Inhoudelijke behandeling zaak Kaatee

{10 Reacties}

Woensdag 4 maart jl. vond de inhoudelijke behandeling plaats van mijn strafzaak in hoger beroep. Alle ten laste gelegde feiten zijn nu besproken. Dat waren er meer dan in eerste aanleg. De Haarlemse rechtbank had in het vonnis gesuggereerd dat als mij medeplichtigheid aan afpersing en witwassen ten laste was gelegd, zij dan waarschijnlijk wél tot een veroordeling was gekomen. Bedankt voor de tip, dacht het Openbaar Ministerie die de tenlastelegging in het Hoger Beroep terstond uitbreidde met een medeplichtigheidsvariant voor alle feiten.

Paleis van Justitie

Nu de zaken tegen alle verdachten in het Holleeder-proces separaat worden behandeld, hoefde ik ditmaal niet naar de bunker in Osdorp. De zitting werd gehouden in het Paleis van Justitie aan de Prinsengracht. Ik was daar voor het laatst in 1984 toen daar de rechtszaak plaatsvond tegen Joseph Lan, de brandstichter van Casa Rosso. Destijds als publiek en nu, 25 jaar later, als verdachte in een proces van ongekende omvang. Het strafdossier beslaat inmiddels honderden ordners en er komen nog steeds nieuwe stukken bij uit het parallel aan deze zaak lopende Paarlberg-onderzoek.

Leijenbergh/Nieuwgraaf 
Mijn vriendin Priscilla was er uiteraard om mij te steunen, maar verder was er nauwelijks belangstelling. Welgeteld zes personen waarvan twee van de schrijvende pers en twee medewerksters van Justitie of van het Hof die in de zaal mochten plaatsnemen. Voor de lunch werden wat formaliteiten afgehandeld en enkele nieuwe stukken besproken waaronder een recent accountantsrapport over de waardering van Leijenbergh Vastgoed BV. Die vennootschap had Endstra eind 2002 voor € 1.2 miljoen van Maike Dijkhuis overgenomen. Volgens het door de verdediging van Dijkhuis ingebrachte rapport was Leijenbergh, met Nieuwgraaf 114 Holding BV als een van de onderliggende deelnemingen, in totaal € 1.9 miljoen waard. Dit stond haaks op de verklaring van Endstra’s financiële man Joop van der H. die meende dat het om ‘een lege tent’ ging. Dat had hij gehoord van de directeur van de vennootschap Dennis P., en meende hij ook te hebben gezien in de jaarcijfers 2001 die bij de Kamer van Koophandel waren gedeponeerd.

Het Openbaar Ministerie hecht veel waarde aan de beweringen van Van der H. en achtte hem ook hier geloofwaardig. Hoewel Endstra tijdens 15 achterbankgesprekken geen enkele suggestie in die richting had geuit, kwalificeerde het OM de aankoop van Leijenbergh Vastgoed BV aanvankelijk als afpersing en het witwassen van de afgeperste gelden. Bij de bespreking van het accountantsrapport begon mijn eerste discussie met de advocaat-generaal:

A-G: “U was aandeelhouder van Leijenbergh.”
Kaatee: “Nee hoor, ik was geen aandeelhouder van Leijenbergh.”

A-G: “U was wél aandeelhouder van Leijenbergh!”
Kaatee: “Ik ben géén aandeelhouder geweest van Leijenberg Vastgoed. U kent de stukken blijkbaar niet goed.”

A-G: “Ik ken de stukken wél, en ik weet zeker dat u aandeelhouder was van Leijenbergh.”
Kaatee: “Kijkt u het maar eens goed na.”

Voorzitter Chorus, die zich kennelijk ook niet had verdiept in het eigendom van de vennootschap, onderbrak het welles/nietes debat en begon over de waarde van Leijenbergh Vastgoed BV bij de verkoop aan Endstra op 24 december 2002. Omdat in 2002 geen transacties meer hadden plaatsvonden, kwam die waarde overeen met het eigen vermogen van de vennootschap op 31 december 2001, te weten: € 1.2 miljoen. Van der H. had op de balans van Leijenbergh weliswaar een negatief eigen vermogen gezien maar had verzuimd de toelichting te lezen. Daarin stond vermeld dat alle deelnemingen van Leijenbergh op de balans tegen de verkrijgingsprijs waren opgenomen en niet tegen de actuele waarde. Merkwaardig om dit over het hoofd te zien. Helemaal voor iemand die naar eigen zeggen ‘op scherp’ stond. Van der H. was nota bene gediplomeerd accountant. Althans dat beweerde hij in zijn verklaringen.

De verklaringen van Joop van der H.
De voorzitter vroeg waarom ik grinnikte toen de verklaringen van Endstra’s financiële man ter sprake kwamen. Ik legde uit waarom ik Van der H. een rare kwibus vond; deze getuige trekt veel eigen conclusies en past, als het hem of het Openbaar Ministerie beter uitkomt, zonder probleem zijn verklaring aan. Zo beweerde Van der H. in een van zijn eerste verklaringen dat hij had gezien dat ik een betalingsopdracht bij Endstra zou hebben opgehaald. Endstra had het document aan mij overhandigd en je moest volgens Van der H. ‘heel scherp’ zijn om dat te kunnen zien. Niemand anders had het waargenomen, aldus Van der H.. Het Openbaar Ministerie wees op deze verklaring in een raadkamertoelichting om mijn voorarrest te verlengen en stelde (vermoedelijk per abuis) dat Van der H. zou hebben gezegd dat ik de betalingsopdracht bij hém zou hebben opgehaald. Prompt wijkt Van der H. in zijn eerstvolgende verklaring af van zijn oorspronkelijke verhaal en beweert hij dat ik de beweerde betalingsopdracht bij hém had opgehaald in plaats van bij Endstra. Hierdoor kwam zijn verklaring mooi overeen met hetgeen het Openbaar Ministerie in een officieel processtuk had gesteld.

“Bedoelt u dat Van der H. zijn verklaring heeft aangepast naar aanleiding van een stuk van het OM?” vroeg voorzitter mr. Chorus. Ik antwoordde:“Dat moet haast wel. Als Van der H. inzage heeft in processtukken gaan bij mij de antennes omhoog”. De voorzitter kon zich niet voorstellen dat dit het geval was. Van der H. moet zich in die verklaring gewoon hebben vergist concludeerde Chorus.

Enkele jaren later, op 10 juni 2008, legde Van der H. een nieuwe verklaring af over de betalingsopdracht. Deze keer bij de Rechtbank in strafzaak tegen de heer Paarlberg:

Van der H: “Ik heb gezegd dat meneer Kaatee kwam kijken en voor mij was het duidelijk dat hij met name keek of die betaling van 2.3 miljoen over was gemaakt naar Ballados.”

Vraag: “Kon u zien dat hij het bekeek?”
Van der H: “Ja, er werd een kopie van gemaakt.”

Vraag: “Een kopie van gemaakt? Waarvan?”
Van der H: “Van het bankafschrift en de betalingsopdracht.”

Vraag: “En die heeft hij meegenomen?”
Van der H: “Die heeft hij meegenomen. Punt uit. En wat meneer Kaatee dan ook verklaard heeft, dat moet hij zelf weten. Maar ik heb dit gezien en hij heeft het ook meegenomen. En zo is met mij de link gelegd dat hij speciaal kwam kijken of er 2.3 miljoen daadwerkelijk was betaald.”

Vraag: “Dus hij kwam kijken daarnaar. Daar kreeg hij een kopie van. Kreeg hij nog van iets anders een kopie of alleen van die?”
Van der H: “Nou dat kan ik me niet… Ik kan me alleen heel goed herinneren dat hij een kopie heeft gemaakt van het bankafschrift en van de betalingsopdracht.”

Vraag: “Aan Ballados?”
Van der H: “Ja, 2.3 miljoen.”

R-C: “Meneer Zwinkels?”
OvJ Zwinkels: “Volgens mij wordt er bij de rechter-commissaris gesproken over 2.8 miljoen.”
Van der H: “Dat zou kunnen.”

OvJ Zwinkels: “Maar u bedoelt hetzelfde bedrag?”
Van der H: “Er zijn verschillende bedragen overgemaakt, ik kan ernaast zitten, maar het was in ieder geval december 2003. Dat kan ik me heel goed herinneren.”

Van der H. is verkeerd ingefluisterd of zuigt het allemaal uit zijn duim want in 2003 had ik nog nooit van Ballados gehoord. Bovendien blijkt uit het strafdossier dat in december geen 2.3 miljoen, en ook geen 2.8 miljoen is overgemaakt naar Ballados. De advocaat-generaal kon niet anders dan de verwarrende en feitelijk onjuiste verklaring van Van der H. bagatelliseren:“Op dit ene puntje heeft meneer Van der H. zich misschien vergist.”

De envelop
Toen kwam de envelop ter sprake die Arnold Endstra mij overhandigde. Waarom had ik het geld niet geteld, wilde het Hof van mij weten. Waarom zou ik het tellen als ik toch al van plan was de envelop met inhoud terug te geven aan Wim? Ik zou mijn vordering immers per bank ontvangen. Dat ik de grote dikke envelop niet had geopend, duidde er volgens de advocaat-generaal op dat de envelop was doorgegeven aan Holleeder. Er waren geen getuigen bij die kunnen bevestigen dat ik de envelop – in het keukentje van zijn kantoor – aan Endstra heb geretourneerd. Wij waren daar alleen. Er zijn ook geen getuigen die verklaren te hebben gezien dat ik ooit een envelop of contant geld aan Holleeder heb overhandigd, merkte mr. Jahae terecht op.

Hierop citeerde de voorzitter uit een verklaring die Klaas Hummel op 23 oktober 2008 over Endstra en mij heeft afgelegd: “Hij (Endstra, MK) heeft wel eens gezegd dat hij cash geld gaf aan Holleeder in persoon. In dit verband heeft hij (Endstra, MK) niet over Kaatee gesproken.” Ook tijdens de achterbankgesprekken heeft Endstra geen enkele suggestie of mededeling gedaan dat ik namens hem contant geld aan Holleeder zou hebben afgegeven.

MOT-melding
In de verklaringen die ik bij de recherche had afgelegd had ik reeds gemotiveerd waarom ik een bancaire betaling prefereerde boven een contante betaling van mijn vordering: ik wilde niet op een zwarte lijst van de Rabobank terecht komen, want het storten van zo’n hoog contant bedrag resulteert vrijwel zeker in een MOT-melding. De vrees voor een MOT-melding achtte het Hof in mijn geval ongegrond: “U had toch gewoon kunnen uitleggen dat het een legale vordering betrof,” zei raadsheer mr. Dun. De oudste raadsheer ging er klaarblijkelijk vanuit dat mijn angst verband hield met eventuele vervolgacties van Justitie als zij de MOT-melding van de bank zouden ontvangen. Die vooringenomenheid zal vast te maken hebben met zijn achtergrond. Mr. Dun was eind jaren negentig namelijk Officier van Justitie en werkzaam op hetzelfde parket als waar in dezelfde periode ook Koos Plooij werkzaam was. Een oud-collega van Plooij dus. 

De vordering
Aangespoord door het Openbaar Ministerie vroeg het Hof zich af of ik eigenlijk wel een vordering had op Endstra. De accountant had verklaard dat er geen controle was toegepast. En als er nog iets substantieels te vorderen was, waarom is dat bedrag dan niet op 6 september 2002 verrekend met de aankoop van de Wallenpanden? De leden van het Hof wilden alles weten over de achtergrond van het bedrag dat ik nog van Endstra tegoed had: “U zegt nu dat uw vordering onder meer is gerelateerd aan € 225.000,- aan BTW-verplichtingen met betrekking tot 2001 en dat deze belastingschuld voor rekening kwam van de oude eigenaar. Dit is nieuw voor ons. Waarom heeft u dat niet eerder verklaard?” 

De herfinanciering
Ook de herfinanciering vond met maar vreemd: “Dus u had in december 2002 al € 100.000,- afgelost aan Endstra en ook nog rente betaald. Waarom leent u dan € 4.000.000,- en niet € 3.900.000,-? Dan moet u toch € 100.000,- extra aflossen?” Dat klopt, ik had die ‘extra’ ton natuurlijk nodig voor de notariskosten, de provisie voor hypotheekadviseur Van T. en de vooruit te betalen rente. Dat is zoiets als het meefinancieren van ‘kosten koper’ bij de aankoop van een huis. Het Hof, en vooral de jongste raadsheer leek dit maar niet te kunnen bevatten.

Na de lunch kreeg ik de gelegenheid een aantal punten nader toe te lichten. Ik hield het Hof het volgende voor:

Angst voor MOT-melding ongegrond?
Kaatee: “Met angst voor een MOT-melding bedoelde ik geen angst voor de FIOD of Justitie zoals de oudste raadsheer eerder suggereerde. Aan hen kan ik inderdaad uitleggen dat het om een legale vordering gaat. Het ging mij juist om de bank. Als ik vertel dat het gestorte bedrag een vordering betrof op de heer Endstra, die op dat moment landelijke bekendheid genoot als de bankier van de onderwereld, zouden bij de bank alle alarmbellen gaan rinkelen.”

De leden van het Hof beaamden dat een dergelijke uitleg inderdaad niet bevorderlijk was voor de relatie met de bank.

Legale vordering? 
Kaatee: “Het bedrag stond in mijn jaarcijfers als vordering op Endstra en in de jaarcijfers van Endstra als schuld. Daarnaast is het bedrag ook nog eens in een vaststellingsovereenkomst van 30 november 2003 bevestigd door beide partijen. De accountant die het bedrag heeft berekend is niet alleen mijn accountant maar ook die van Endstra. Al jarenlang. Zelfs Endstra’s financiële man Van der H. wist van de vordering en heeft hierover verklaard. (…)
Als een accountant zegt dat er geen controle is toegepast op de cijfers dan doelt hij op een zogenaamde accountantscontrole. Die wordt alleen verricht bij middelgrote en grote bedrijven met een balanstotaal van meer dan € 7 miljoen, minimaal 50 werknemers en minstens € 12 miljoen aan omzet. Als het Hof jaarcijfers zonder dat accountantscontrole heeft plaatsgevonden geen betrouwbare weergave vindt van bezittingen en schulden van een bedrijf, dan kan de Wet op de Jaarrekeningen wel worden afgeschaft.”

Deze argumentatie riep bij het Hof geen nieuwe vragen op.

Omzetbelasting
“Dat ik een BTW-schuld uit 2001 van in totaal € 225.000,- claim bij Endstra, staat vermeld in diverse cijferopstellingen van de accountant. Die berekeningen bevinden zich allemaal in het strafdossier. Volgens mij heb ik hier ook in de eerste aanleg over verklaard, en wel op de zitting. Ik vind het gek dat u hier nu pas over begint. Dat fiscale aanslagen die betrekking hebben op voorgaande jaren achteraf worden verrekend met de oude eigenaar is niet ongebruikelijk. Deze afspraak is in elk geval opgenomen in de notariële leveringsakten van 6 september 2002.”

De zitting duurde tot 17.15u en werd afgesloten met een sociaal verhoor. Oorspronkelijk zou de inhoudelijke behandeling volgende week woensdag 11 maart verder gaan maar het Hof had aan één lange dag voldoende inzicht gekregen. Om alle eventueel nog resterende onduidelijkheden weg te nemen, krijgt de verdediging tot en met dinsdag 10 maart de tijd om zelf nieuwe stukken in te brengen.

Aangezien het Hof stelde dat zij niet eerder een BTW post heeft aangetroffen in de specificatie van mijn vordering, heb ik vlak na de zitting van woensdag de dossierstukken er nog eens op nageslagen. Die berekening van mijn vordering op Endstra zit uiteraard in het strafdossier. Bij de nog te verrekenen posten staat duidelijk vermeld: ‘Omzetbelasting 2001’. Je mag toch aannemen dat de leden van het Hof begrijpen dat ‘BTW’ en ‘Omzetbelasting’ hetzelfde betekenen.

10 Reacties…

  1. was zelf bij het verhoor aanwezig (op de tribune) en uw verhaal is een buitengewoon correcte afspiegeling. Wat mij stoorde was de houding van het OM als accountant, hadden ze de stukken wel gelezen? Het niet natellen van het grote cash bedrag verbaasde mij ook, maar daar had U zo uw motivatie voor.
    Veel van de aan U gestelde vragen waren suggestief en dat is in mijn ogen niet okee, vraag gewoon een directe vraag, het antwoord is dan ook transparanter.
    groet

  2. Ongelooflijk dat in een rechtszaak met dit soort belangen basis kennis ontbreekt bij de operatoren van het recht. BTW vorderingen, accountantscontrole, geen controle toegepast. De heren praten er over als een kip zonder kop en niet gehinderd door kennis van zaken. Dat was me al eerder opgevallen.

    Mijn vertrouwen in het Nederlandse rechtssysteem was al niet groot, maar als ik het kennis niveau van de rechtbank en de officier analyseer schrik ik zeer. Waar zijn die opgeleid? En hebben ze geen aanvullende cursussen genoten? Het kennis niveau van de heren is beschamend, maar de heren zijn wel degene die uitspraak moeten doen. En waarop wordt hun uitspraak dan gebaseerd? Op gevoel of op de mooie ogen van de advocate?

    Indien Van der H. gediplomeerd is, dien dan in godsnaam een tuchtklacht in bij het NIVRA. Zonder wederhoor worden er allerlei beweringen over de heer Katee gedaan die ook niet gestaafd worden door stukken. Dit kan niet zo maar en ik denk dat ook de rechtbank gevoelig is voor een tuchtrechtelijke veroordeling. Misschien moet je een specialist in ondernemingrecht oproepen om de heren eens uit te leggen hoe het Nederlandse systeem wettelijk in elkaar zit.

  3. Mijnheer Kaatee,
    Het lijkt ernstig op een heksenjacht.
    Of moet men inzake zeggen Holleederjacht.
    Duidelijke weerlegging en uitleg verschaft aan de raadsheren.
    Uw optreden en vastberadenheid dient beloond te worden.
    Vrijspraak zal behoren te volgen!
    De smet zal blijven hangen!
    Het leven gaat weer verder.
    Succes.
    MvG
    Joker

  4. Zijn dit de NIVRA gegevens van Joop?

    Bel NIVRA morgen gelijk even op; in meerdere aanverwante processen zijn overigens collegae betrokken. Verbazingwekkend dat het NIVRA hier geen werk van maakt.

    Maar die zijn volgens mij heel druk om geen BIBOB wetgeving in de beroepsgroep te krijgen. Want tussen ons gezegd bij ABN Amro, Palm Invest, ING, Madoff, Ahold, Easy Life; ze waren er dik betaald bij en knikten dat het goed was (volgens mij hebben aantal vd heren inmiddels hele bruine arm).

    Naam: De heer XXXX RA
    Lidnummer: XXXX
    Inschrijfdatum: XX-XX-XXXX

    De Raad van Tucht gaat over het handelen van registeraccountants. Een registeraccountant dient zich niet alleen te houden aan de regels van het civiele recht en het strafrecht, maar ook aan de Verordening gedragscode (VGC).
    Om de samenleving de mogelijkheid te bieden op te treden tegen registeraccountants die op kwaliteit of op ethische normen tekortschiet, zijn alle registeraccountants onderworpen aan tuchtrecht.

    Het tuchtrecht is er specifiek voor bedoeld om belangen te beschermen van degenen die gebruikmaken van de diensten van de registeraccountants. Iedereen kan een klacht indienen bij de tuchtrechter. De tuchtrechtprocedure is, afgezien van de kosten voor de eigen bijstand, kosteloos.

    Raad van Tucht Amsterdam
    Strawinskylaan 1999
    Postbus 7113
    1007 JC Amsterdam
    tel: 020-7171000
    fax: 020-7171111
    mr. J.A. Stal, secretaris

  5. Joop van der Haar was geen RA maar een AA. Met de reactie van Luthra RA zal de door hem genoemde RA-collega van der Haar blij zijn! Weinig zorgvuldig. Staat toch ook als uitgangspunt in de VGC.

  6. Reza Anil Luthra heeft niets met de titel RA van doen. Is volgens mij een bekende moderator op hookers.nl die hier wat mensen in de gordijnen jaagt. Inhoudelijk maakt ie wel een punt overigens, maar zorgvuldig is het allemaal niet. Hij zit ook in een andere netwerk; dat van vreemdgangers, hoerensloerders, gokautomatenmannen, raam exploitanten, autogarage mannen, zoals Gaby Hingst het netwerk zou noemen.

  7. Een inschrijvingsnummer van een RA is alleen te achterhalen via het besloten deel van de NIVRA site. Deze Luthra heeft daar blijkbaar toegang toe.

    Ik zit in geen enkel gordijn, ik probeer alleen de naam van een collega RA zuiver te houden. De door “Luthra RA” genoemde van der Haar RA heeft niets met deze zaak te maken.

    Het zou Marcel Kaatee sieren als hij de gegevens van die RA uit de reactie van “Luthra RA” verwijderd.

  8. De discussie over Van der H. is mij ontgaan. Ik was gisteren de hele dag en avond bij mijn advocaat i.v.m. het schrijven en aanleveren van analyses en nieuwe stukken. De reactie van Luthra vond ik interessant. De lidmaatschapsgegevens van de nietsvermoedende RA heb ik inmiddels vervangen door tekens. De initialen van Endstra’s financiele man zijn ook anders.

  9. Misschien is het wel zo zorgvuldig om ook de naam van de nietsvermoedende RA te anomiseren.

    Blijft overeind staan dat “zogenaamde” deskundigen niet zo maar van alles over de heer Katee kunnen verklaren, zonder wederhoor en zonder dit met stukken te kunnen staven. Dit lijkt mij tot nog toe wel gebeurd (mn Van der H wijzigt en schuift de heer Katee van alles in de schoenen). OvJ/rechtbank lijkt te denken dat de heer Katee de schijn tegen zich heeft en heb het vermoeden dat uitspraken van Van der H. door de rechtbank beoordeeld worden als deskundig. Bij die deskundigheid stel ik vraagtekens en misschien moet dat maar eens getoest worden. Stel net als vele anderen vraagtekens bij deskundigheid en niet voor ingenomen zijn van de rechtbank, maar zou niet weten hoe dat te toetsen.

    Indien Van der H. AA is, kan er nog steeds een tuchtklacht worden ingediend.

  10. hallo marcel ik hoop dat je van alles vrijgesproken word maar je weet met justitie dat hun ongelijk toegeven heel moeilijk is omdat het volk totaal verkeerd voorgelicht word en dan is het moelijk tegenover heel nederland je ongelijk te bekennen.maar ik denk toch dat ze dat zullen doen want anders is het een blamage voor nederland.ook kijken ze naar de persoon als ze denken je gaat door tot het einde haken ze meestal af heb zelf vele malen met dat bijltje gehakt.in iedergeval wens ik je veel sterkte groeten willem booms explotant speelautomaten