Fred Teeven en Thomas van der Bijl (1)

Oud-collega’s vinden hem een pragmaticus, een dossiervreter, iemand die vele wegen bewandelt om bewijs te vergaren. Hij is de belichaming van het begrip ‘crimefighter’. Met boeven vang je boeven moet hij hebben gedacht toen hij als Officier van Justitie pionierde met kroongetuigen toen dit nog niet bij wet geregeld was. Hij sloot deals met criminelen die in ruil voor strafvermindering verklaringen aflegden over andere criminelen. De zware jongens stonden in de rij om een afspraak met hem te maken, beweerde politiecommissaris John Olierook in Vrij Nederland. In hetzelfde artikel “De Dealmaker; waarheidsvinding volgens Fred Teeven” (VN 18-11-2006) erkende Teeven dat het lastig is mensen te overtuigen ergens aan mee te werken, maar voegde er aan toe: ‘Ik denk dat ik daar heel goed in ben’.

Loopbaan
Fred Teeven werkte vanaf 1 januari 1980 als rechercheur bij de FIOD. Van 1 september 1991 tot 31 december 1993 was hij teamleider bij de douanerecherche. Daarna werd hij Officier van Justitie in Amsterdam waar hij vooral bekend werd door zijn geheime gesprekken met Mink K.

Van 1994 tot 1998 leidde Teeven het onderzoek ‘Citypeak’ naar een vermeende criminele organisatie die onder leiding zou staan van Rob Grifhorst, Cor van Hout en Willem Holleeder. Gevoed door de media en informatie uit het criminele milieu verkeerde het Openbaar Ministerie toen in de veronderstelling dat ‘Heineken-ontvoerders’ grote belangen zouden hebben op de Amsterdamse Wallen.

IRT-affaire
Als het Citypeak-onderzoek in volle gang is verschijnt Teeven op 9 oktober 1995 voor de Parlementaire Enquêtecommissie Van Traa. Deze onderzocht ontoelaatbare opsporingsmethoden van de politie. Via zijn contacten bij het Amsterdamse Openbaar Ministerie had Teeven er in 1991 en 1992 voor gezorgd dat drie containers met in totaal 30.000 kilo soft drugs niet door de douane zijn gecontroleerd en vervolgens werden getransporteerd ‘in de richting waarvoor het onderzoeksteam belangstelling had’.

Van doorgelaten containers in het zogenaamde sigarettentraject wist Teeven geen aantallen meer te noemen: ‘Nee, het is geen geheugenverlies, absoluut niet. Maar ik weet niet of het er 70 zijn of 40 zijn of 10 zijn. Ik weet het echt niet’, verklaarde hij voor de Parlementaire Enquêtecommissie. Een haperend geheugen is zo’n beetje de standaard reactie bij overheidsdienaren die worden geconfronteerd met hun eigen onregelmatigheden.

Citypeak
Behalve met Cor van Hout kreeg Fred Teeven in het Citypeak-onderzoek ook te maken met Antonie ‘Thomas’ van der Bijl, die nauw betrokken bleek bij de drugshandel van Van Hout. Van der Bijl en zijn familie verzorgde in die periode het schoonmaakwerk bij de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy op de Wallen, toen eigendom van Willem Endstra. Na de arrestatie van Thomas en zijn broer Jopie leek het Endstra beter om de familie Van der Bijl geen schoonmaakwerk meer te laten verrichten in de speelhallen. Ik heb die boodschap overgebracht en daar was de familie Van der Bijl op zijn zachts gezegd niet blij mee.

Verklaring Van der Bijl 
Op 7 oktober 1997, een dag na zijn arrestatie, legde Thomas bij de recherche de volgende verklaring af: ‘U vraagt mij of ik weet dat Cor en Willem het Casa Rosso imperium in bezit hadden. Ik weet daar niets van af. Of ze het samen hadden weet ik niet. Volgens mij was het van Grifhorst. Volgens mij had Willem Holleeder een groot aandeel in het Sexmuseum op de Oudezijds Achterburgwal.’

Over de speelhal in de Molensteeg verklaarde Thomas: ‘Daar hebben we altijd voor gewerkt. En daar werken we nog steeds voor. Schoonmaken.’ Over Marcel Kaatee verklaarde Thomas: ‘Die werkte op de Molensteeg als boekhouder.’ Op de vraag met wie hij contact had met betrekking tot de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy antwoordde Van der Bijl tijdens een volgend verhoor op 29 oktober 1997 dat hij altijd zaken deed met Marcel Kaatee.

Audio-tapes 
De verklaringen die Van der Bijl in het Citypeak-onderzoek had afgelegd zijn volgens de processen-verbaal uitgewerkt vanaf audio-tapes zodat mag worden aangenomen dat de weergave overeenstemt met wat Van der Bijl werkelijk heeft gezegd. Dit in tegenstelling tot de verklaringen die Van der Bijl in 2005 en 2006 heeft afgelegd. In de later opgestelde processen-verbaal van bevindingen van deze verhoren staat niets vermeld over opnameapparatuur die zou hebben meegelopen tijdens de gesprekken. Onderaan de verklaringen ontbreekt bovendien de handtekening van Thomas als bevestiging dat de verklaringen zijn doorgelezen of voorgelezen en gecontroleerd door de getuige en dat hij volhardde in zijn verklaringen.

Niets op papier
Omdat Van der Bijl niets op papier wilde, kan niet worden uitgesloten dat de recherche de gesprekken stiekem heeft opgenomen en dit om die reden niet in het proces-verbaal heeft vermeld. Of omdat de verhoren daarin niet goed zijn weergegeven. Bepaalde uitspraken die uit de mond van Van der Bijl zijn opgetekend roepen namelijk vragen op. Wat hebben Fred Teeven en Thomas van der Bijl werkelijk tegen elkaar gezegd tijdens het verhoor van 26 januari 2005?