodewijk Asscher bewust het beeld gecreëerd dat in het Wallengebied ontzettend veel speelautomatenhallen gesitueerd zijn. Op 12 september 2007 hield Asscher als locoburgemeester van Amsterdam een toespraak over de bestuurlijke aanpak (Wet Bibob) op de Wallen.[3] De minister van Binnenlandse zaken, andere hoogwaardigheidsbekleders en journalisten hoorden Asscher verkondigen:

“Geachte aanwezigen, De geboorteplaats van de bestuurlijke aanpak is, naar mijn bescheiden Amsterdamse mening, het Wallengebied. Met name over de ervaringen met dit gebied wil ik het met u hebben. (…) Zo omvat de raamprostitutie in dit gebied 143 panden met daarin in totaal 451 ramen. Er zitten 8 grote speelautomatenhallen en maar liefst 85 coffeeshops.”

Aantallen en omschrijvingen die gretig en zonder enige verificatie werden genoteerd en verspreid door het ANP, en vervolgens werden gepubliceerd in de Volkskrant en andere media, en uiteraard ook verschenen op de website van de PvdA. Op 5 december 2011 werd Asscher in het programma Villa VPRO op Radio 1 geïnterviewd over zijn Wallen-aanpak. De geestelijk vader van het uitsterfbeleid in het gebied stelde:

“We hebben geleerd in dit gebied dat de criminaliteit er zo massaal is. Er zaten daar 450 raambordelen, 75 coffeeshops, 19 gokhallen op een piepklein stukje van een oude middeleeuwse stad. En daarvan zeiden politie en justitie: dat kunnen we eenvoudigweg nooit bolwerken. Dus we hadden geen andere keuze dan ingrijpen in de stad zelf.”

Het is de ‘massale criminaliteit’ in het gebied – door de vele raambordelen, coffeeshops en gokhallen – die volgens Asscher heeft geleid tot Project 1012, omdat politie en justitie het niet meer konden bolwerken. Is dat zo? De agent op straat liet en laat een heel ander geluid horen; namelijk dat het op de Wallen al jaren een oase van rust is vergeleken met andere uitgaansgebieden zoals op en rond het Leidseplein en het Rembrandtplein waar elk weekend de Mobiele Eenheid klaarstaat om snel in te kunnen grijpen bij criminaliteit.

De feiten
Er is helemaal geen sprake van ‘massale criminaliteit’ op de Wallen, zoals Asscher beweert. Ook niet van ’19 gokhallen’. Een verband leggen tussen automatenhallen en ‘massale criminaliteit’ is sowieso absurd. In 1998 is al aangetoond dat veronderstelde criminogene factoren in de speelhallenbranche niet overeenstemmen met de praktijk, dat speelhallen op zichzelf geen criminaliteit aantrekken en dat in de speelhallenbranche witwassen niet of nauwelijks voorkomt.

Er moet wat betreft de spreiding van speelautomatenhallen onderscheid worden gemaakt tussen de Wallen en winkelgebied Damrak/Nieuwendijk, dat ook tot het postcodegebied 1012 behoort. Dat doet de Kamer van Koophandel in 2008 wél in haar Economische Visie op het Postcodegebied 1012. De KvK noemt enerzijds het Wallengebied (prostitutie, horeca, erotisch entertainment) en anderzijds het winkelgebied Damrak/Nieuwendijk (‘De Rode Loper’) en stelt vast dat het speelautomatenaanbod zich juist concentreert in het winkelgebied Damrak/Nieuwendijk. Het rapport van de Kamer van Koophandel werd in 2008 aangeboden aan Lodewijk Asscher maar verdween onmiddellijk in zijn bureaula. Asscher en consorten verkondigden liever de boodschap van de vele (‘grote’) speelhallen als belangrijke factor waarom het op de Wallen uit de hand is gelopen.

Het werkelijke aantal speelautomatenhallen in het wallengebied komt in geen enkel gemeentelijk stuk naar voren. Welnu; in het wallengebied waren in 2008, toen de Kamer van Koophandel het gebied onderzocht, vijf kleine automatenhallen gevestigd. Inmiddels zijn hiervan nog maar twee actief. De grootste was mijn eigen, thans nog gesloten, speelhal in de Molensteeg met een vergunning voor een bescheiden aantal van 40 automaten.

In het winkelgebied Damrak/Nieuwendijk zijn de grotere speelautomatenhallen te vinden, waarvan sommigen met vergunningen voor 100 of meer automaten. De grootste speelhal aan het Damrak is Carrousel Arcade, gevestigd in een oud bioscoopgebouw waar ooit Cineac Damrak was gevestigd, met een vergunning voor 225 automaten, en een veelvoud aan spelersplaatsen. Opgeteld passen alle vergunde automaten van de vijf speelhallen op de Wallen met gemak in die ene speelautomatenhal op het Damrak.

Carrousel Arcade Damrak

Kijken we naar het aantal vergunde speelautomaten in de speelhallen dan zou de leegstandsbepaling erin resulteren dat 92% van het speelautomatenaanbod zich concentreert in het winkelgebied rond het Damrak en de Nieuwendijk, terwijl deze functie best thuishoort op de Wallen.

Resumé; er bestaan helemaal geen ‘8 grote speelhallen’ in het wallengebied, zoals Lodewijk Asscher in 2007 verkondigde. En helemaal geen ‘19’ zoals dezelfde Asscher de luisteraars van Radio 1 in december 2011 wijsmaakte. Als er al sprake zou zijn van een overaanbod aan speelautomaten in het postcodegebied, dan betreft dat het winkelgebied Damrak/Nieuwendijk.

Speelhallenbeleid hoofdstad
Waarom is na de sluiting van mijn speelhallen aan de bestaande uitsterfregeling een leegstandsbepaling toegevoegd? Wie kwam op dat onzalige idee? Op grond waarvan werd dit vanuit het belang van een goede ruimtelijke ordening ineens noodzakelijk geacht? In elk geval niet omdat de gemeente zich in speelhallen heeft verdiept. Men kent het werkelijke aantal speelhallen op de Wallen niet eens, of doet alsof men het niet weet. De gemeente heeft ook geen beleid gevoerd. Dat bevestigt een bestuurder van stadsdeel Centrum op 8 februari 2013 in een e-mail aan een 1012-ambtenaar die voor een andere exploitant onderzoekt of deze zijn speelhallen mag samenvoegen of verhuizen. Die e-mail is in het kader van een Wob-procedure openbaar geworden. De bestuurder schrijft aan de ambtenaar:

“We hebben binnen het stadsdeel ons beraden over wel of niet meewerken aan initiatieven voor verplaatsing van automatenhallen. Voor het meewerken aan initiatieven zijn wij afhankelijk van de medewerking van de gemeente. Dat wordt gecompliceerd door twee redenen. De eerste is dat veel tijd moet worden besteed aan de abdicatie. Ook andere dringende onderwerpen vragen veel tijd. Ik weet dat de Burgemeester zich bovendien in alle aspecten rond automatenhallen wil verdiepen. Mijn inschatting is dat het lang gaat duren voordat duidelijkheid is over het meewerken aan initiatieven.”

De voorzitter van de speelautomatenbranchevereniging Frits Huffnagel liet mij onlangs weten dat een gesprek over het speelhallenbeleid in Amsterdam, waarin de burgemeester zich laat voorlichten ‘over alle aspecten rond automatenhallen’, nog steeds niet heeft plaatsgevonden. De bestuurder van stadsdeel Centrum gaf het al aan: het gaat lang duren voordat de burgemeester zich hierin verdiept omdat andere onderwerpen veel tijd vragen. We zijn inmiddels meer dan anderhalf jaar verder, en een integraal speelhallenbeleid is er nog steeds niet in de hoofdstad, behalve dat ze met een uitsterfregeling en een leegstandsbepaling zouden worden teruggedrongen. Maar die leegstandsbepaling wordt nu geschrapt omdat het eigenlijk best meevalt met het aantal speelhallen op de Wallen.

Laat dit een goede les zijn voor journalisten die geneigd zijn blind varen op uitspraken van politici en bestuurders als Lodewijk Asscher, en ook voor de Raad voor de Journalistiek die als stelregel hanteert dat journalisten die geen wederhoor plegen en alleen putten uit bronnen van de overheid, in beginsel mogen uitgaan van de juistheid van door deze bronnen verstrekte informatie, als dat informatie van feitelijke aard betreft.

[1] Nota Beleidsaanpassingen bestemmingsplangebied 1012, d.d. 27 sept. 2011

[2] In de Strategienota wordt een overzicht gegeven van de aantallen criminogene en economisch laagwaardige functies in het postcodegebied 1012 in 2007: 444. In 2011 bedraagt deze stand (op basis van beleidsdocumenten en berekening van de rekenkamer) 491. Hoewel het aantal raambordelen is gedaald met 30, zijn de aantallen massagesalons, minisupermarkten en souvenirwinkels toegenomen met, respectievelijk, 21, 5 en 55.

[3] Toespraak locoburgemeester Lodewijk Asscher: “Verhalen uit de praktijk”, Conferentie Maastricht, Crowne Plaza Hotel, d.d. 12 september 2007

1 Reactie…

  1. Hoop dat je ooit in je gelijk wordt gesteld, of beter gezegd dat die Stopera boeven met hun chaos aan de Amstel (wan)beleid gestraft zullen worden…..!